Bij veel jonge moslims werkt de rechtsstaat niet

Hoe gaat de rechtsstaat eigenlijk met moslims om? Je hoopt vooral netjes: volgens artikel 1 van de grondwet. Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Maar Maurits Berger, Leids hoogleraar ‘Islam en het westen’, vorige week in dit katern, ziet het anders. Volgens hem ervaren veel moslims dat de democratische rechtsstaat met twee maten meet. Niet in strikt juridische zin, maar wel maatschappelijk.

Moslims kùnnen hier niet echt zeggen of geloven wat ze willen. Ze voelen zich ongelijk behandeld. „Dat een dominee zich mag uitspreken tegen homoseksualiteit; maar een imam haalt er het nieuws mee, bijvoorbeeld. Dat sollicitaties anders lopen als je een Arabische achternaam hebt. Dat denigrerende en beledigende uitspraken over islam en moslims zijn toegestaan, maar wee je gebeente als je hetzelfde zegt over Joden.”

Hij merkte op dat het er niet om gaat of deze vergelijkingen terecht zijn. Het wordt zo gevoeld, het leidt tot wrok en verbittering. Tot afkeer van ‘Nederlandse’ instituten; van de pers, bijvoorbeeld, die wordt gewantrouwd. En niet alleen omdat ze geheel door autochtonen wordt bemand. Veel moslims voelen zich hier vernederd en onderdrukt – en dàt leidt tot radicalisering. De rechtsstaat met zijn idealen werkt niet als ‘tegenverhaal’, aldus Berger.

Nu was er deze week een moedige strafrechter, in Arnhem, die met nadruk moslims in bescherming nam. In het bijzonder hun vrijheid om ook orthodoxe opvattingen te mogen hebben, net als anderen. Volgens de Arnhemse rechter ben je zelf geen terrorist als je spullen gaat brengen naar je broer die bij een terroristische organisatie vecht en dezelfde orthodoxe islamitische overtuiging heeft als jij.

Verder waarschuwde de rechter dat het wettelijke begrip ‘terroristisch oogmerk’ moeilijk te hanteren is. Zeker bij orthodoxe moslims die zelf geen geweld in de zin hebben, maar alleen familie willen bijstaan met geld, kleding, slaapzakken en schoeisel, daden waar we overigens geen enkel zicht op hebben.

Ik noem zo’n oordeel moedig omdat politici elkaar overbieden in nieuwe maatregelen tegen terreur, die onverbiddelijk met moslims wordt geassocieerd. Het CDA wil bijvoorbeeld het ‘verheerlijken van terreur’ strafbaar stellen. Precies dat waartegen de rechter in Arnhem waarschuwde – maak niet iemands denken strafbaar. Dan voeren we het ‘intentiestrafrecht’ in: mensen opsluiten vanwege hun foute denkbeelden.

Het gezag spreekt al in termen van ‘oprotten’ en ‘paspoort afpakken’. De grens tussen wij en zij kan nauwelijks harder worden getrokken. Moslimouders wier kinderen op jihad willen, voelen zich in de kou staan. Bij terugkeer wordt 24 uurstoezicht door de AIVD, een meldplicht op het politiebureau en een strafzaak in het vooruitzicht gesteld. Mij verbaast het niet dat een jonge moslim rechtsstaat Nederland dan als een gevangenis en het kalifaat als de vrijheid ervaart.

De kernvraag is dus: wie beschermt de moslims, wie verdedigt hun fundamentele vrijheden? Wie dicht de kloof met de liberale rechtsstaat en wint het vertrouwen terug? Voorlopig marcheren we de andere kant op. Alle verdachten van terreur worden opgesloten op ‘terroristenafdelingen’, waar ze onder strikt regime apart zijn gezet. Ze moeten dagelijkse visitaties tot in de bilnaad ondergaan en worden voortdurend geobserveerd.

Van die aanpak is in 2011 al door criminologe Tinka Veldhuis vastgesteld dat de risico’s op herhaling er groter door worden. Deze afdelingen fungeren als jihadscholen, als ‘snelkookpannen’ waarna de groep zich harder afzet tegen de niet-moslim buitenwereld. Bedacht om ‘besmetting’ van andere gedetineerden te voorkomen organiseert Justitie verharding en rekrutering.

Wie op de Terroristenafdeling zit, is er ook een. Terwijl ze van verschillend allooi zijn. Dat varieert van de waarschijnlijke aanslagpleger tot de jongen die 1000 euro naar een Turkse rekening stuurde, ‘waarschijnlijk’ bedoeld voor IS.

Na het rapport van Tinka Veldhuis werd de Terroristenafdeling destijds gesloten, wegens voortschrijdend inzicht en gebrek aan verdachten. Maar nu, met tenminste 35 teruggekeerde jihadgangers, begint de leercurve weer van voren af aan.