Pizza’s en concerten maken Bird rendabel

Het ene na het andere Rotterdamse poppodium sloot de afgelopen jaren de deuren, maar BIRD breidt drie jaar na de opening zelfs uit. Een vraaggesprek met de artistiek leider.

Foto Robert Tjalondo

Een pizzeria en een extra zaal. Waarom heeft BIRD uitbreiding nodig?

„Toen we drie jaar geleden openden, hadden we ongeveer voor ogen hoe we de bestaande ruimte wilden invullen. Gaandeweg blijk je toch te moeten improviseren. Tijdens clubavonden moet het restaurantgedeelte bijvoorbeeld omgebouwd worden tot garderobe. Heel onhandig. En heb je onze backstage gezien? Daar worden de artiesten die hier komen optreden niet vrolijk van. In de nieuwe hofboog krijgen we er een grote garderobe, backstageruimte en toiletten bij. Dat klinkt niet spannend, maar met betere voorzieningen kunnen we wel grotere artiesten naar BIRD halen en onze clubavonden uitbreiden.”

De afgelopen jaren werden middelgrote podia als WATT en De Nieuwe Oogst niet lang na de opening weer opgedoekt. Waarom lukt het BIRD wel om de deuren open te houden?

„Omdat we echt met onze ballen op tafel lagen. We hebben de eerste twee jaar helemaal geen salaris gehad. Dat doe je alleen als je gelooft dat je plan kan slagen.

WATT was een top-downconstructie: er was geld vanuit de gemeente en daar werd een organisatie bij opgetuigd. Je merkte al snel dat dit geen goede basis was: het management sprong als eerste van de boot toen deze begon te zinken. In BIRD zouden wij tot het einde aan het roer staan.”

Hoeveel heeft het combineren van een poppodium, club en restaurant te maken met jullie succes?

„Dat is een businessplan: je probeert het publiek zo lang mogelijk binnen te houden. Nu is de overgang tussen restaurant en podium niet soepel: na middernacht zie je de leeftijd hier met twintig jaar dalen. Zo ontstaan er eilandjes. Daarom hebben we bij de uitbreiding gekozen voor een pizzeria: de drempel om een hapje te komen eten voor een concert wordt kleiner. We zijn op zoek naar meer kruisbestuiving.”

En naar meer geld in het laatje?

„Natuurlijk. In alle zaakjes met een pizzeria en een à la carte-gedeelte wordt het meeste geld met de pizza’s verdiend.”

Waar verdient BIRD nu het meest aan?

„De clubavonden. Maar het restaurant is sinds afgelopen jaar ook winstgevend. Met concerten kun je geen geld verdienen, daar krijgen we dan ook subsidie voor.”

Die subsidie kregen jullie in 2012 van de gemeente, tegen het advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur in. Was dat de redding van het podium?

„Absoluut. Ik ken de rekensom: de overheadkosten voor livemuziek zijn te hoog om zonder subsidie te programmeren. Je kunt het bandje misschien nog wel betalen, maar de programmeur en het marketingteam niet. Zonder subsidie was BIRD waarschijnlijk een club met restaurant geworden, waar heel af en toe livemuziek geprogrammeerd werd. Maar door de subsidie konden we nog niet achterover leunen. Er was dan geld om concerten te organiseren, maar we moeten nog steeds een gezond podium op poten zetten.

De club en het restaurant zijn BV’s, terwijl het podium een stichting is. Hoeveel wrijving is er tussen deze drie partijen?

Natuurlijk is er een spanningsveld. De BV gaat over rendement en de stichting over de culturele inhoud. Geen linkse hobby’s hier: concerten moeten kostendekkend zijn. Vorig jaar was er bijvoorbeeld een terugloop van de concertbezoekers. Dan trekken we direct aan de bel.

Ik vind het wel belangrijk dat de inhoud leidend is. Je kunt denken: ik wil zoveel mogelijk bier verkopen en ga daar inhoud bij zoeken, of je kunt een sterke programmering neerzetten waardoor je uiteindelijk bier gaat verkopen. Wij gaan altijd voor dat laatste.”