Voor de Donbas is geen plek meer in Oekraïne, vindt separatist ‘Krest’

Compagniecommandant

De pro-Russische rebel ‘Krest’ ziet weinig in een bestand. „De Oekraïners gingen vorige keer na één dag al weer schieten.”

Hij heet Sergej, maar hij noemt zich Krest – ‘kruis’ in het Russisch. „Ik ben commandant van een compagnie stormtroepen”, zegt hij, terwijl hij een telefoon opdiept uit een van de zakken van zijn camouflagepak. „En dit is wat ik doe”.

De videobeelden laten gesneuvelde Oekraïense militairen zien. Naast de lijken staat een triomfantelijke Krest. Op het volgende filmpje is te zien hoe een granaatscherf operatief wordt verwijderd. Ook dat is Krest. Op 28 januari januari raakte hij aan het front gewond. Het stuk metaal zat net naast zijn ruggengraat.

Een week later was Krest alweer terug op zijn post. Afgelopen week, zo vertelt hij, stond hij in de loopgraven bij het vliegveld, even ten noorden van Donetsk.

Krest maakt deel uit van de brigade ‘Vostok’, een paramilitaire eenheid van de pro-Russische opstandelingen in Donetsk, met een naam die teruggaat tot de Tweede Tsjetsjeense Oorlog. De Tsjetsjeense strijders van het het zogeheten bataljon ‘Vostok’ vochten voor Moskou, en verwierven zich daarbij een bedenkelijke reputatie.

Vostok-bataljon

Volgens de zelf uitgeroepen ‘Volksrepubliek Donetsk’ heeft de huidige brigade daarmee niets van doen, en vormen lokale vrijwilligers de ruggegraat van Vostok. Dat laatste is lastig te rijmen met de gebeurtenissen van vorig jaar mei, toen het zogeheten ‘Vostok-bataljon’ – met tientallen Tsjetsjenen in de gelederen – een einde maakte aan revolutionaire stammenstrijd in Donetsk en de macht overnam in stad.

Krest is in elk geval zeker geen local, maar een Duits staatsburger. Hij werd geboren in Kazachstan, als nakomeling van Wolga-Duitsers die door Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd naar Centraal-Azië.

Zeventien jaar woonde hij Duitsland. Op de vraag of hij heeft gediend in de Bundeswehr, wil hij geen antwoord geven.

Wat hij wel kwijt wil, is dat hij gevochten heeft in Syrië. Aan de kant van Assad? Krest kijkt nors voor zich uit. „We zouden toch praten over Vostok?”

Het heeft geen zin om Krest te vragen naar Tsjetsjenen, of naar de aanwezigheid van Russische militairen in het oosten van Oekraïne. Sergej zal je vertellen dat de meerderheid van zijn eenheid bestaat uit eenvoudige mijnwerkers uit de Donbas. Je hoeft Krest ook niet te vragen naar de enorme hoeveelheid zware wapens waarover de pro-Russische opstandelingen in de Donbas beschikken. „Die hebben we veroverd op het Oekraïense leger. Je wilt niet weten hoeveel materieel ik zelf al in beslag heb genomen.”

Hij verwoordt daarmee het officiële standpunt van de Volksrepubliek Donetsk en de Russische regering in Moskou. Maar het is opvallend hoe goed de ‘Volksweer’ is uitgerust. In april van dit jaar verdedigden de separatisten in Slavjansk hun hoofdkwartier nog met zes aftandse pantserwagens van de Oekraïense Nationale Garde. Nu rijden er geavanceerde raketsystemen over de wegen van Volksrepubliek.

Vijftien granaatscherven

De zwaarbewapende opstandelingen hebben het Oekraïense leger steeds verder in het defensief teruggedrongen. De eenheid van Krest was belast met de zwaarste opdrachten, zegt hij. „Wij vallen aan: met artillerieondersteuning of zonder”, was zijn motto. „Bevel is bevel.”

Krest verwacht weinig van een staakt-het-vuren. „Een wapenstilstand is er nooit geweest’’, zegt hij. Het eerste Minsk-akkoord, in september, heeft de gevechten tussen het Oekraïense leger en de separatisten niet kunnen beëindigen. „De Oekraïners hebben zich één dag aan de wapenstilstand gehouden’’, zegt Krest. „Daarna zijn ze weer begonnen met schieten.”

Voor Krest is er maar één manier om het conflict te beëindigen. „Of de Donbas wordt een aparte staat, of de regio gaat op in Rusland. Na alles wat er is gebeurd, kunnen de mensen niet meer in Oekraïne leven.”

Wat vinden zijn kinderen in Duitsland van het feit dat hij hier vecht?

„Die zijn trots.”

En zijn vrouw?

„Die is ook trots.”

Kent hij dan geen angst?

„Angst waarvoor? Ik ben bang dat ik mijn kameraden verlies. Of dat ik mijn kinderen niet meer kan zien. Voor mijzelf ben ik niet bang.”

Krest steekt zijn vuisten naar voren, die overdekt zijn met kleine littekens. „Ik heb vijftien granaatscherven in mijn lichaam. Doodgaan boezemt mij geen angst meer in. De enige angst is dat ik armen of benen kwijtraak.”

Krest steekt zijn beide handen onder zijn kogelvrije vest. „Voor dat geval heb ik twee granaten hier.”