Zonder lokale media winnen lokale partijen

Richt onafhankelijk fonds op om lokale media – nu op sterven na dood – te revitaliseren, aldus Henri Beunders, Annelies van der Horst en Justin de Kleuver.

illustratie angel boligan

De landelijke kranten en weekbladen verkeren (nog) in een walhalla vergeleken bij de onafhankelijke lokale en regionale media, of het nu om papieren media (offline) gaat of om online media (websites). Een gisteren aan minister Plasterk aangeboden onderzoeksrapport laat niet toe te spreken van koekkoek-één-zang. De verschillen tussen aanpalende gemeenten zijn soms bizar groot.

In Almere (met bijna 200.000 inwoners de zevende stad van het land) is geen lokale omroep en moeten de inwoners het doen met twee huis-aan-huisbladen. In Barneveld, met 50.000 inwoners, is iedereen behoorlijk tevreden over de lokale media en hun rol bij de gemeentepolitiek. In steeds meer (kleinere) gemeenten ontbreekt echter steeds vaker elke vorm van onafhankelijke, kritische journalistiek.

Daar kunnen wethouders vaak ongestoord hun gang gaan, tot er plots iets raars gebeurt dat inwoners direct raakt, en de ‘dorpspolitiek’ binnen luttele tijd meters dikke dossiers oplevert, zoals in Bloemendaal gebeurde. Daar trad de burgemeester af omdat de zich gedupeerd voelende burgers het er niet bij lieten zitten, en er één gepensioneerde journalist was die zich in de kwesties verdiepte.

De verhouding voorlichter-journalist is nu vaak 5:1 tot zelfs 10:1. Geen wonder dat het ‘nieuws’ in de huis-aan-huisbladen voor het grootste deel bestaat uit copy-paste berichtjes uit het uitgaanscircuit, 112-berichten en al die gemeentelijke informatieberichten.

Lokale radio is een verhaal apart: als die er al is draait die geheel op de inzet van vrijwilligers, veelal gepensioneerden, die niet in staat zijn een vergadering van de gemeenteraad te vatten in enkele geluidsfragmenten: het uitzoeken en monteren daarvan kost minimaal een dag werk.

Er is in opdracht van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek afgelopen jaar veel onderzoek gedaan naar de stand van zaken in al die kranten, bladen, radio- en tv-zenders en op al die websites, ook de websites van die gedreven burgers, de hyperlocals. De conclusie is dat het gehalte aan onafhankelijke, kritische journalistiek in sommige gemeenten tot bijna het nulpunt is gedaald.

Uit de enquêtes onder alle wethouders en raadsleden komt naar voren dat 70 tot 80 procent van hen het heel belangrijk vindt dat er onafhankelijke en kritische media zijn. Het veldonderzoek wijst uit dat dit goeddeels lippendienst is. In de praktijk is men namelijk ook heel tevreden dat de afdeling voorlichting zo groot is geworden en alle digitale en oude vormen van communicatie intussen zo goed beheerst dat men die ‘oude media’ vaak helemaal niet meer nodig heeft om de eigen boodschap te verzenden naar de burger.

Het accent ligt op (positief) informeren en niet op duiden of kritiek leveren. En zelf twittert men er ook op los. Maar door die overmacht van het gemeentehuis weet men eigenlijk helemaal niet meer of de boodschap ook wel aankomt. En wat de burgers nu echt denken over het beleid en of ze straks nog wel gaan stemmen.

Zo is de gemeente de media, maar ook de burger, steeds meer als een vreemd wezen, zo niet de vijand, gaan beschouwen.

Immers, die huidige overkill aan gemeentelijke voorlichting verhinderde dat burgers heel ontevreden zijn. En ook niet dat bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014 het percentage kiezers dat niet op de landelijke maar op lokale (protest-)partijen heeft gestemd weer is gestegen, van 24 naar 30 procent. Rara, hoe kan dit? De gemeenten hebben communicatieafdelingen van soms wel 40 tot 50 fte’s (Almere), en toch is in Almere de PVV de grootste partij.

Een conclusie over de lokale en regionale media en de politiek is dezelfde die politicoloog Peter Mair in 2011 trok voor de politiek in heel West-Europa: Ruling the Void – regeren over de leegte. Op partijen als de SP en sommige lokale partijen na, hebben de landelijke partijen zich uit buurten en gemeenten teruggetrokken op het Haagse regeringsbastion. Ze regeren in feite alle vanuit een vermeend nationaal bestuurlijk belang, en steeds minder namens de kiezers.

Om de vraag te beantwoorden waarom veel landelijke partijen het lokaal zo slecht doen, is meer onderzoek nodig naar het gedrag van individuele burgers. De digitale enquêtes die nu zijn gehouden over het ‘mediagebruik’ roepen ook vragen op. Zo wil 80 procent geen stuiver betalen voor onafhankelijke informatie over hun gemeente. Men is namelijk zeer tevreden over dat gratis huis-aan-huisblad. Men zegt ook zeer tevreden te zijn over ‘de achtergronden’ en de ‘opiniestukken’ in die bladen, die er niet in staan. Men is dus zeer tevreden over iets wat men helemaal niet krijgt.

De vraag hoe het politieke oordeel van de burgers in de gemeenten tot stand komt, is dus nog altijd in zekere mate een black box. Of geldt wat een raadslid ons zei: „De burger gaat voor bier en RTL 4”? Na ons veldonderzoek zeggen wij: mentaal leven de burgers landelijk, men voelt zich een actieve burger die de kaas niet van het brood laat eten.

Want men kijkt Radar, Opgelicht, Kassa, en wat dies meer zij. Velen leven mentaal dus nauwelijks in de eigen gemeente, tot men iets verneemt – meestal niet via de media maar via-via: de buren, het verjaardagspartijtje – dat hun eigen belang en leefomgeving direct raakt. De Wet waardering onroerende zaken (WOZ), de afvalophaaldienst, het nieuwe asielzoekerscentrum, het verdwijnen van de parkeerplek, de ringweg, etcetera. Dan is men snel vatbaar voor de lokale partij Ons Belang, van wie men vaak een vertegenwoordiger ook persoonlijk kent via de buurt of de sportvereniging.

Tegenover de lokale protestpartijen hebben landelijke partijen, zoals de PvdA, intussen een groot nadeel. Hun thematiek – zorg, werk, inkomen, integratie – komt nauwelijks tot niet aan de orde in die huis-aan-huisbladen die intussen de ruggengraat zijn geworden in de lokale nieuwsvoorziening. Dat vereist namelijk onafhankelijke en kritische journalistiek. Het doorsneebericht gaat over de gedegradeerde handbalclub en over Gordon die die nieuwe winkelpassage komt openen.

Lokaal wordt het medialandschap dus steeds leger. De oplossing? De rijksoverheid zou samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het initiatief moeten nemen om in elke gemeente een onafhankelijk mediafonds op te richten, en een website – www.gemeente.media.nl.

Dat fonds, betaald onder andere uit de rijksbijdrage aan de gemeenten voor lokale media en uit het budget dat nu aan de provinciale media wordt besteed, moet een minimumniveau garanderen aan onafhankelijke, kritische journalistiek. Het fonds zou daar ook opdrachten voor kunnen uitschrijven.

Dit laatste biedt aan de groeiende schare werkloze jonge journalisten een mooie gelegenheid zich in een gemeente te vestigen en tegen betaling een bijdrage te leveren aan de controle op het algemene belang, en op de uitvoerders ervan, de Burgemeester en Wethouders. En niet te vergeten de raadsleden, die nu nauwelijks te horen zijn.

Het is immers niet zo dat hoe kleiner de gemeente, hoe hoger de kwaliteit van de bestuurder is. Vaak is het omgekeerde het geval. Zeker nu de verantwoordelijkheden van de gemeente groter worden, verdient juist de ‘dorpspolitiek’ meer journalistieke waakhonden.