Deel rechercheurs ‘vreest lekken uit DNA-databank’

Om te voorkomen dat dwaalsporen ontstaan, moeten rechercheurs DNA afstaan. Maar niet iedereen wil dat.

Angst voor schending van de privacy. Dat is volgens de voorzitter van de centrale ondernemingsraad van de nationale politie, Frank Giltay, de reden dat een kwart van de forensische rechercheurs in Nederland weigert DNA af te staan.

Het plan is dat alle 1.250 forensische rechercheurs van de politie hun DNA afstaan voor een zogeheten ‘eliminatiedatabank’ van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Met zo’n databank kan worden voorkomen dat de politie achter dwaalsporen aangaat die op de plaats van delict zijn aangetroffen omdat agenten er aanwezig zijn geweest. Het moet politieonderzoeken efficiënter maken.

Woordvoerster van de nationale politie Lisette van Bale zegt dat de politie niet weet waarom collega’s niet meewerken aan een systeem dat sinds 2006 het opsporen van strafbare feiten moet vergemakkelijken. „Agenten hebben het recht het afstaan van DNA te weigeren dus we vragen ook niet naar hun motivatie”, aldus de woordvoerster. „Misschien zitten er principiële redenen achter maar dat is gissen”, zegt ze. Ook de woordvoerster van het NFI zegt niets te weten over de beweegredenen van agenten die weigeren.

Vorig jaar hebben 949 van de 1.250 forensische rechercheurs hun DNA vrijwillig afgestaan. Dat zijn er iets meer dan in 2013, toen ging het nog om 837 agenten. Volgens Giltay weigeren zo’n 300 rechercheurs hun DNA af te staan omdat „ze bang zijn dat er met dit materiaal andere dingen gebeuren dan alleen het opslaan in de databank. Agenten zijn bang dat het materiaal niet veilig wordt opgeslagen”.

Het weigeren gebeurt volgens Giltay „alleen om principiële redenen”. Er is de laatste tijd gewerkt aan het opstellen van een privacyreglement „en wat ons betreft ziet het er nu goed uit”, zegt Giltay, maar nog steeds zijn niet alle agenten daarvan overtuigd.

De eliminatiedatabank bevat DNA-profielen van mensen die beroepshalve betrokken zijn bij het maken van DNA-profielen. Het gaat niet alleen om agenten die sporen moeten veiligstellen maar bijvoorbeeld ook om laboratoriumpersoneel. Het doel is vermenging van sporen te kunnen uitsluiten.

Volgens een ervaren politieman durven agenten niet publiekelijk hun werkelijke bezwaren kenbaar te maken tegen de DNA-databank. „Maar waar men echt bang voor is, is dat systemen kunnen worden gekraakt. Politiemensen hebben een structureel wantrouwen tegen dit soort databanken.”

Politievakbonden zeggen dat agenten wel bereid zijn incidenteel DNA af te staan. Na het afronden van een onderzoek zou deze informatie dan moeten worden vernietigd.