Blijven dansen in de frontlinie

Leven in een oorlogsstad: thuis bij de artiesten van de opera slaan granaten in. „Porosjenko moeten ze doodschieten.”

„U weet wat u moet doen als er geschoten wordt?”, vraagt Tamara Finko. En omdat ze nou eenmaal choreografe is, doet ze het meteen even voor – soepel en elegant, ondanks haar al wat gevorderde leeftijd. „Handen in de nek, en hup, naar de grond! En niet vergeten je mond open te houden. Anders knappen je trommelvliezen.”

We staan in de gangen van de Donbass Opera, het monumentale theater in Stalinistische stijl in hartje Donetsk. De hele ochtend is maar over één ding gesproken: wat gebeurt er in Minsk? Als het nieuws dan eindelijk bekend is geworden, staat sommigen het huilen nader dan het lachen. Zaterdagnacht zal opnieuw een staakt-het-vuren van kracht worden. Maar nu is het pas donderdag. „Dat betekent dat ze ons nog drie dagen gaan bombarderen”, zegt tekstschrijver Tatjana Melnikova zacht.

Afgelopen nacht werd de wijk waar Tatjana Melnikova woont, beschoten. Een granaat landde op de binnenplaats. De klap blies al haar ramen kapot en een grote granaatscherf spleet de airco bij haar aan de muur in tweeën. Tatjana bleef ongedeerd. Een paar uur later is ze alweer op haar werk en doet ze of er niets aan de hand is. Maar terwijl ze vol vuur vertelt over de geschiedenis van haar geliefde theater, raakt ze af en toe de draad kwijt en krijgt ze rode vlekken in haar gezicht.

Donetsk ligt onder vuur. Aan de vooravond van het staakt-het-vuren tussen de separatisten en het Oekraïense leger wordt er nog hevig gevochten. Maar in het statige operagebouw aan de Artjom-straat repeteren muzikanten en dansers voor Die Zirkusprinzessin, de operette die zaterdag op het programma staat. De oorlog is aan het theater niet voorbij gegaan. Een groot deel van de artiesten is gevlucht, het depot met decors is na een bombardement in vlammen opgegaan. „Als we ’s ochtends naar ons werk gaan, weten we niet of we veilig aankomen”, zegt sopraan Svetlana Maleeva. „Toch gaan we door. Dat zijn we verplicht aan onze toeschouwers.”

Het zuidoosten van Oekraïne staat bekend om de steenkool en om zijn zware industrie. Maar de hoofdstad van de Donbas kent ook een lange traditie van opera en dans. Sopraan Tatjana Plechanova begon hier haar glanzende carrière. Vadim Pisarev stichtte er zijn beroemde balletschool. Vooral bij de balletvoorstellingen is de grote zaal, met zijn 900 zitplaatsen, afgeladen.

In de tweede helft van de jaren dertig besloten de Sovjets dat de mijnwerkers en metaalarbeiders moesten worden verheven, en dat er een muziekgebouw moest worden gebouwd in Donetsk. Op 12 april 1941 opende de opera zijn deuren. Drie maanden later vielen de nazi’s de Sovjet-Unie binnen en werd Donetsk bezet. Het communistische staatstheater werd omgedoopt tot Front Oper. Tatjana Melnikova heeft kopieën van kranten uit die tijd, met foto’s van Duitse officieren op de eerste rij. „Nu zijn we opnieuw een frontopera geworden”, concludeert ze droevig.

Plantsoenendienst

Valentina Maksina (65) heeft haar bontjas aan, want het is ijzig koud in de grote zaal. Op het toneel repeteren de solisten hun aria’s, maar daar besteedt de regisseuse geen aandacht aan. Ze wil een verhaal vertellen. Afgelopen zomer keek Valentina uit het raam van het operagebouw. In de hele stad waren explosies te horen. „Toch zaten de mannen en vrouwen van de plantsoenendienst op hun knieën in het park, alsof er niets aan de hand was.” Valentina grijpt de arm van de verslaggever. „Toen ik dat zag, barstte ik in tranen uit.”

Vanuit het operahuis gezien, lijkt Donetsk soms inderdaad nog een normale stad. Vooral op een heldere morgen als deze, als de kanonnen even zwijgen. Mensen gaan naar hun werk, of laten de hond uit. De schappen in de supermarkten zijn aardig gevuld. Maar de cafés zijn verlaten. Het Japanse restaurant op de hoek van de Artjomstraat heeft de begane grond gesloten: sushi eten doe je in het veilige souterrain. Afrekenen kan alleen contant: doordat Kiev de Donbas heeft afgesloten van de betaalsystemen, is er geen werkende pinautomaat te vinden.

Maar de medewerkers van de opera wonen niet in het centrum. Hun huizen staan in Petrovski, dicht tegen de frontlijn, of in de Kievski-buurt bij het vliegveld, waar nogal altijd zwaar wordt gevochten. In die wijken vallen elke dag doden. Deze week ploften er granaten op het busstation, vlakbij het centrum. Verschillende mensen kwamen om. „Onze collega’s moeten óók met de bus naar het werk”, zegt de jonge bariton Sergej Doebnitski verontwaardigd. „Wat is dit voor een oorlog?”

Veel mensen vluchten. Donetsk, dat voor de oorlog een miljoen inwoners telde, loopt langzaam leeg. Wie geld en connecties had, verliet de stad bij het begin van de oorlog. Anderen zijn later gevlucht – omdat het artillerievuur te dichtbij kwam of omdat ze het gewoon niet langer uithielden. Degenen die blijven, proberen zo goed als het gaat door te gaan met hun leven. „Sommige mensen hebben gewoon geen plaats om heen te gaan”, zegt Sergej Doebnitski. „Anderen voelen dat het hun morele plicht is om te blijven.” Dan zingt hij zijn aria, de handen losjes in de zakken, met een lichte en losse stem die aan die van een tenor doet denken. Nog voordat het orkest de laatste noten heeft gespeeld, is hij al van het toneel verdwenen. Behalve operazanger is Doebnitski ook dirigent van een kerkkoor.

Hij is niet de enige met een dubbele baan. De opera van Donetsk moet alle zeilen bijzetten om open te kunnen blijven. Van de circa 600 medewerkers is ongeveer een kwart gevlucht. En dus wordt het orkest gedirigeerd door de eerste violist, en wordt het balletgezelschap aangevuld met leerlingen van de balletschool. Zelfs de leiding is gedecimeerd. Op 7 oktober, drie dagen nadat de Donbass Opera zijn deuren had geopend, kreeg algemeen directeur Vasili Rjabenki (49) een hartaanval.

„Hoe oud ze zijn?” Valeri Popov glimlacht. „De jongste is vijftien.” In de grote repetitiezaal hebben de danseressen zich langdurig opgewarmd. Nu dansen ze hun partij. Maar de leerlingen van de balletschool hebben duidelijk moeite om de professionele ballerina’s bij te benen. „Bij de uitvoering staan ze straks in een lange rij”, zegt Popov. „Het belangrijkste is dat het een beetje gelijk gaat.”

Popov is als ‘inspecteur’ verantwoordelijk voor het dagelijkse management van het ballet. Maar met een gedecimeerde troupe is het moeilijk voorstellingen plannen. „De meisjes zijn niet het probleem”, zegt Popov (50). „We komen vooral mannen tekort.” Zeven jaar geleden beëindigde hij zijn balletcarrière. Toch gaat hij zaterdag weer zelf het toneel op en danst hij een belangrijke bijrol in Giselle. Popov wrijft over zijn kleine buikje. „Gelukkig ben ik goed in vorm gebleven.”

Popov woont bij het station, dichtbij de zwaar getroffen wijk Oktjabrski. Als ’s nachts het schieten begint, tilt hij zijn kleinzoon uit zijn bedje en verschuilt het hele gezin zich in de badkamer. Daar tellen ze de seconden tussen het kanonschot en de inslag. „Zes seconden betekent: ver weg. Negen seconden: okay. Elf seconden betekent dat het dichterbij begint te komen.” Twee keer ontsnapte Popov aan de dood. „Ik wilde gaan wandelen met mijn kleinzoon, maar hij wilde niet aangekleed worden, begon te huilen. Op dat moment viel er een granaat voor de ingang van onze flat.” Kleinzoon Danil (1 jaar oud) schrikt intussen niet meer van de explosies om hem heen. „Als het knalt doet hij ook ‘boem’, ‘boem’. Alsof hij terugschiet.”

Popov is woedend over de beschietingen van zijn geliefde stad. Maar de balletinspecteur praat liever niet over politiek. De meeste artiesten trouwens niet. „We weten wel wat ieders standpunt is”, zegt soliste Irina Komarenko, die de rol van Giselle danst. „Sommigen steunen de Volksrepubliek, andere niet. En er zijn zelfs nog mensen in de stad die voor de regering in Kiev zijn.”

Kinderen vermoorden

Veel zullen dat er niet zijn: verreweg de meeste bewoners van Donetsk geven de Oekraïense regering de schuld van hun ellende. Komarenko (41) danste zeven jaar in de VS. Daar raakte ze bevriend met een gezin uit het westen van Oekraïne. „Zij staan achter de regering in Kiev en het Oekraïense leger. Voor mij was het shockerend dat ze mensen steunen die kinderen vermoorden.” Toch onderhoudt Irina het contact. Als andere Oekraïners reageren op haar Facebook-berichten is het tijd om snel af te haken. „Ik wil niet gaan discussiëren, er wordt zoveel vuil gespuid.” Ze zucht. „Ik begrijp niet waarom mensen ons zo haten.”

„Ze willen dat wij op de vlucht slaan”, zegt Tamara Finko. „Maar wij gaan hier niet weg. Wij houden van ons land.” De choreografe zit op de eerste rij van de grote zaal en kijkt naar het podium, waar de zangers repeteren voor Die Zirkusprinzessin. Een heel moeilijk stuk, zegt Finko. Tijdens het zingen moeten de operazangers dansen, jongleren en klimmen in de trapeze. „Moet je kijken hoe lenig ze zijn”, zegt de choreografe trots.

De artiesten zijn vervuld van hun werk. Doorgaan met optreden is hun heilige plicht. Het dagelijkse werk in de opera heeft bovendien een helende werking. Binnen de muren van dit statige theater vervliegt de angst.

„Wij zijn kunstenaars”, zegt tekstschrijfster Tatjana Melnikova plechtig. „Als wij de drempel van dit gebouw overschrijden, dan vergeten we de bombardementen om ons heen. Dan beginnen we ons artistieke, scheppende leven.”

Zo ziet de opera van Donetsk zich graag: als een plek van vrede en hoop, in een door oorlog getekende stad. Maar af en toe vallen de medewerkers heel even uit hun rol. Porosjenko? „Die moeten ze doodschieten”, gromt choreografe Tamara Finko. „Net als al die andere mensen die dit op hun geweten hebben.”

Plaatsvervangend directeur Igor Ivanov is een zachte man van in de zestig, die lijkt te beschikken over een onverwoestbaar optimisme. Maar dan krijgt ook hij het even te kwaad. „Ze denken dat ze dit ongestraft kunnen doen”, zegt hij terwijl hij bijna in tranen uitbarst. „Kent u Boris Godoenov? Aan het einde van de opera verschijnt de geest van de vermoorde tsarevitsj en verliest de tsaar zijn verstand. Dat zal hen ook overkomen.”