Moeder dode Bassil hoort alle ellende in kappersstoel

Precies een jaar geleden vielen 43 doden bij demonstraties tegen de regering. Onder hen de zoon van kapster Jeneth.

Bij een demonstratie in Venezuela toont een vrouw een foto van de gedode timmerman Bassil, zoon van kapster Jeneth. Foto Fernando Llano/AP

In haar sjofele kapperszaak aan huis moet Jeneth Frías (46) huilen als ze terugdenkt aan het moment dat ze hoorde dat haar enige zoon, Bassil Da Costa, dood was. Haar zus vertelde eerst dat Bassil in zijn been was geschoten. Later zei ze dat de kogels, afgevuurd door agenten bij een protestmars tegen de regering van Venezuela, ook zijn hoofd hadden geraakt.

Gisteren was het precies een jaar geleden dat Bassil Da Costa omkwam, 23 jaar oud. Hij was de eerste van de 43 doden die vielen bij de demonstraties, die begonnen op 12 februari, de Dag van de Jeugd.

Terwijl gisteren opnieuw werd gedemonstreerd in Caracas en andere Venezolaanse steden, trekt de kapster de trieste conclusie dat de problemen in het socialistische olieland erger zijn geworden sinds Bassils dood, terwijl een uitweg verder weg lijkt dan ooit.

Ze hoort elke dag de klachten van de klanten in haar kappersstoel. Over de uren die ze in de rij moeten wachten voor melk, wc-papier of andere producten. Over familieleden die zijn overleden door het tekort aan medicijnen in de ziekenhuizen. Over de dagelijkse berovingen en moorden.

„Ik heb geen tijd om zes uur in de rij te staan”, zegt Jeneth, alleenstaande moeder die zorgt voor twee dochters en hulpbehoevende ouders. „Bij de supermarkt schrijven ze een nummer op onze arm. Alsof we vee zijn.”

De problemen spelen al een paar jaar, maar sinds januari is de situatie nijpend. Door de lage olieprijs kan de linkse regering van president Maduro de hoge uitgaven voor de Bolivariaanse revolutie, ruim 15 jaar geleden ingezet door Maduro’s overleden voorganger Chávez, niet meer opbrengen.

Het zijn vooral de armen en de lagere middenklasse die de pijn voelen. Terwijl deze groepen tijdens de beginjaren van het chavisme profiteerden van grote sociale projecten, merken ze nu dat de staat blut raakt.

Timmerman Bassil ging de straat op uit woede dat zijn moeder vier maanden op een baarmoederoperatie moest wachten. Ze had veel pijn, het ziekenhuis had te weinig narcosemiddelen, haar operatie werd uitgesteld.

Toch zijn mensen als Bassil de uitzondering. De armen van Guatire, de voorstad van Caracas waar de familie van Bassil woont, protesteren amper, ondanks hun onvrede. Maduro’s populariteit daalde tot onder de 25 procent, maar de oppositie is onder de armen nog minder geliefd.

Juist de protesten van 2014 hebben de armen weg doen schrikken van de oppositie, die al jaren pogingen doet haar verleden als eliteclub van zich af te schudden en gedesillusioneerde chavistas naar zich toe te trekken.

Geholpen door zijn controle over de massamedia wist Maduro vorig jaar velen ervan te overtuigen dat de oppositie uit was op een machtsgreep. Het hielp niet dat radicale studenten met molotovcocktails gooiden. Onder de 43 doden waren ook aanhangers van de regering, die meeliepen in tegenprotesten.

Ook Jeneth Frías, zeer kritisch over Maduro, draagt de oppositie geen warm hart toe. Hoewel de beeltenis van haar zoon wordt meegedragen bij protesten krijgt ze nauwelijks steun om de daders van zijn dood berecht te krijgen. „Aan beide kanten zijn het gieren die om de macht vechten. Niemand geeft echt om de armen.”