Gevechten in oostelijke grensstreek Birma

Oplaaiend geweld en stagnerend proces van politieke hervormingen. Slechts nieuws in de aanloop naar verkiezingen, later dit jaar.

Onrust in deelstaat Shan

Bij de zwaarste gevechten in jaren in de Birmese deelstaat Shan zijn 47 regeringssoldaten gesneuveld. In het oosten van het land vecht het leger nog altijd tegen de strijdkrachten van verschillende etnische minderheden. De soldaten werden gedood in gevecht met troepen van de Kokang, een mandarijn sprekende etnisch-Chinese minderheid in Birma.

Staatskrant The Global New Light of Myanmar meldt dat het leger luchtaanvallen heeft uitgevoerd. Omdat het conflict vlak tegen de Chinese grens plaatsvindt, heeft de Birmese regering China ingelicht. Duizenden Kokang, die zich in 1989 afsplitsten van de Birmese communistische partij en een autonome regio binnen Birma besturen, zouden op de vlucht zijn.

De oplaaiende strijd past in een trend. In aanloop naar parlementsverkiezingen dit najaar zou een landelijk bestand worden getekend tussen regering en gewapende takken van minderheden in het land, zoals de Kachin, Rakhine en Karen. Maar de afgelopen maanden is de strijd juist aangewakkerd. Inzet is vaak controle over lucratieve handels- en smokkelroutes van en naar China en Thailand. Als er vrede is, hoeft het leger hier niet meer te zijn en dan verdienen de militairen geen geld meer, is een vaak gebezigd argument van vertegenwoordigers van de etnische minderheden.

De gevechten zijn symptomatisch voor de oplopende spanning in Birma nu de verkiezingen dichtbij komen. De stembusgang moet de eerste vrije en landelijke verkiezing zijn sinds de junta in 2010 besloot stappen richting democratie te zetten. De burgerregering, met voormalig juntaleider Thein Sein als president, begon voortvarend met democratiseren waarna de meeste westerse sancties werden opgeheven. De politieke tak van het leger, de Unie van Solidariteit en Ontwikkeling, zal waarschijnlijk fors verliezen ten opzichte van de Nationale Liga voor Democratie van Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi en kleinere etnische partijen.

Niet alleen blijft een vredesakkoord met strijdende minderheden uit, ook tolereert de regering dat ultranationalistische boeddhistische monniken in de westelijk staat Rakhine onrust stoken. Ze hebben het gemunt op de islamitische Rohingya-minderheid, die wordt onderdrukt en gediscrimineerd, en op iedereen die voor hen opkomt. Zo noemde de extremistische monnik Ashin Wirathu (46) mensenrechtengezant Zei Ra’ad Al Hussein van de VN vorige maand een „teef’”. Dat zorgde internationaal voor ophef. In Birma zelf vormen de monniken een belangrijke machtsfactor.

Tegelijkertijd wordt het proces van grondwetsherziening getraineerd. Zonder wijziging kan Aung San Suu Kyi, boegbeeld van de democratische beweging, zich niet kandidaat stellen voor het presidentschap. Met minder dan tien maanden voor de geplande stembusgang wordt in Birma de vraag prangend hoe vrij, eerlijk en veilig de verkiezingen eigenlijk zullen zijn.