Dirk Kuijt is de inspirator van het Afrikaanderplein

Jurryt van de Vooren waarschuwt voor overspannen verwachtingen.

Illustratie Viola Lindner

Een goede eigenschap van een sporthistoricus is zelfbeheersing bij uitspraken over dingen die nog moeten gebeuren. Voorspellen is erg moeilijk, zei de Deense natuurkundige Niels Bohr vorige eeuw, „vooral als het om de toekomst gaat”.

Niemand weet daarom wat een eventuele terugkeer van Dirk Kuijt voor Feyenoord kan betekenen. Ik wil niet in de voetsporen treden van Co Adriaanse, die vlak voor aanvang van het WK voetbal van vorig jaar zei dat hij Kuijt nooit zou meenemen naar dit toernooi, waarna deze voetballer uitgroeide tot één van de grote helden van Oranje.

In het voetbal spelen te veel factoren mee om sportieve voorspellingen te doen – al helemaal voor een langere periode. Een polletje in het gras of een vliegje in een scheidsrechtersoog heeft vaak meer invloed dan een doorwrocht beleidsplan. Spelers zijn te koop, maar kampioenschappen niet.

Dat bleek al eens in 1981 toen Willem van Hanegem terugkeerde bij Feyenoord. De verwachtingen waren enorm, maar in de twee daaropvolgende seizoenen werd geen nationale titel gewonnen. En dat had iedereen eigenlijk ook wel kunnen weten, want Van Hanegem zelf had bij zijn terugkomst zinnige dingen gezegd in Het Vrije Volk: „We moeten met elkaar presteren. Niemand is meer of minder dan een ander. Als ik geen bal krijg, of geen bal kwijt kan, presteer ik ook niets.” Kuijt kan deze woorden in 2015 moeiteloos herhalen, want ze gaan nog steeds op.

De warme contacten tussen Feyenoord en Kuijt beschouw ik daarom niet als opmaat voor het kampioenschap van 2016, want mijn herinneringen aan het gruwelijke jubileumjaar 2008 zijn nog te vers. In de aanloop werden dure spelers als Giovanni van Bronckhorst en Roy Makaay vastgelegd, waarna het clubbestuur het winnen van het volgende kampioenschap als een formaliteit zag, net als de directe plaatsing voor het miljoenenbal van de Champions League. De club – ook mijn club – kwam hierdoor echter in een levensbedreigende crisis terecht. Het waanidee dat een kampioenschap te koop is als kroon op het honderdjarige bestaan, werd zo een nachtmerrie voor elke Feyenoord-supporter.

Nog erger was de verbroken band tussen de club en haar natuurlijke achterban op het Afrikaanderplein, de plek waar Feyenoord ooit begon. In dat gruwelijke jubileumjaar bleek dat de jongeren daar vooral shirts droegen van Galatasaray en Fenerbahçe, van clubs enkele duizenden kilometers daarvandaan. Ze hadden geen flauw idee wat zich in dat grote stadion op het Van Zandvlietplein afspeelde, enkele kilometers daarvandaan.

Door de visieloze kampioenshonger had Feyenoord in 2008 geen kapitaal meer – niet op het veld, niet op de bankrekening en niet bij de supporters. De club was verder verwijderd van zichzelf dan ooit, maar gelukkig lag in dat besef tevens de ommekeer. De financiële puinhopen lijken opgeruimd, de jeugdopleiding is de beste van het land en de sociale binding met het Afrikaanderplein is hersteld. De jongeren dragen weer shirts van Feyenoord en dromen van een carrière enkele kilometers verderop.

Feyenoord is nu een wereldclub met Rotterdamse mentaliteit, zoals de club zelf benadrukt. En dat is belangrijk, zegt burgemeester Aboutaleb: „Feyenoord kan mensen inspireren. De club is en blijft legendarisch – of ze nu winnen of niet – en de spelers hebben een heldenstatus.”

De volksclub Feyenoord geeft daarmee het beste antwoord op de bedreigingen van het moderne voetbal: de schandalen in de FIFA, de amorele geldstromen en de kloof tussen supporters en de internationale voetbalwereld. In het voetbal moet het weer gaan om de menselijke maat en juist daarin kunnen Feyenoord én Kuijt hun kracht en trots tonen.

De komst van Kuijt kan een succes worden, zolang er maar geen sportieve verwachtingen aan worden gekoppeld. Deze terugkeer moet gebracht worden als bevestiging van Feyenoord als wereldclub met een Rotterdamse mentaliteit. Kuijt wordt dan de inspirator, die de jongeren van het Afrikaanderplein toont dat een voetballer zowel bij Feyenoord als Fenerbahçe kan slagen.

Als het op die manier gaat, kan het alleen maar goed aflopen. Dat durft deze sporthistoricus dan weer wel te voorspellen.