Altijd messcherp over de media

David Carr (1957-2015)

De bekendste mediacolumnist van de VS overwon een drugsverslaving en kanker. Hij stierf onverwacht.

David Carr in 2008 Foto AP

Hij stierf op de plek die hem het meest dierbaar was: midden op de redactievloer van zijn krant The New York Times. Hij zakte daar, schijnbaar uit het niets, gisteravond vlak voor 9 uur in elkaar.

Vlak daarvoor had hij nog een discussie geleid met NSA-klokkenluider Edward Snowden. Hij was grappig en in vorm, zoals altijd. „Ik spreek voor alle moeders in de zaal als ik je vraag: eet je wel goed in Rusland?”, zei hij via een videoverbinding tegen Snowden.

Typisch David Carr, media- en technologiecolumnist voor de NYT en één van de meest markante journalisten van de krant. Carr had in zijn leven al veel overwonnen. Hij herstelde van een crackverslaving en de ziekte van Hodgkin, een zeldzame vorm van lymfklierkanker. Als drugsverslaafde werd Carr meermalen door de politie gearresteerd en belandde hij vijf keer in een afkickkliniek. Hij schreef in 2008 het boek The Night of the Gun over het herstellen van zijn verslaving. Carr hield er zijn hese stem en opvallende ‘dronken’ loopje aan over.

Carr begon in 2002 bij The New York Times als economieverslaggever. Echte bekendheid kreeg hij als mediacolumnist: zijn maandagrubriek The Media Equation over ontwikkelingen in media was wekelijks toonaangevend in de mediajournalistiek, ook buiten de VS. Carr was altijd messcherp, kritisch, onconventioneel en grappig.

Afgelopen maandag schreef Carr nog een kritische column over NBC-anchor Brian Williams, die loog over een ervaring in Irak. Volgens Carr werd Williams geslachtofferd. „Ik vind niet dat hij zijn baan hoeft te verliezen.”

David Carr laat zijn vrouw en drie dochters achter. Hij werd 58 jaar.