Mark Lanegan en Metropole Orkest kunnen elkaar moeilijk vinden

Met zijn woeste verschijning, gruizige stem en donkere teksten is Mark Lanegan de laatste artiest die een orkest nodig heeft om zijn muziek naar een hoger plan te tillen. Toch combineert het Cross-Linx Festival Lanegan met het Metropole Orkest, misschien om het contrast tussen de ongeschoolde rockzanger en de zorgvuldig gearrangeerde orkestpartijen te benadrukken. Dat werkte gisteren lang niet altijd even goed.

Lanegan is een statisch zanger, solo of bij de Queens Of The Stone Age die graag meeliften op zijn duistere woestijnimago. Bij een rockband draagt zijn stokstijve podiumverschijning bij aan het mysterie in teksten vol doodgravers en gebroken harten. Dirigent Jules Buckley en het orkest kregen echter moeilijk contact met Lanegan achter zijn lessenaar, waar hij onbewogen zijn songs declameerde met een stem die vaak niet boven het orkest uit kwam.

Anders dan bij een rockconcert moest bij elk nummer een nieuwe sfeer gebouwd worden, waardoor een spanningsboog ontbrak. Wel waren er horrorviolen, bibbertonen en dreigende crescendo’s die Lanegans muziek passende illustreerden. Het contrast werkte in het sombere Torn Red Heart, waarbij de eensgezinde strijkers met hun lange noten de weg wezen naar een romantische ontknoping. De instrumentale finale van One Hundred Days en de woestijngospel met extra zangers van Revival waren overdonderend, maar niets werkte zo goed als de twangende gitaar die in I Am the Wolf de leiding nam. Het orkest was vaak te nadrukkelijk aanwezig om Lanegans rock soepel te laten rollen.