India strijdt verkeerd tegenverkrachting van vrouwen

Gruwelijke verkrachtingen van vrouwen blijven India beroeren. Volgens

Mirthe Berentsen hebben ze niks te maken met ‘verwestersing’. Waarmee wel?

Vrouwen bidden in Mumbai bij het hindoefeest Chhath, afgelopen najaar. Foto AFP

Eind december 2012 stond ik bij de India Gate, in het hart van Delhi. Om mij heen leek de stad in lichterlaaie te staan. Zojuist was bekend geworden dat een 23-jarige studente fysiotherapie overleden was aan de gevolgen van een gruwelijke groepsverkrachting in een bus in Delhi.

Het was alsof de put van seksuele ongelijkheid eindelijk was opengetrokken. Een jarenlang opgebouwde nationale woede kwam los. Op straat deelden onbekenden hun persoonlijke ervaringen met betrekking tot seksuele intimidatie en agressie, werd er gesproken over oplossingen en schaamte en voelde ik, tussen alle kaarsen en protest, ook hoop op een betere toekomst, op een mentaliteitsverandering.

Vorige week werd vlak bij Delhi het lichaam van een Nepalese vrouw gevonden. Haar onderlichaam was bewerkt met stokken en stenen. De gruwelijkheid van de zaak herinnert aan de dood van de door verkrachting omgekomen naamloze vrouw in december 2012, die de bijnaam ‘Nirbhaya’ (de onbevreesde) heeft gekregen.

Dit had India’s ogen geopend en verandering mogelijk gemaakt. Toch?

Binnen dertig dagen na haar dood lag er een ambitieus, onafhankelijk, 644 pagina’s tellend rapport op tafel, waarin talrijke politieke en juridische wijzigingen en aanbevelingen uitgewerkt waren. Zoals het strafbaar stellen van verkrachting binnen het huwelijk, seksuele voorlichting op scholen en lange gevangenisstraffen. Maar in maart 2013 legde het Indiase lagerhuis het grootste gedeelte van het rapport naast zich neer en koos, tegen het advies in, voor maar één maatregel, voor de show: de doodstraf.

Verdoezeld bewijs

De weerslag op het land is enorm. Tussen 2012 en 2013 is het aantal verkrachtingen in India gestegen met 35 procent. Om bewijs te verdoezelen, zijn meer dodelijke slachtoffers gevallen, zo laten statistieken van India’s National Crime Records Bureau zien.

De verliezen aan inkomsten door toerisme zijn groot. Zo meldt de Taj Mahal 15 procent minder bezoekers en party-provincie Goa heeft zojuist bekendgemaakt dat ze 35 procent minder toeristen ontving in het afgelopen jaar.

Het Indiase nationale inkomen is voor 6 procent afhankelijk van toerisme. (Ter vergelijking: in Nederland is dat ongeveer 3,7 procent.) India’s economie kan zich deze schade niet veroorloven. Er werd dan ook met spierballen gerold. Politieke campagnes en programma’s worden gedomineerd door een gesprek over slachtofferschap en hulpeloosheid. Wat kan er gedaan worden om onze vrouwen beter te beschermen? Een protectionistische, masculiene fantasie, gebaseerd op controle.

Zelfverdediging

Het zal dan ook niemand verbazen dat de oplossingen vooral druppels op gloeiende platen zijn: meer cameratoezicht, meer politie, meer straatverlichting, het uitdelen van gps-trackers, zelfverdedigingscursussen voor meisjes, een SOS-knop van taxidienst Uber en openbaar vervoer speciaal voor vrouwen.

De aandacht voor hogere straffen en kortetermijnoplossingen leidt de aandacht af van de werkelijke verantwoordelijkheid van de overheid. In maar liefst 94 procent van de gevallen van verkrachting kende het slachtoffer de dader, volgens cijfers van het National Crime Records Bureau. Verkrachting, met andere woorden, komt het meest voor tussen vrienden, buren en familieleden – een realiteit die India niet wil aanvaarden. India kent een sterke hiërarchische structuur, waarin sociale interactie veelal wordt gezien als ontmoetingen tussen superieuren en ondergeschikten, situaties, kortom, waarin de eersten eerbied kunnen verwachten van de laatsten. Degenen die de macht hebben – of dat nu politici of politiemensen zijn, mannen of vrouwen – zijn eraan gewend van deze ongelijkheid gebruik te maken, zonder angst voor represailles.

Daardoor is verkrachting in India net zo goed een sociaal als een crimineel probleem. Het is tekenend voor de grote verschillen tussen het moderne leven in de stad, waar vrouwen meer vrijheid hebben, en het leven op het traditionele en patriarchaal ingerichte platteland, waar, volgens good old Mahatma Gandhi, de ziel van India ligt.

Volgens veel traditionele leiders ligt de wortel van het verkrachtingsprobleem in de moderne invloeden en ‘verwestersing’ van de jeugd. Dat kweekt assertieve en moderne vrouwen, die spijkerbroeken dragen, alleen uitgaan en in het bezit zijn van mobieltjes.

Onzin – volgens cijfers van het National Crime Records Bureau vinden negen van de tien geregistreerde verkrachtingen nog steeds plaats op het platteland. De conservatieve mentaliteit staat daar nu oog in oog met een explosieve groei van de middenklasse, waarmee de verhoudingen van economische en sociale stabiliteit worden aangetast en opnieuw moeten worden uitgevonden.

Dit maakte dat ik twee jaar geleden in Delhi hoop had op een mentaliteitsverandering, omdat zoveel mensen, zoveel van mijn vrienden, zich konden identificeren met deze jonge vrouw. Die net als zij onderdeel was van een opkomende, studerende en ambitieuze middenklasse in een jong land, waar volgens het ministerie van jeugd en sport 70 procent van de bevolking onder de 35 jaar is.

Retorisch gezien is deze jeugd de toekomst van India. Het is aan hen seksuele voorlichting op scholen te ontwikkelen, hun zonen en dochters te laten opgroeien met gelijke rechten. Er is hoop. Zojuist zijn de deelstaatverkiezingen in Delhi gewonnen door de progressieve, jonge anticorruptiepartij AAP (een nederlaag voor het BJP van de conservatieve premier Modi), waarvan de partijleden niet aangeklaagd zijn voor seksuele intimidatie (een unicum voor politici in India).

Recht op agressie

Seksueel geweld tegen vrouwen is een groot probleem, en is het gevolg van een maatschappij waarin mensen het gevoel hebben dat zij agressief mogen optreden tegen gemarginaliseerde groepen, zonder daarvoor op het matje geroepen te worden. En waarin slachtoffers stemloos blijven, door een falend juridisch systeem en door hun eigen onvermogen gerechtigheid te zoeken en aangifte te doen.

Het gaat hier niet om vrouwenrechten, het gaat om mensenrechten en een leefbare maatschappij. Zolang dat niet wordt ingezien, is er geen mogelijkheid tot vooruitgang; dan zijn er alleen maar verliezers.