De KvdM-club schaadt de kleine boekhandelaar

En ineens is er ook een tweedeling in boekenland. Uitgeverij Lebowski, gespecialiseerd in het heruitgeven van vergeten klassiekers als Stoner, heeft namelijk een exclusieve club heeft opgericht van honderd boekhandels die haar Klassieker van de Maand (KvdM) mogen verkopen. Ze moeten daar dan wel vijfentwintig exemplaren van inslaan, wat niet niks is, want het zijn boeken waarvoor je echt moet kunnen lezen. En dat betekent in ontlezend Nederland dat ze maar voor een klein publiek bestemd zijn.

Voor Lebowski is die KvdM-club een gunstige zet, want op die manier zet je maandelijks 2500 boeken af en is je omzet gegarandeerd. Maar de boekhandelaar die het lidmaatschap van het eliteclubje niet aandurft, is de pineut.

Ik merkte dat in Amsterdam bij mijn favoriete boekwinkel Schimmelpennink, een revolutionair nest van solidariteit en sigarenrook, dat bekendstaat om zijn grote voorraad literaire klassiekers. De gelijknamige eigenaar had het dictaat van Lebowski niet ondertekend en was dus verstoken van de eerste KvdM, de novelle De wandeling van Robert Walser. In dit eigenaardige, melancholieke en idiote boek wordt in prachtige zinnen een dag uit het leven van een arme schrijver, een alter ego van de schrijver zelf, beschreven.

„Echt iets voor jou”, zei ik tegen de boekhandelaar. Meteen ontstak hij in woede, zo boos was hij over zijn uitsluiting van de KvdM-club. Hij had reden genoeg voor die woede, want na de eerste enthousiaste recensies van Walsers novelle wilden verschillende trouwe klanten het boek bij hem aanschaffen en had hij hen teleur moeten stellen met een ‘NIET bij ons te koop’.

Toen ik hem vroeg waarom hij, ook gezien de goede smaak van zijn vaste klanten, zelf geen lid van de KvdM-club was geworden, werd hij nog bozer: „Ik had best mee kunnen doen, al ben ik er niet voor uitgenodigd, maar uit principe ben ik tegen uitsluiting van de kleine boekhandel.” En daarmee heeft hij een punt, want juist in die kleine boekhandels, die zich het niet kunnen permitteren om maandelijks vijfentwintig KvdM’s af te nemen, koopt de echte lezer zijn boeken. Daar komt nog eens bij dat die boekhandels belangrijke verdedigers zijn van de vaste boekenprijs en hoeders van de goede smaak.

Niets ten nadele van boekenreuzen als Scheltema en Donner overigens, die ook moeite hebben te overleven. Maar hoeveel klassiekers, Joseph Roth, Tsjechov, Tucholsky voorop, heb ik niet als scholier, toen ik bij Scheltema nog niet naar binnen durfde, in zo’n kleine boekhandel ontdekt. Was ik nu jong, dan had ik daar misschien ook Robert Walser kunnen vinden, om na De wandeling aan zijn internaatroman Jakob von Gunten (1909) en Geschwister Tanner (1907) te beginnen, boeken die de hele hedendaagse literatuur in een diepe schaduw stellen.