Hoe het staal verdween van de Westblaak

Rotterdam is dé skatestad van Nederland. Aan de komst van de nieuwe skatebaan ging een ware loopgravenoorlog vooraf.

Foto Robin Utrecht

Het skatepark aan de Westblaak ligt er treurig bij. Grauwe, verlaten roestvrijstalen platen omringd door kale bomen. Aan het begin, bij de kruising met de Karel Doormanstraat, is al een begin gemaakt met de sloop. Het is een overgangsfase. Het is de bedoeling dat er tegen het einde van het jaar een gloednieuw park is verrezen. De totale som die de gemeente er aan heeft gespendeerd is 900.000 euro. Daarmee is er een einde gekomen aan jarenlang gedoe, een bijna-soap. Het verhaal van een vrije wereld die bijna verstikt raakte onder het gewicht van de ambtenarij.

Op het afgesloten park aan de Westblaak rijdt nog één skater een rondje. Het is Ricardo Paterno (26), voormalig prof van wereldklasse. Ricardo is een van de jongens van ‘Kerngroep Westblaak II’ die streed voor een park vormgegeven naar de wensen van de gebruikers. Paterno: „Dit park is overleden, dat ziet iedereen. Daarom wilden wij van de gelegenheid gebruikmaken om een park van wereldklasse te bedenken. Opgetrokken uit beton, en niet uit roestvrijstaal. Ik ben er heel erg trots op dat we hebben volgehouden en aan het ontwerp hebben mogen bijdragen.”

Skatertje pesten

Rotterdam en skateboarden, dat is een gouden huwelijk. Of, in de woorden van Paterno: „Dit is de skateboardhoofdstad van Nederland, punt. Dan moet je gewoon met iets goeds komen.”

Niet dat het oude park niet goed was. Wel gedateerd. En volledig kapotgereden door de decks , inline skates en BMX’en. Het park komt er ooit als gevolg van een aantal ontwikkelingen uit de jaren negentig, zegt Gyz la Riviere, een van Rotterdams meest vooraanstaande kunstenaars én skateboarder: „Rotterdam is perfect voor skateboarden. Overal nieuwbouw, beton, asfalt. Toen de stad ‘af’ raakte in de jaren ’90 begon het ‘skatertje pesten’. Overal verschenen skatestoppers – dat is een écht woord en de naam van een fabrikant van betonnen richels die het skaten bemoeilijken. Dat de gemeente daarom rond de eeuwwisseling dit park oprichtte was toen echt wel revolutionair.”

Tot zover dus geen probleem. Die ontstaan pas als de gemeente bij de bouw van een nieuw skatepark niet lijkt te willen luisteren naar de wensen van de gebruikers. Gemeenteraadslid Jos Verveen (D66) maakte zich gedurende drie jaar sterk voor de ‘kerngroep Westblaak II’. „De gemeente was arrogant. En redeneerde lang alleen vanuit hergebruik van het materiaal uit het oude skatepark, in dit geval roestvrijstaal. Zo heeft het kunnen gebeuren dat het plan drie keer opnieuw moest. Allemaal verspild geld. Die skaters hebben internationale ervaring. Als die zeggen dat het van beton moet worden, moet je ze serieus nemen.”

Beton of staal blijkt voor skaters een principezaak. Beton lijkt op het rauw van de straat, waar de skaters vandaan komen, staal staat symbool voor de 'betuttelende overheid' die alles glad en glimmend wil hebben.

Een van de skaters waar Verveen op doelt is Marco Jongeneel (37), de leider van de jongens van de Westblaak. Hij houdt vol – en overwint uiteindelijk. Paterno: „Zonder Marco was dit park er niet gekomen. Zo simpel is het. Zelf ben ik erbij gekomen toen Marco tegen iets teveel scheentjes had getrapt en er een fris gezicht nodig was.”

Fris gezicht

Dat frisse gezicht draagt ook actief bij aan het ontwerp. Paterno: „Samen met Janne Saario (de Finse architect én skateboarder, VC) hebben we alle wensen, alle inspiratie op tafel gegooid. Zo is er een park uit twee delen ontstaan. Het eerste is een park van moeilijke en mediumobstakels. Het tweede deel, een verlenging ten opzichte van het huidige park, een verblijfsruimte dat moet gaan ogen als een stadspark.”

Grootste moeilijkheid is de vert – de uit de kluiten gewassen halfpipe. Paterno: „Wij wilden dat ding niet. Op een gegeven moment heeft de gemeente ons echt voor het blok gezet – of een park met de vert of helemaal geen park. Maar we hebben gewonnen, want hij gaat weg. Joh, je wilt niet weten wat we allemaal hebben meegemaakt. Je moet ver gaan om zo’n gemotiveerde club helemaal uit elkaar te spelen he? De gemeente heeft eerst ons jarenlang aangehoord en daar niets meegedaan. Wij waren hen zat op een gegeven moment. En zij ons ook, trouwens, haha.”

In de zomer van 2013 daalt de temperatuur in de onderhandelingen met de gemeente tot onder het vriespunt. Beide kanten hebben duidelijk genoeg van elkaar. Marco Jongeneel laat in een giftig stuk op opiniewebsite Vers Beton al van zich horen. Daar stelt hij: „Onze weigering nog verder mee te praten is door de projectleidster van de gemeente aangegrepen de skaters vervolgens weg te zetten als ‘lastig’ en in één ruk door dan maar exclusief in gesprek te gaan met staalleverancier Solos. Een partij die zich daarbij ongetwijfeld in de handen heeft gewreven – niet alleen hebben zij bij oplevering van het park in 2001 een factuur van een miljoen euro mogen sturen, ze hebben naar schatting nog eens een zelfde bedrag mogen opstrijken als gevolg van al het benodigde onderhoud aan de toestellen.”

Er zijn gemeenteraadsverkiezingen, een nieuwe projectleidster én een nieuwe wethouder voor nodig om het overleg vlot te trekken. Verantwoordelijk wethouder Visser nuanceert het beeld van de verenigde skaters: „Het is een groep met veel jongens die iets roepen, maar ze zijn niet altijd even duidelijk gegroepeerd. Dat is ook een reden dat het lang heeft geduurd. Maar ik ben blij met de uitkomst – het wordt een modern park voor iedereen.”

Paterno heeft uiteraard nog wel wat aan te tekenen bij de opmerkingen van de wethouder. „Als je eerst de kerngroep de deur uitjaagt, en dan met beginners gaat praten…tja. De kerngroep is altijd Marco Jongeneel en later Marco en ik geweest.Er is ook niet voor niets alsnog een nieuwe projectleidster gekomen waar het wél mee klikt.”

Na wat trucjes voor de fotograaf te hebben gedaan, kijkt hij om zich heen. „We hebben hier dadelijk een park dat heel erg van deze tijd is. Misschien nog te weinig berekend op de toekomst, maar goed, er waren ook zoveel belangen. Wij hebben er altijd naar gestreefd om het onderste uit de kan te halen. Wij brengen hier ook al onze vrije tijd door hè? Dus waarom zouden we een slecht park adviseren? Daar had gewoon veel eerder naar geluisterd moeten worden. Maar goed. Ik ga me helemaal gek skaten hier, als het er dadelijk is.”

Glimlachend rolt hij weg.