Er zit vaart in de economie

En zo liet de Nederlandse economie het jaar 2014 met een sprintje achter zich. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde vanmorgen dat de economische groei van kwartaal op kwartaal 0,5 procent bedroeg in het vierde kwartaal. Die 0,5 procent is, indien volgehouden, waarschijnlijk iets boven de kruissnelheid van de economie. Dat lijkt veel goeds te beloven voor het huidige jaar. De prognoses voor 2015 beloven een gemiddelde groei van 1,5 procent. Dat lijkt, gezien het tempo waarmee het vorige jaar blijkt te zijn afgesloten, haalbaar. Maar we zijn er nog lang niet.

Een sterk dalende euro en een kelderende olieprijs vormen een stevige stimulans. Het positieve effect daarvan is nu al terug te vinden in het saldo van de buitenlandse handel, dat sterk bijdroeg aan de groeiversnelling in het vierde kwartaal. Die stimulans gaat voorlopig door. Dat geldt ook voor de extreem lage rente. Die nam in het vierde kwartaal al sterk af in afwachting van de monetaire stimulans die de Europese Centrale Bank vorige maand daadwerkelijk doorvoerde. Ook van dat effect blijft Nederland voorlopig genieten. Dat geldt ook voor de afzetmarkt in het belangrijkste exportland, Duitsland, waar de economie in het vierde kwartaal vooruit stoof met een groei van 0,7 procent ten opzichte van het derde kwartaal.

Er is dus sprake van een stevige wind in de rug, die weinig te maken heeft met de intrinsieke kwaliteiten van de Nederlandse economie. Als dat effect wegebt, zullen het hoe dan ook de consumenten en ondernemers zijn van wie we het moeten hebben. Wellicht dat het wegvallen van de onzekerheden bij de overgang van de zorg naar de gemeenten zal helpen. Maar om het momentum daadwerkelijk vast te houden, zal het kabinet meer werk moeten maken van een lastenverlichting voor burgers en bedrijven. Daar komt ruimte voor nu de begroting verder op orde raakt.

Het bestendigen van het hoge tempo in de economie is ook van belang bij het bestrijden van de deflatie – het dalen van de prijzen – die inmiddels dreigt. Ook deze deflatie is waarschijnlijk een tijdelijk fenomeen, gedragen door de sterk gedaalde energieprijzen. Maar het is van groot belang dat de verwachting van verdere prijsdalingen niet postvat bij de consument.

De wereldeconomie en de economie van de eurozone bepalen voor een belangrijk deel het lot van de nationale economie. Toch zijn er grote verschillen in groei tussen de eurolanden, met stagnatie in Frankrijk en Italië, en een spurt in Duitsland en Spanje. Dat laat zien dat nationaal beleid er zeer toedoet – een boodschap die voor Nederland zeer relevant is, wil het de vaart van eind 2014 erin houden en ontsnappen aan zeven jaar crisis.