O wonder, de EO toont een genezen homo. Ziek is dat!

Wouter van Dijke volgt refo’s – grappig, al die achterhaalde denkbeelden. Maar de EO maakt het nu te bont, met een clichéverhaal over de gayscene.

Foto AFP / JACK GUEZ

Een stiekeme hobby van me is de site refoweb.nl. Op deze site voor streng-gereformeerde christenen kunnen lezers vragen insturen, die daarna door een predikant worden beantwoord. Zo kun je er ontdekken dat Donald Duck en Kolonisten van Catan des duivels zijn. Donald Duck voedt immers in zijn eentje drie kinderen op en lijkt ‘Catan’ niet net iets te veel op ‘Satan’?

Toen ik vanochtend van een vriend een link doorgestuurd kreeg naar EO.nl verwachtte ik iets vergelijkbaars: me verkneukelen over achterhaalde denkbeelden die zo weinig realiteitsbesef in zich hebben dat het onmogelijk is er aanstoot aan te nemen. Dat viel vies tegen.

De EO plaatste namelijk een interview met de 19-jarige Thony. De kop: ‘Elk weekend was ik in de meest ordinaire gayclubs te vinden’. In de inleiding volgt cliché op cliché. Thony’s leven wordt vol van lust en zonde geschetst: hij gebruikt harddrugs, had veel vriendjes en danste zelfs op het podium! Ja, dan weet je dat het goed mis is.

Maar gelukkig kwam alles goed, want God himself greep in.

Zo snel gaat dat in homoland

Nadat Thony tegenover zijn vrienden uit de kast was gekomen, kreeg hij zijn eerste vriendje: een dag na hun eerste date kregen zij een relatie, „zo snel gaat dat in homoland”. Deze zin stoort me, en niet alleen omdat ik homoland (helaas) niet op Google Maps heb kunnen terugvinden. Kom op EO, hij was zestien! Het is het ultieme pubercliché: je kent elkaar net een dag en de trouwplannen zijn al gesmeed. Dat heeft met homo-zijn niks te maken.

Net als ik kwam Thony uit de kast via Facebook en gelukkig kreeg hij, net als ik, verschrikkelijk veel positieve reacties, zelfs van leerlingen van zijn reformatorische school.

Zoals het een tiener betaamt, ging hij experimenteren. Hij droeg make-up en handtasjes en rolde langzaam maar zeker de gayscene in „waar alles draait om uiterlijk, seks en scoren”. Thony verkleedde zich als vrouw en gebruikte drugs in de meest ordinaire clubs, hij ging vreemd, kortom: hij deed alles wat God verboden had, tot hij zelfs door zijn ouders uit huis werd getrapt.

In tegenstelling tot zijn ouders was God wel barmhartig en „in een club in Brussel, waar voornamelijk oudere mannen waren die hun lusten op elkaar uitleefden en die mij behandelden als jong snoepje, liet God me inzien dat het dierlijk, onmenselijk en onnatuurlijk was wat hier gebeurde”. Die zondag trok Thony weer in bij zijn ouders en ging hij weer naar de kerk. Hij kreeg een relatie met een lieve jongen die hem steunde in zijn geloof. Thony had eindelijk een vriendje van wie hij écht hield en kon zijn homoseksualiteit en zijn geloof met elkaar verenigen. Eind goed, al goed!

Ho, nee, toch niet! Want zelfs een fijne, liefdevolle relatie mag niet van de o zo barmhartige EO-God. Volgens zijn kerk moest Thony volledig in dienst van God staan en hij maakte zijn relatie uit. Hij wil zijn leven geven aan God en hij heeft heel veel zin om naar de hemel te gaan. Toch nog een soort van happy end.

Als Thony denkt dat zijn keuze hem gelukkig zal maken, dan ben ik blij voor hem. Dat hij van een heftige, oppervlakkige levensstijl afstapte: prima. Maar wat de EO doet, is belachelijk. Ze zet de volledige gayscene weg als één grote hedonistische orgie waar alles gaat om uiterlijk en seks. Tuurlijk, die mensen zitten er tussen, maar die vormen heus niet de meerderheid. Hallo, heb je weleens een heterojongen gezien? Alsof die nooit aan seks denkt.

Maar nee, daar gaat het niet om, althans niet in de beeldvorming van de EO, nota bene een van belastinggeld gesubsidieerde omroep. In hun nachtmerries worden de EO’ers achtervolgd door mannen met roze boa’s, leren petten en broekjes met een gat aan de achterkant, of jongens met opgeschoren kapsels en donkerpaarse lipgloss die hun Louis Vuitton-tassen inzetten als wapen tegen de deugdelijkheid.

Boordevol vriendschap

Als de EO’ers voorbij hun nachtmerries zouden kijken, zouden ze zien hoe de gayscene er écht uitziet: boordevol vriendschap en naastenliefde, met doodnormale mensen die zich inzetten voor elkaar en voor een betere wereld. De gayscene is een geweldig diverse mix van mensen, die zich laat horen als er onrecht wordt gepleegd tegen homo’s in Rusland, Oeganda of Kirgizië, die zich door tegenslagen laat verbroederen en vooruit, die ook een behoorlijk goed feestje kan geven. Dat vind ik pas iets om in te geloven!

Voor elke zaterdagavond die ik in een ‘ordinaire gayclub’ sta, zit ik er vijf op de bank naar Netflix te kijken, met mijn vriendje, of één van mijn vrienden. Geen pillen, alleen een zak chips. Niet verkleed als vrouw, maar in mijn warmste, slobberigste trui. De EO zou eens een tripje naar homoland moeten maken: het is echt niet zo spannend als ze denkt. Misschien kunnen we een potje Kolonisten van Catan spelen?