Plastic in zee? Grote kans dat het uit Azië komt

Foto iStock

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

Azië, en dan vooral China en Indonesië, dumpen het meeste plastic in zee en zorgen zo voor een enorm milieuprobleem. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek dat de American Association for the Advancement of Science presenteerde.

Jaarlijks dumpen 192 landen ter wereld tussen 4,8 miljoen ton en 12,7 miljoen ton plastic in zee. De onderzoekers houden 8 miljoen ton aan als hun beste inschatting van hoeveel rommel in de wereldzeeën drijft. De Financial Times schrijft erover.

China is goed voor 28 procent van al het gedumpte plastic en Indonesië voor 10 procent. Van de twintig grootste boosdoeners zijn er 19 ontwikkelingslanden. De twintigste is de Verenigde Staten.

Wie een paar dagen op Indonesische stranden heeft doorgebracht herkent het probleem onmiddellijk en weet ook de oorzaak: falen van de staat. De staat voorziet niet in schoon leidingwater in het uitgestrekte eilandenrijk. Plastic flesjes, met plastic dopjes en plastic folie zijn voor veel mensen de enige manier om aan schoon water te komen. Bovendien kopen ze wasmiddel, koffie en kookolie in kleine pakketjes, want die kunnen ze makkelijker betalen dan grotere verpakkingen.

Als het plastic niet verbrand wordt, wordt het makkelijk in rivieren gegooid of op grote vuilnisbelten nabij zee of rivieren.

Zoekmachine Baidu blijft maar groeien

De Chinese zoekmachine Baidu blijft groeien en profiteert vooral van beschikbaarheid van 4G-internet in grote Chinese steden, waardoor mensen makkelijker met hun smartphones naar Baidu surfen. Dat schrijft de Japanse nieuwsdienst Nikkei Asian Review.

Baidu verdient er stevig aan. In de periode oktober-december steeg de winst met 16 procent tot omgerekend 517 miljoen dollar.

Vooral de inkomsten uit online-advertenties steeg met 6 procent. Ruim 40 procent van de inkomsten genereert Baidu inmiddels niet van laptops of computers maar van tablets en smartphones.

Singles tellen mee in Koreaanse inflatiecijfers

Achter statistieken zitten mensen. Dat beseft de directeur van het Zuid-Koreaanse statistisch bureau. Hij pleit ervoor dat het mandje van goederen dat gebruikt wordt om inflatie (prijsstijging ofwel geldontwaarding) te meten, wordt aangepast om meer recht te doen aan de samenstelling van de Zuid-Koreaanse samenleving. Klinkt hoogdravend, maar wat hij eigenlijk beoogt is veel simpeler, schrijft persbureau Bloomberg.

In 1990 was 9 procent van alle Zuid-Koreaanse huishoudens alleenstaand. Dat is gestegen tot 27 procent dit jaar. De directeur van de statistische dienst vindt het daarom belangrijk in de berekening van de inflatiecijfers meer gewicht te geven aan eten zoals gedroogde noedels, want dat eten alleenstaanden volgens de dienst.

Ook kopen Zuid-Koreanen veel meer online, vooral telefoons en elektronica, om een betere afspiegeling van het prijspeil te geven wil de statistische dienst internetaankopen ook een zwaarder gewicht geven.