Ze konden niet wachten tot we opengingen

Met een gezicht waarin zowel de degelijkheid als de niksigheid van een plastic broodtrommel te lezen was, legde Blokker-directeur Jack Peters deze week voor de NOS-camera uit wat er bij zijn bedrijf gaat veranderen. ‘Enerzijds’, ging men 25 miljoen euro steken in het vernieuwen van de filialen. ‘Anderzijds betekende dat’ dat 440 van de 7200 (ruim zes procent) medewerkers van Blokker ontslagen zullen worden.

In het item legde een voice-over in eenvoudige taal uit wat er mis was en wat de gevolgen waren, daarna kwam Peters in beeld die dezelfde boodschap bracht, maar dan versleuteld en slechts te decoderen door de abonnees van het nog op te richten tijdschrift CEO Weekly. NOS: ‘De helft van de winkels draait slecht en dan loopt er al snel te veel personeel rond.’ Peters: ‘Dat betekent dat in die winkels het gedrag van de klanten… uh… anders is dan wij in het verleden…uh… gezien hebben. Dat betekent dat ze op een andere manier kopen… op andere momenten… en dat de bezetting te weinig flexibel is om dat klantgedrag te kunnen volgen. En dat gaan we nu in lijn brengen.’ Kortom: we hebben wel klanten, maar ze komen altijd net binnenwandelen als we er zelf niet zijn.

Een beetje huisvrouw- of man schaft nu minder aan, of doet dat digitaal. Dat dit in de jaren tachtig anders was, staat in Vertrouwd voordelig, Peter Middendorps prachtige (op naar de shortlist van de Libris Literatuurprijs) afrekening met een jeugd die zich grotendeels in de Emmense Blokker afspeelde. Pa is bedrijfsleider, zoon Vincent motiveert de mensen om tot de aankoop van citruspersen over te gaan. Ondanks dat deze nogal ‘niet-verhalend’ op de verkoper zelf overkomen.

Dat kon de mensen destijds overigens niets schelen. Men trok de knip. En graag ook. Een ochtendtafereel: ‘Winkelmeisjes kwamen binnen – je kon ze horen praten, met vaak opgewonden stemmen – die van alles hadden meegemaakt sinds de winkel de dag ervoor om zes uur was gesloten. De eerste klanten stapten ook al over de drempel. […] Je had erbij die niet konden wachten tot we opengingen’.

‘Ze kunnen niet wachten tot we opengaan’. Is die middenstanderszin nog vaak te horen op een verjaardag?