Zuivering, moord: welkom bij de bolsjewieken

In negen verhalen, die voor het eerst zijn vertaald, levert de Nobelprijswinnaar scherpe kritiek op het communistische systeem. Zijn beschrijvingen van die kille wereld dwingen bewondering af.

Maarschalk Georgi Zjoekov (1896-1974), portret uit 1946 door Boris Jakovlev foto Fine Art Images/Hermitage Images/Getty

Weinig Russische schrijvers zijn genadelozer voor het communistische systeem geweest dan Alexander Solzjenitsyn (1918-2008). In 1974 werd hij, na publicatie van de eerste delen van De Goelag Archipel, zijn epos over de stalinistische werkkampen, de Sovjet-Unie uitgewezen, waarna een lange ballingschap begon. Pas in 1994, drie jaar na de val van het communisme, keerde hij terug naar Rusland, waar hij als een profeet werd onthaald en zich ook als zodanig begon te gedragen. Nationalistische en antisemitische uitspraken waren hem daarbij niet vreemd. Toen hij zich tijdens het presidentschap van Poetin steeds meer als diens ideologische goeroe manifesteerde, die de sluimerende anti-westerse sentimenten voedde en riep dat het nieuwe Rusland ook Oekraïne en Kazachstan zou moeten omvatten, keek niemand verbaasd op.

Helaas staat hierover niets in het voorwoord van Madeleine Mes in Abrikozen op sap, een door haar samengestelde bundel knap vertaalde verhalen van Solzjenitsyn uit de tweede helft van de jaren negentig. Wel beschrijft ze hoe in het huidige Rusland, waarin een meerderheid van de bevolking Stalin bewondert, steeds meer stemmen opgaan om Solzjenitsyns boeken op grond van zijn kritiek op het Sovjetverleden te verbannen. Hoe tweeslachtig en grillig kan het lot van een schrijver zijn.

De verhalen uit Abrikozen op sap vallen op door hun eigenzinnige taalgebruik, dat, zoals Mes uitlegt, door de schrijver gezuiverd is van vreemde, lees buitenlandse, smetten, en daardoor voor haar hels moeilijk was om te vertalen. Bijna alle bestaan ze uit twee delen, waarbij het tweede deel zich later in de tijd afspeelt of vanuit een ander perspectief wordt verteld. Dat leidt meestal tot een mooie en intrigerende plot. Zo schrijft in het titelverhaal een doodzieke dwangarbeider een brief aan een bewonderde schrijver, waarin hij zijn treurige geschiedenis vertelt en om een voedselpakket vraagt. Zijn ouders waren boeren die tijdens de collectivisatie van de landbouw, eind jaren twintig, als koelakken zijn onteigend en gedeporteerd. Zijn leven is een aaneenschakeling van ontberingen, arrestaties en armoede. Hij is ‘door dusdanig voortleven geplaagd tot aan de laatste kwetsuur’.

Genadeloos

In het tweede deel van het verhaal zet Solzjenitsyn de beroemde schrijver genadeloos neer. Hij is een zelfgenoegzame apparatsjik, die zich voor het propagandakarretje van de communistische partij laat spannen en de gewone man als een primitief curiosum ziet. Zo is de simpele taal van de arbeider voor hem een voorbeeld van ‘overweldigende woordcombinaties’, die hij zelf niet had kunnen verzinnen en die in de nieuwe proletarische literatuur de norm zouden moeten zijn. Het verbaast je dan ook niet, dat de schrijver nooit op die brief zal antwoorden.

Enkele andere verhalen gaan over de boerenopstanden in de jaren dertig tegen de nieuwe communistische heersers, waarin Solzjenitsyn de wreedheid van de bolsjewieken uitvergroot. Dat gebeurt heel sterk in ‘Jong spul’, waarin een vrij domme student aan een ingenieursopleiding voor arbeiders zakt voor zijn tentamen mechanica. Door zijn docent om genade te smeken, zet die alsnog ‘geslaagd’ in het tentamenboekje. Als enkele jaren later het eerste showproces begint en de nietsvermoedende docent wordt gearresteerd op verdenking van sabotage, duikt zijn voormalige student weer op, die inmiddels ondervrager is van de geheime politie. Dit keer matst de student de docent, door hem met de woorden ‘niemand komt hier vrijgesproken uit’ een getuigenis af te dwingen tegen een collega, waardoor hij vrij wordt gelaten. En dan lees je twee veelzeggende zinnen waarmee in feite alles over het nieuwe systeem wordt gezegd: ‘Vóór de revolutie bleef iemand die was gearresteerd doorleven achter tralies of in ballingschap, hij had contact met zijn gezin, zijn vrienden – maar nu? Ze gingen ten onder in het niets…’ Solzjenytsin beschrijft daarna op meesterlijke wijze de angst van de gevangen docent die niet weet wat hem te wachten staat. Een pasage, die als een verstikkende nachtmerrie leest.

Onschuldige meisjes

In ‘Nastjenka’ wordt de ondergang van de bourgeoisie geschetst aan de hand van het leven van onschuldige meisjes. Hier laat Solzjenitsyn zien hoe mensen steeds meer ingekapseld raken door het communistische systeem en geleidelijk aan hun afkomst vergeten of uitwissen.

Het langste verhaal is ‘Op het scherp van de snede’, waarin Solzjenitsyn in het leven van maarschalk Zjoekov duikt. Boerenjongen gaat in de Eerste Wereldoorlog in het leger en klimt geleidelijk op. Zjoekovs leerschool is die van het onafgebroken moorden tijdens de Burgeroorlog, van het neerslaan van boerenopstanden in de provincie daarna. In het tweede deel van het verhaal is Zjoekov oud en schrijft hij zijn memoires. Hij dwingt zichzelf nu om de waarheid onder ogen te zien. Desondanks blijft hij het communisme en Stalin vergoelijken, ook al lees je tussen de regels door steeds meer dat hij de Sovjetleider een waardeloze strateeg vond die miljoenen Russische soldaten onnodig heeft geofferd. Pas aan het eind, als Zjoekov een beroerte heeft gehad, beseft hij voor welke oplichters hij gevochten heeft en denkt hij ‘was hij nu echt zo stom geweest?’

In alle verhalen in deze bundel wordt een kille, wrede wereld beschreven. Het is een wezenlijke trek van Solzjenitsyns schrijverschap, dat niet altijd je hart weet te veroveren, maar wel je bewondering afdwingt.