Hormoontherapie in overgang vergroot risico eierstokkanker

Per duizend met hormonen behandelde vrouwen krijgt er één extra kanker. Al eerder bleken hormonen risicovol.

Vrouwen die voor overgangsklachten behandeld worden met oestrogenen en progesteron hebben een hoger risico op eierstokkanker. Per duizend behandelde vrouwen wordt er gemiddeld één extra ziek. Dat schrijft een internationaal consortium van onderzoekers vandaag in The Lancet op basis van een meta-analyse van 52 epidemiologische studies.

De onderzoekers bewandelden daarbij de omgekeerde weg: zij keken hoeveel van de 12.110 vrouwen met eierstokkanker ooit hormoontherapie hadden gekregen. Dat waren er meer dan de helft. Vervolgens berekenden zij welk statistisch verband er bestond.

Het extra risico op eierstokkanker bij hormoonsuppletie bleek klein, maar wel significant. Eerder werden in grootschalige studies al veel ernstiger complicaties van hormoontherapie ten tijde van de overgang geconstateerd. In de jaren zeventig kwam uit een Amerikaanse studie al een duidelijk verband met baarmoederkanker aan het licht bij de toediening van oestrogenen. Toevoegen van progesteron bleek dit risico echter op te heffen. In de jaren negentig vonden onderzoekers meer borstkanker bij vrouwen die hormonen hadden gekregen. Een grote studie hiernaar van het Women's Health Initiative moest in 2002 voortijdig stopgezet worden omdat vrouwen niet alleen een verhoogd risico op borstkanker hadden, maar onverwacht ook meer risico op hartaanvallen en beroertes. De populariteit van de therapie daalde daarna drastisch.

Op dit moment zijn er nog altijd vrouwen die hormonen slikken tegen overgangsklachten. Uit het nieuwe onderzoek komt duidelijk naar voren dat zij het meeste risico op eierstokkanker lopen tijdens de therapie. Zodra ze met hormonen stoppen, daalt het risico snel naar normaal. Dat effect werd eerder ook al bij borstkanker gezien, en het onderstreept volgens de onderzoekers dat de hormonen direct de tumorvorming stimuleren.