Boek hier je enkele reis

De vraag is oneindig, maar het aanbod ook – mensensmokkel is een bloeiende branche. De smokkelaars zijn ondernemers die steeds weer iets nieuws verzinnen. Wie zitten hier achter?

Foto Joe Penney / REUTERS

„Dit is geen tragedie, dit is een misdaad, de ergste die ik in vijftig jaar dienst heb gezien”, zei William Lacy Swing, de directeur van de Internationale Organisatie voor Migratie deze week. Opnieuw verdronken honderden migranten, ditmaal waarschijnlijk driehonderd Afrikanen die door Libische mensensmokkelaars gedwongen waren bij storm aan boord te gaan van vier rubberboten. Van één vlot werden 106 mannen gered.

Weer groeide het kerkhof op de bodem van de Middellandse Zee door toedoen van mensensmokkelaars. Gewetenloze criminelen dus, die alleen al vorig jaar 4.077 verdrinkingsdoden veroorzaakten.

De smokkelaars zelf zien dat heel anders. „Ik ben geen crimineel”, zei een dertigjarige Libiër die pochte dat hij nog nooit een schip had verloren, vorig jaar tegen de Britse krant The Guardian. „Mensensmokkel is een dienst die erg in trek is op de markt. Ik verleen die dienst.”

Cynisch of niet, dit dienstverlenersperspectief helpt bij het begrijpen van mensensmokkelaars. Want wie zijn eigenlijk die mensen die al die doden op hun geweten hebben, de mannen die deze week misschien wel vierhonderd Afrikanen onder bedreiging van wapens dwongen aan boord te gaan van de rubberboten?

Het zijn rasondernemers, alleen dan met geweld. Touroperators, alleen dan illegaal.

„Smokkelaars runnen het grootste reisbureau ter wereld”, zegt criminoloog Andrea Di Nicola aan de telefoon vanuit Trento, waar hij werkt aan de universiteit. „Hun talent bestaat erin dat ze altijd kansen zien. Ze zijn slim, snel, flexibel en ontzettend goed georganiseerd.”

De illegale reisbranche bloeit. De winst uit mensensmokkel, zo schat de VN-organisatie voor Drugs en Misdaad (UNODC), bedraagt tussen de 3 en 10 miljard dollar (2,6 en 8,8 miljard euro) per jaar. De pakkans is klein, tenminste voor de echte bazen, die vaak ook verdienen aan verwante misdaden als mensenhandel (gedwongen arbeid of prostitutie), en allerlei vormen van internationale corruptie, zoals identiteitsfraude en witwassen. Al die zaken zijn immers nodig, wil de touroperator een compleet pakket kunnen aanbieden van dat fel begeerde product: toegang tot een leven in het Westen.

Meer vluchtelingen dan ooit

Mensensmokkel is de term voor het illegale transport van mensen over grenzen. Mensenhandel is gedwongen exploitatie van mensen voor prostitutie of slavenarbeid. In de praktijk lopen de twee vaak in elkaar over, net zoals mensensmokkelaars soms ook in wapens doen, in drugs, of wat zich verder maar aandient. Internationale handel is het sleutelbegrip.

Mensensmokkel neemt toe. De oorzaak is eenvoudig: er zijn in de wereld meer mensen op de vlucht dan ooit, concludeerden de VN eind 2013. Rondom het rijke, vreedzame Europa speelt zich een aantal zeer gewelddadige conflicten af. Hele regio’s, hele bevolkingen verkeren in een staat van diepe armoede of wetteloosheid en hebben via internet permanent zicht op een kalme wereld van weelde. „Tot een paar jaar geleden waren het vooral economische migranten die hun toevlucht zochten bij mensensmokkelaars”, zegt onderzoeker Di Nicola. „Nu zijn het ook Syriërs: mensen die recht hebben op asiel.”

De vraag naar smokkelaars is daardoor oneindig. Maar het aanbod ook. Want de chaos die mensen op de vlucht jaagt, is ook het klimaat waarin nieuwe smokkelaars worden geboren.

Een nieuwe, openlijke lange neus naar de Europese grensbewakers trokken smokkelaars eind december, toen de Italiaanse kustwacht ternauwernood kon voorkomen dat een sloopschip op de rotsen liep. De Syriërs aan boord van de Blue Sky M hadden voor de overtocht ieder tussen de 5.000 en 7.000 dollar neergeteld, verklaarden ze. Zo leverden de 970 vluchtelingen hun smokkelaars dus 4,9 tot 6,8 miljoen dollar (4,3 tot 6,0 miljoen euro) op. Met één schip. Het jaarbudget van Frontex voor alle grensbewakingsoperaties bedraagt 90 miljoen euro.

Ze weten dat het gevaarlijk is

„Deze nieuwste methode toont hoe hoog het niveau van organisatie bij smokkelaars inmiddels is, en hoe groot de winsten”, zegt Joel Millman van het IOM aan de telefoon vanuit Genève. „De smokkelbazen verdienen zo veel, dat ze oude schepen van 100.000 dollar eenmalig gebruiken.”

Mensensmokkel loont evenwel niet alleen voor de smokkelaars. Het loont ook voor hun cliënten. De intense media-aandacht voor catastrofes en bijna-catastrofes, zoals ook de grote schipbreuk bij Lampedusa in 2013 die 363 mensen het leven kostte, leiden de aandacht af van het feit dat het heel vaak wél lukt.

In de eerste elf maanden van 2014 glipten volgens Frontex 270.000 mensen door de mazen van hun net. In januari van dit jaar lukte het al 3.528 migranten de oversteek te maken. „We begrijpen dat we het risico lopen te sterven”, zei een geredde migrant deze week tegen de IOM. „Maar dat is een offer dat we bewust brengen, in de hoop op een toekomst.”

Zoals voor een georganiseerde vakantiereis tal van dienstverleners nodig zijn, zo bestaan ook smokkelaars in alle benodigde categorieën. De IOM onderscheidt er vijf: ronselaars, vervoerders, informanten, witwassers en bazen.

De fulltimecriminelen aan de top zijn de spinnen in een web van deeltijdboeven, bijklussers, zwartwerkers, ritselaars en opportunisten. Chauffeurs die soms goederen vervoeren, en soms migranten – wat maar voorhanden is. Handelende nomaden, zoals in de grensgebieden van Libië, die zich van grenzen nooit iets hebben aangetrokken. Jongens die met toeristenboten voeren, zoals in Egypte, maar switchten naar migranten toen het toerisme instortte door de politieke chaos.

Soms regelt één netwerk het hele reispakket. Vaker is een reis te complex of een migrant te arm om het met één smokkelaar af te kunnen. Geregeld zijn smokkelaars zelf óók migranten. „Op schepen gaan de echte smokkelaars van boord en geven ze het roer en een mobieltje aan een migrant, die in ruil daarvoor korting krijgt”, zegt Millman van de IOM. „Ze krijgen te horen: volg de pijl op de gps tot aan die coördinaten en bel de Italiaanse kustwacht.”

Een smokkelaar ziet kansen

Di Nicola onderzoekt vooral de grote vissen, de mannen met een miljoenenimperium. Voor hun boek Bekentenissen van een mensensmokkelaar spraken hij en de journalist Giampaolo Musumeci met de entourage van twaalf smokkelbazen en met sommige bazen zelf.

Zo heb je de Turk Muammer Küçük, van wie de uitvinding is Afghanen naar Griekenland te smokkelen in gehuurde luxejachten – ziet er minder verdacht uit. Of de Egyptenaar El Douly, ‘de international’, die transport van Egypte naar Libië verkoopt, en dat laatste land omschrijft als „een zwarte markt voor de zwarten”. El Douly leerde het vak toen hij in de jaren 90 vocht in de Eerste Golfoorlog, van een Irakees die soldaten hielp deserteren.

Een goede mensensmokkelaar ziet kansen in elke nieuwe barrière. Dat blijkt uit het boek van Di Nicola en rapporten van Frontex en het IOM. Eist Libanon opeens visa van Syrische migranten? Dan wordt het tijd voor grotere schepen aan de Turkse kust omdat de Libanonroute is afgesneden. Is het voor Syriërs moeilijker Libië binnen te komen omdat buurlanden de grenzen sluiten? Dan komen routes via Turkije, Griekenland en Oost-Europa weer meer in trek.

Zijn schepen volgens de maritieme wet verplicht drenkelingen te helpen? Dan timen de smokkelaars het vertrek zo dat hun barrels de route van een koopvaardijschip kruisen. Worden Eritreeërs meestal niet teruggestuurd en krijgen Zuid-Afrikanen makkelijk een visum? Dan worden Afrikanen Eritreeër of Zuid-Afrikaan.

Zoals een bovengrondse prijsvechter, zo denkt ook de ondergrondse reisbranche aan alles. Er zijn agenten en bureautjes – in vluchtelingenkampen, bij busstations, in steden en dorpen. Er is marketing, op Facebook en op advertentiesites. Er zijn soloreizen, familiereizen, groepsreizen. Er zijn aanbiedingen voor elke route, voor elk budget. En reisde men vroeger voornamelijk in de zomer, nu kan men elk gewenst moment op weg.

Vrouwen worden verkracht

Libië is een verhaal apart. Het bedient de bodem van de mensensmokkelmarkt. En op die bodem bestaat de klandizie vooral uit Afrikanen die soms wel twee jaar doen over de tocht naar Europa, onderweg steeds werkend – soms voor de smokkelaars – om bij te verdienen.

De smokkelaars hebben de zekerheid dat migranten volledig afhankelijk van hen zijn, zegt Di Nicola. De migrant heeft er alles voor over om op zijn bestemming aan te komen, en zal dus alles verdragen. Daarnaast is er nog de diepgewortelde Libische discriminatie jegens zwarten, die maakt dat Afrikanen de Libische smokkelaars het meest vrezen.

Vrouwen worden aan boord verkracht, mannen geslagen. Wie rondloopt, en dus de stabiliteit van het volgestouwde schip in gevaar brengt, wordt soms overboord gesmeten. Alleen wie extra betaalt, krijgt eten en drinken. Reddingsvesten nemen alleen maar plaats in en gaan niet mee. Op vissersschepen met een ruim zijn het de Afrikanen die in laad- en kruipruimtes worden opgesloten. De rijkere Syriërs zitten in de betere ruimtes.

„Voor Libische smokkelaars hebben Afrikanen nauwelijks waarde”, zegt Flavio Di Giacomo, het Italiaanse hoofd van de IOM. „We weten dat bootjes met slecht betalende Afrikanen zelfs als testmateriaal zijn gebruikt, om te kijken of de zee veilig was of niet. Dat deze vierhonderd mannen afgelopen zaterdag bij zware storm de zee op werden gestuurd, kan ermee te maken hebben dat er een volgende lading mensen aan kwam, zodat de smokkelaars de opslagplekken opnieuw nodig hadden. Maar het kan ook zijn dat het ze gewoon niets kon schelen.”

Maar volgens wetenschapper Di Nicola laten catastrofes de smokkelaars niet onverschillig. Want ook zij lijden dan verlies. „El Douly zei tegen ons dat hij er absoluut niet op uit was zijn cliënten te laten verdrinken”, zegt de onderzoeker. „Als een smokkelaar een boot verliest, betekent dat reputatieschade. Een cliënt die naar zijn dorp belt en zegt dat hij is aangekomen, betekent groei van de business.”

Bij Muammer Küçük betalen cliënten pas nadat ze zijn aangekomen. In zo’n geval betekent een schipbreuk voor de smokkelaar een financiële strop. Maar aan de armsten en wanhopigsten, die hun reis bij stukjes doen en gedwongen zijn vooraf te betalen, geeft het grootste reisbureau ter wereld geen garantie.

Een hek dan maar?

Hoe pak je deze almachtige, alomtegenwoordige reisbranche aan? Di Nicola is er stellig over: je moet de vraag afdempen – de kloof tussen arme en rijke landen dichten, rechtsystemen in falende staten pogen te herstellen. Europa kan grensbewaken wat het wil, „de echte politieke kwestie is dat Libië al maanden, jaren volkomen stuurloos is”, zei de Italiaanse premier Matteo Renzi woensdag.

Richt alle opsporing op de bazen, zegt Di Nicola. Gemakkelijk is dat niet, erkent hij, want zij hebben tot op het hoogste niveau connecties. Maar een hek om Lampedusa heen zetten heeft geen zin. „Kijk naar de Syriërs. Ook al hebben zij de vluchtelingenstatus, de Europese Unie screent ze niet in de buurt van Syrië. We laten ze eerst hierheen komen. Dat kost niet alleen levens, maar we spekken zo ook de beurzen van de smokkelaars.”