Curieus debuut over een nerd die in plafondkloven canyons ziet

Jace Wilson is veertien als hij getuige is van een dubbele moord. Hij is gezien door de moordenaars en standaard getuigenbescherming is te onveilig. Hij wordt daarom toevertrouwd aan survivalexpert Ethan Serbin die met zijn geliefde Allison in de bosrijke bergen van Montana trektochten organiseert voor ontspoorde jongeren. Jace duikt incognito onder in zo’n groep maar de moordenaars, die broers blijken te zijn, vinden toch het begin van het spoor dat naar hem leidt.

Zij die mij dood wensen is de tiende thriller van de pas tweeëndertigjarige Michael Koryta. Hij geldt inmiddels in de Verenigde Staten als gelijke van arrivés als Michael Connelly en Harlan Coben. Koryta’s laatste boeken, Erfenis en De profeet, waren ijzersterk. Hoewel ook Zij die mij dood wensen in een prima sobere stijl geschreven is, valt dit boek relatief tegen.

De plot is erg rechtlijnig en daardoor wat voorspelbaar en de verplichte twist in het laatste bedrijf blijkt van het ‘dat had ik kunnen weten’-soort. De normaal rijkgeschakeerde karakters van Koryta zijn hier vlak; Ethan is een wel héél erg toffe peer, rechtstreeks afkomstig uit de Amerikaanse toffe-perenfabriek. De sinistere broers zijn juist te cartoonesk psychopathologisch; via mensen die weten waar Jace en Ethan uithangen, martelen en slachten zij zich een eind weegs, recht op Jace af. Het is een beetje deprimerende torture-porn, hier en daar. Als ook nog grote bosbranden ontvlammen, is het pandemonium compleet en de schrijver klaar voor de geoliede finale van een thriller die voldoet maar teleurstellend gewoontjes is.

Romandebuut

De vijfde aanwijzing, het intrigerende romandebuut van John Darnielle, singer-songwriter van de folkrock band The mountain goats, is ongewoontjes. ‘Als je jezelf in je gezicht schiet met een Marlin 39A, sta je er niet echt bij stil wat je vader tegen zijn moeder zal zeggen wanneer het nodig blijkt haar te vertellen dat er iets is gebeurd.’ Aldus Sean, die zichzelf als jongeman in de jaren tachtig overhoop schoot en sindsdien geen gezicht meer heeft maar lichamelijk verder ongehavend is.

De weg naar die mislukte zelfmoord wordt door de lezer afgelegd in een soort retrograde flashback; Sean denkt terug aan het – steeds verdere – verleden en aan het eind van het boek arriveert de lezer op het hartverscheurende moment dat Sean het geweer pakte en overwoog of dit het einde was, of toch niet. Het werd beide, in zekere zin, en de lezer begrijpt waarom.

Het prachtige aan dit merkwaardige boek is dat Darnielle de vervreemding en toenemende afzondering van de buitenstaander Sean zo begrijpelijk maakt. Sean is een nerd die zich als kind al dieper verloor in zijn fantasie dan anderen. Een muurtje in de tuin wordt een troon, de microscopische kloven in het pleisterwerk op het plafond worden canyons. Iedereen kent zulke onthechting en het is de verdienste van Darnielle dat hij die bekendheid gebruikt om het leven van een volstrekte outcast te schetsen bij wie de vervreemding veel verder gaat. Sean is de enige bewoner van de door hemzelf gecreëerde versie van deze wereld en die drukkende eenzaamheid walmt op uit de pagina’s. Als volwassene ontwerpt hij vanuit huis het via brieven gespeelde role-playing game Trace Italian, genoemd naar de stervormige middeleeuwse forten en eveneens een kunstmatige versie van deze wereld. Zo heeft Sean indirect menselijk contact met de spelers van zijn spel, die net als hij eenzame dolers zijn. Ook dit surrogaatcontact eindigt echter gewelddadig. De vijfde aanwijzing is moeilijk te classificeren; de vele popculturele verwijzingen en het geweld verlenen het een thrillerachtige hipheid, maar uiteindelijk is het vooral een uitstekende psychologische roman, in de Verenigde Staten genomineerd voor de National Book Award.