De dure banenmachine van Wiebes

Banen scheppen via lastenverlichting, het kan wel. Maar het is peperduur. Dat blijkt uit een studie van het Centraal Planbureau die vandaag verschijnt.

Illustratie Pepijn Barnard

Vijftien miljard lastenverlichting, honderdduizend nieuwe banen. Dat is de doelstelling van de grootscheepse belastinghervorming die het kabinet voor ogen heeft. De grove contouren van het plan lanceerde staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) vorig jaar op Prinsjesdag, maar concrete voorstellen zijn er nog niet. Daarvoor zijn de politieke verschillen te groot over hoe die 15 miljard euro moeten worden opgebracht, zowel binnen als buiten de coalitie. De staatssecretaris loopt dezer weken zijn rondje langs alle Tweede Kamerfracties om hun wensen, ideeën en bezwaren over fiscale hervormingen te inventariseren. Voor de zomer, zo heeft hij de Kamer beloofd, zal hij met het beloofde „prototype” van een nieuw belastingstelsel komen.

Wiebes zal bij zijn ingewikkelde belastingpuzzel ongetwijfeld ook nota nemen van het rapport De effectiviteit van fiscaal participatiebeleid van het Centraal Planbureau dat vandaag verschijnt.

In het rapport geeft het CPB antwoord op de vraag of de claim van het kabinet haalbaar is. Kun je met fiscale hervormingen inderdaad zoveel werkgelegenheid creëren? Wat zijn daarbij dan de meest en ook de minst doeltreffende fiscale maatregelen? „Daar zullen we heel goed naar kijken”, zei Wiebes eind november toen CPB-onderzoeker Egbert Jongen bij een symposium op het ministerie van Financiën al een voorproefje van zijn studie gaf.

De uiteindelijke boodschap zal het kabinet niet per se bevallen. Want, zo stelt het rapport onomwonden: „Generieke lastenverlichting”, zoals veel partijen in Den Haag zo graag willen, „doet relatief weinig voor arbeidsparticipatie”.

Druk op de knop

Na vier jaar empirisch onderzoek wist Jongen met zijn team tot een nieuw model te komen dat beter inzicht biedt in de effecten van fiscaal beleid. Met dat model kan iedere beleidsmedewerker op Financiën met een druk op de knop zien wat een bepaalde maatregel op termijn aan nieuwe banen creëert.

Als het kabinet bijvoorbeeld het tarief op de inkomstenbelasting in de derde schijf (nu 42 procent) wil verlagen met 1,5 miljard euro, dan zal dat iets meer dan vierduizend nieuwe banen voortbrengen. Een kostbare ingreep dus: ruim 3,5 ton per baan.

Bij twee generieke lastenverlichtingen ziet het CPB zelfs een negatieve werking optreden. Een verlaging van het tarief in de eerste belastingschijf (nu 36,5 procent) met eveneens 1,5 miljard zou tot bijna 1.400 minder banen leiden. De invoering van een zogeheten vlaktaks zonder dat de inkomensverschillen oplopen, een stokpaardje van het CDA waarbij de nu bestaande vier tarieven worden vervangen door één tarief, zou 60.000 banen kosten.

Dit soort generieke maatregelen geven volgens het CPB vooral zogeheten „tweede verdieners” binnen één huishouden immers „een financiële prikkel om te stoppen met werken”.

Vrouw van de tandarts

Nog desastreuzer op dit vlak is de invoering van een basisinkomen voor alle Nederlanders, een oud herverdelingsidee dat in de politiek af en toe weer opduikt (zoals recent bij GroenLinks). Omdat basisinkomen geen rekening houdt met vermogen of het partnerinkomen ontstaat ook hier een „forse financiële prikkel” om juist te stoppen met werken als je partner al een goed betaalde baan heeft. „Is belastingherziening gericht op de vrouw van de tandarts?”, vraagt Jongen zich hardop. Volgens zijn model zullen na invoering van een basisinkomen in combinatie met een vlaktaks bijna 370.000 banen verdwijnen.

Verlaging of uniformering van de inkomstenbelasting heeft dus niet veel of zelfs een averechts effect op de werkgelegenheid. Wat werkt dan wél?

Het gewenste effect op de arbeidsparticipatie bestaat zeker volgens het CPB – dat is het goede nieuws voor Wiebes. Het wordt bereikt door werken meer lonend te maken dan niet werken. Of doordat een deeltijdwerkende moeder besluit om meer uren te gaan werken als de financiële prikkel groot genoeg is. De werkelijke baan zal uiteindelijk door bedrijven of de publieke sector moeten worden aangeboden – de overheid creëert ze niet letterlijk, maar schept slechts de omstandigheden. De economische wetmatigheid, weet Jongen, leert immers dat „extra arbeidsaanbod op termijn zijn eigen vraag schept”.

Volgens het CPB zal Wiebes dus moeten mikken op de onderkant van de arbeidsmarkt: waar mensen weinig werken voor weinig loon of waar mensen überhaupt niet werken. Dat kunnen bijstandtrekkers zijn of moeders met jonge kinderen. „Daar zit nog de meeste rek in de arbeidsparticipatie”, noteert het rapport.

Bijstand verlagen

Zo levert een hogere bijdrage voor kinderopvang (ter waarde van een half miljard) zo’n negenduizend banen op, een even hoge extra arbeidskorting voor jonge moeders die gaan werken ruim elfduizend banen en een algehele hogere arbeidskorting (van anderhalf miljard) bijna achtduizend banen. Werkbare en allicht maatschappelijk aanvaardbare fiscale instrumenten, maar ook erg kostbare. De extra banen bij deze maatregelen kosten de schatkist een halve tot twee ton per stuk.

De meest efficiënte banenmachine komt volgens het CPB-model niet uit een fiscaal douceurtje dat de schatkist geld kost, maar uit een bezuiniging op sociale uitkeringen. Maar wel eentje die vooral de kwetsbare onderkant van de samenleving raakt. Als het kabinet een half miljard op de Bijstand bespaart, zullen een kleine vijftigduizend bijstandtrekkers kiezen voor een baan.

Zo bieden de CBP-rekensommen veel relevante inzichten voor staatssecretaris Wiebes, de constructietekening van zijn fiscale prototype wordt er niet eenvoudiger op. In een understatement verwoordt modelbouwer Egbert Jongen van het CPB de vraag of de doelstelling van het kabinet haalbaar is. „Honderdduizend banen? Ik vind het ambitieus.”