De laatste gentleman

Buitenlandse investeerders, werkgevers en zelfs de VVD zetten de polder onder druk, zegt Maurice Limmen. Maar de CNV-voorzitter blijft altijd netjes.

„Er zijn momenten dat ik me de laatste gentleman op een Zuid-Afrikaans voetbaltoernooi voel.” Foto David van Dam

V&D

Het CNV van Maurice Limmen staat maandagochtend in de rechtbank tegenover V&D. Tenzij het warenhuis alsnog een akkoord bereikt met de CNV Dienstenbond over een loonsverlaging van 6 procent. Maar die kans lijkt klein. „Een heel vreemde situatie”, zegt Limmen, sinds een jaar voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond, de tweede vakbeweging van Nederland met ruim 335.000 leden.

Deze week presenteerde V&D namens „de meerderheid van de stakeholders” een reddingsplan. Het warenhuis betreurde het dat alleen met de vakbonden nog geen overeenstemming was over „structurele loonkostenverlaging”, stond in een persbericht. Maar V&D zei open te staan voor „voortzetting” van het overleg.

In werkelijkheid belde V&D kort na het persbericht naar het CNV om te zeggen dat de Amerikaanse eigenaar, Sun Capital, geen financiële ruimte bood voor onderhandelingen, aldus de Dienstenbond. Van een afspraak is het niet meer gekomen. V&D wil hier desgevraagd niet op reageren.

De vakbonden zijn door V&D buitenspel gezet. Hoe kon dat gebeuren?

„Normaal gaat een bedrijf in problemen met de vakbonden praten. Wij vragen dan: is het echt zo ernstig? Dan gaan we kijken naar de cijfers, naar een oplossing. Pas in laatste instantie kom je uit bij een loonoffer – en dan alleen maar tijdelijk. Werknemers moeten er ook iets voor terugkrijgen. Voor de hand ligt een werkgelegenheidsgarantie. Maar al die stappen heeft V&D overgeslagen. Er kwam een dictaat. Zo werkt het niet in de polder. Je verdeelt de pijn, zodat uiteindelijk iedereen er beter van wordt.”

Sun Capital is een Amerikaanse investeringsmaatschappij. In de Verenigde Staten zijn ze niet zo dol op vakbonden.

„We zien het ook vaker bij Nederlandse bedrijven. Maar inderdaad, het is vaker zo dat buitenlandse investeerders een heel ander idee hebben over het poldermodel.”

Wat zegt het over de positie van de vakbonden? Zijn ze te veel met zichzelf bezig?

„Nee. Als je er zo laat bij wordt gehaald, maakt het niet eens uit hoeveel leden je hebt. Dan is het kalf al bijna verdronken. En tien jaar geleden kwam dit ook al voor.”

Mislukte fusie

Tot zijn eigen verbazing las Maurice Limmen vorige maand in de krant dat vakbond De Unie de fusie met het CNV niet zag zitten. Anderhalf jaar was er met de vakbond voor middelbaar en hoogopgeleid personeel in industrie en dienstverlening (ruim 50.000 leden) gepraat over de vorming van één grote gematigde vakcentrale, naast de meer activistische FNV. Unie-voorzitter Reinier Castelein haalde de dag ervoor nog alle media met de verklaring dat zijn vakbond stopt met staken, omdat het niet van deze tijd zou zijn. Maar over de mislukte fusie zwijgen zowel Limmen als Castelein. Lag het aan botsende persoonlijkheden of ambities? Was het geld, een cultuurverschil of een optelsom van al die dingen? Limmen antwoordt alleen: „We hebben ons uiterste best gedaan.” „Ik heb geen zin om te jij-bakken.” „De telefoon staat hier niet roodgloeiend over dit onderwerp.” „Misschien dat we in de toekomst...” Enzovoorts.

Bij de FNV is een interne fusie net ook – bijna – mislukt. Er moest zelfs een herstemming komen. Waarom kunnen vakbonden zich zo moeilijk verenigen?

„Sommige dingen lukken, andere mislukken. In onze vakcentrale zijn CNV Onderwijs en CNV Publieke Zaak net wel gefuseerd. Dat was binnen een jaar rond.”

Waarom was de fusie met De Unie nodig?

„Schaalvergroting had meer efficiëntie kunnen opleveren. En we hadden onze gedeelde sectoren herkenbaarder willen maken. Wij vinden het belangrijk dat een bakker zich herkent in het profiel van CNV-bakkers. Daar gaan we nu zelf wat mee doen.”

Poldergedachte

Als Limmen boos is op een VVD-Tweede Kamerlid die de cao’s wil afschaffen en flexibele arbeid promoot, zegt hij niet: ik ben boos, het is een grove schande. Hij zegt dat hij daar „het land aan heeft”. Maar op zijn eigen, keurige manier is hij daarna toch scherp: „Zulke politici redeneren: ‘We zitten op een internationale arbeidsmarkt, daar is niks aan te doen. Er is maar één weg: dat we met zijn allen teruggaan naar het putje, naar de tijd van de negentiende eeuwse dagloners. Dan is ons vestigingsklimaat fantastisch en winnen we misschien de concurrentiestrijd met Bangladesh’.”

Het gaat om het opiniestuk over de cao’s van VVD-Kamerlid Anne Mulder, vorige week in Trouw. Limmen leest erin wat de grootste regeringspartij volgens hem écht wil: het polderoverleg tussen werkgevers en werknemers opblazen. Of, in de eigen woorden van Limmen: „De VVD zet de poldergedachte overboord. Dan jaag je mensen de loopgraven in. En wij willen met zijn allen geen Franse toestanden, toch?”

Franse toestanden?

„Als een Franse bond tegen is, wordt in Parijs meteen een kruispunt bezet. In Nederland voeren we weinig actie en daar zijn we trots op. In de lijstjes over ons vestigingsklimaat voor bedrijven wordt dat altijd als een van de belangrijkste punten genoemd. Dan denk ik: ‘Ja, VNO-NCW en VVD: realiseer je wel dat we dat alleen overeind houden als er aan beide kanten het vertrouwen is dat je er samen uit wilt komen.”

Dat staat nu op het spel?

„Ik zeg: kijk maar uit. De politiek moet heel voorzichtig zijn hoe ze spreekt over de polder. Als Hans de Boer van VNO-NCW zegt dat het er niet om gaat hoe jongeren aan het werk zijn, maar dát ze werken, zeg ik: het gaat ook om fatsoenlijk werk en een arbeidsmarkt waar we trots op zijn. Het MKB kwam afgelopen week met het idee dat het tweede jaar in de ziektewet niet langer moet worden betaald door werkgevers. Je ziet bij hen en de VVD een fundamentele aanval op wat wij in Nederland doen aan afspraken boven het absolute minimum.”

Wat bedoelt u met ‘kijk maar uit?’ Acties?

„Als we het niet redden met praten, heb je andere middelen. Daar zitten we niet op te wachten, maar wat moet dat moet.”

Minister Asscher van de PvdA praat net als u vaak over het ‘putje’, toch?

„Asscher is een fatsoenlijke minister van Sociale Zaken. Maar je hebt een coalitie en een geheel van politieke partijen die aan elkaar vastzitten door ingewikkelde meerderheden die nodig zijn in de Eerste Kamer. Dus letten wij ook op D66, die met de sociaal-economische agenda behoorlijk naar rechts is opgeschoven en geen vriend is van de polder. Die houding zie je breed in politiek-Den Haag: een soort weerzin en ongeduld. Dan zeg ik: ik weet dat het soms lang duurt en dat van alles achter de schermen gebeurt, maar we krijgen veel voor elkaar. De polder is ook heel belangrijk geweest voor de stabiliteit van het land.”

De flexibilisering zet sterk door. Voelt u zich soms een roepende in de woestijn?

„Er zijn momenten dat ik me de laatste gentleman op een Zuid-Afrikaans voetbaltoernooi voel. Maar dan nog hebben wij als CNV de overtuiging dat we alleen zo met elkaar de wedstrijd kunnen winnen.”