De buitenkant is bijzaak

Het is Subaru weer niet gelukt de Outback een eigentijds interieur te geven, stelt Bas van Putten tevreden vast.

De marketingbaas die het opgetrommelde journaille de Subaru Outback uitlegt, doet iets ongewoons. Hij houdt de dodelijk voorspelbare reclameriedels voor zich en licht met deugdelijke argumenten toe waarom, voor wie en hoe Subaru deze auto heeft gebouwd. Geen woord over een nog sportiever en dynamischer weggedrag of zijn natuurlijke geschiktheid voor actieve levensstijlen. Geen gekraai over superinnovatieve infotainmentsystemen, motorische downsizing, revolutionair lage emissiewaarden en baanbrekend design.

Dat had toch niemand geloofd. Dynamisch wordt een Outback nooit, hij haalt niet eens 200. De motoren zijn ouderwets volumineus, verbruik was bij Subaru nooit een thema en design, nou ja, daar hoef je bij Subaru-klanten niet mee aan te komen. Hij wil een ruime, opgehoogde station met vierwielaandrijving voor zijn buitenleven en de caravan. Hij vindt zijn peace of mind in de solide eigenschappen die ook bij de ontwikkeling van dit model, het vijfde in de Outback-reeks, de richting bepaalden: betrouwbaarheid en veiligheid. En wie betaalt, bepaalt.

Voor minimaal 39 mille krijgt de koper een onverwoestbare, bonkig vormgegeven auto die hij als particulier eervol grootburgerlijk uit eigen zak betaalt. Het gruwelwoord bijtelling valt bij de presentatie niet éénmaal. Subaru Nederland heeft niet eens een leasetarief berekend; niet van toepassing. Er komt lekker geen hybride. Je koopt de Outback als tweeliter diesel of met viercilinder benzinemotor. Beide zijn het boxermotoren, een constructie met liggende cilinders die een vlak motorblok oplevert dat diep in het motorruim kan worden geplaatst, waardoor het lage zwaartepunt ontstaat dat de wegligging ten goede komt. Naast Subaru houdt alleen Porsche de techniek in ere.

De nieuwe Outback is nog groter en nog multifunctioneler dan de vorige. De technische verantwoording van de ingenieurs is machtig leesvoer. Er is een ‘nieuw dakframe’ ontwikkeld om meer binnenruimte te creëren, en ‘meer bewegingsvrijheid op schouder- en ellebooghoogte’. De wegligging is verbeterd. De tweeliter dieselmotor is stiller geworden; ‘de klanten wilden een iets rustiger loop, daar hebben we dus aan gewerkt’. Trots meldt Subaru dat het windgeruis met 6 procent en het geluidsniveau in de cabine met 12 procent is teruggebracht. O ja, „de overbrengingsverhouding van het stuurhuis is verbeterd van 16,5:1 naar 14,0:1”. Dit is Subaru mensen; geloof en geniet. Noem mij één fabrikant die zulke schitterende nerdy persberichten fiatteert.

Speeltjes

Het mooie is dat alle verbeteringen voelbaar zijn. Beide versies rijden, onverstoorbaar stabiel, als een trein. Ze gaan bij Subaru heus met hun tijd mee. Men presenteert ons EyeSight, een stereocamera die als een extra paar ogen de verkeerssituatie vóór je in de gaten houdt en de auto autonoom laat remmen voor obstakels die je zelf over het hoofd zag. En er is een touchscreenscherm dat werkt als een iPhone. Aandoenlijk dat het allemaal geen echt nieuws is, elk Golfje heeft die speeltjes, meer een sympathieke poging om moderne mensen tegemoet te komen met een blijk van goede wil. Het echte, degelijke Subaru-bloed kruipt intussen door een extra brede dorpel waar je op kunt staan om de dakkoffer gemakkelijk te bereiken.

Het is zo’n bijna Scandinavisch nuchtere vondst die het eigenzinnige Subaru tot het Saab van Japan maakt. Het weet zijn unique selling points gelukkig wel iets beter te verkopen. In Japan en Australië, de VS en Zwitserland doet Subaru het voortreffelijk, in Nederland helaas wat minder. De ooit betaalbare straatversie van de voor de rallysport ontwikkelde Impreza WRX STI is door de BPM-wetgeving te begrotelijk geworden voor liefhebbers van ruig en snel; de Outback trekt een klein, select publiek. Je zou graag meer rijders de stap zien zetten. Beide motoren passen de Outback als een handschoen en de keus is om het even. De turboloze benzinemotor heeft met 175 pk iets meer vermogen, de 150 pk sterke diesel meer trekkracht. Rijden gaat in beide gevallen stil en vlot gezapig met de traploze automaat die de auto slechts bij volgas tot misbaar drijft. Helaas zijn de motoren iets te goed geïsoleerd, waardoor het karakteristieke bronzen boxergeluid nauwelijks hoorbaar is. Maar het stemt tot vreugde dat het Subaru wederom niet is gelukt het kleurloze interieur een eigentijdse uitstraling te geven. Wat een verrukkelijk merk, waar buitenkant zo bijzaak is.