Voor Bach geen onderscheid tussen geestelijke en wereldlijke muziek

In het interview van Mischa Spel met Masaaki Suzuki naar aanleiding van zijn eredoctoraat aan de TUK , (28/1) zegt Suzuki dat kerk, geloof en muziek tijdens zijn verblijf in Nederland samenkwamen. Uit de laudatio: „Wie niet beoogt dat het Bachs intentie was om met zijn liturgische muziek God te loven, ontgaat hem eigenlijk niet het diepste geheim?”

Bach schreef echter al zijn muziek tot eer en glorie van God, voor hem bestond er geen onderscheid tussen geestelijke en wereldlijke muziek, tussen vocale en instrumentale muziek. In de laudatio wordt niets gezegd over de 18e-eeuwse geloofsvoorstellingen van waaruit de librettisten hun teksten schreven, neerslag van een protestantse scholastiek die ons nu niet meer aanspreekt.

Dat ik decennia lang in de Rotterdamse Laurenskerk Bachcantates in het kader van een kerkdienst uitvoerde, maakte de kloof alleen maar pijnlijker. In mijn in de laudatio geciteerde boek Bachs cantates toen en nu waag ik de sprong de 18e-eeuwse geloofsvoorstellingen te vertalen naar een nieuw gedachtegoed, meer passend bij de huidige tijd. Want het gaat mij niet om ‘gelovig’ of ‘niet gelovig’ dirigeren, maar om de innerlijke noodzaak te doorgronden wat Bach bewogen heeft, maar dan wel met de huidige inzichten in geloof en spiritualiteit.

De met niets te vergelijken bron van creativiteit van Bachs muziek helpt om de cantateteksten te ontdoen van hun dogmatische fixaties en inspireert onszelf op zoek te gaan naar een nieuwe betekenis van versleten beelden en woorden.

Dirigent