Dood spoor in zaak Demmink

Het onderzoek naar de verkrachting van twee minderjarige jongens in Turkije door de ex-ambtenaar is vastgelopen. De Turkse autoriteiten geven Nederland geen toestemming om de getuigen te horen.

Het strafrechtelijk onderzoek naar verkrachting van twee minderjarige jongens in Turkije door de voormalige secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, Joris Demmink, is een jaar na aanvang op een dood spoor beland. Dit bevestigen woordvoerders van het Openbaar Ministerie (OM) en de rechter-commissaris.

Het grootste obstakel in het onderzoek is de aanhoudende weigering van de Turkse justitiële autoriteiten om de Nederlandse collega’s toestemming te geven in Turkije getuigen te horen. De Haagse rechter-commissaris Yolande Wijnnobel, belast met de regie over het onderzoek, heeft ondanks een bezoek aan Turkije in oktober en twee schriftelijke verzoeken te horen gekregen dat Turkije geen medewerking wenst te verlenen aan het Nederlandse onderzoek. Als reden wordt naar verluidt opgegeven dat de verdenkingen aan het adres van Demmink over verkrachtingen in 1995 verjaard zijn.

Op 20 januari vorig jaar besloot het gerechtshof in Den Bosch dat er alsnog „met voortvarendheid” een strafrechtelijk onderzoek naar de al jaren aanhoudende geruchten over Demmink moest worden gestart. In tegenstelling tot het OM, dat een strafrechtelijk onderzoek weigerde, meende het hof dat er „voldoende feiten en omstandigheden” zijn „waaruit een redelijk vermoeden van schuld voortvloeit”. Het hof wil dat in het onderzoek met name een Turkse politieagent wordt gehoord die eerder in Turkije heeft verklaard dat hij als beveiliger van Demmink „minderjarige jongens voor hem moest regelen”.

Het hof wil ook dat onderzocht wordt of Demmink een alibi heeft en inderdaad, zoals hij zegt, na 1986 niet meer in Turkije is geweest of dat hij mogelijk een diplomatiek paspoort heeft gebruikt bij reizen naar Turkije. Volgens woordvoerder Nicole Reijnen van de Haagse rechtbank wil de rechter-commissaris „voet bij stuk houden” en al het mogelijke doen om toch getuigen in Turkije te horen. Als ultieme poging wil de magistraat binnenkort nog één keer naar Turkije reizen.

Volgens advocaat Adèle van der Plas, die de twee Turken bijstaat die zeggen te zijn verkracht door Demmink, weigert Turkije medewerking omdat het met Nederland „een geheime overeenkomst” heeft gesloten. In Nederland is volgens haar met Turkse hulp de Koerdische vrijheidsstrijder Baybasin voor drugshandel tot levenslang veroordeeld. In ruil daarvoor zwijgen de Turkse autoriteiten over misdragingen van Demmink, aldus Van der Plas.

Demminks advocaat, Jan Leliveld, zegt dat „het heel vervelend is dat het onderzoek zo lang duurt”. Het OM zei eerder te denken een jaar nodig te hebben. Leliveld hoopt dat onderzoek in Turkije nog mogelijk is omdat dan zal blijken dat zijn cliënt onschuldig is.