Als ik imam was Een goede moslim beschermt z’n buren

In de serie Als ik imam was predikt Hanina Ajarai het geloof dat zij belijdt. Deze week: over burenliefde. ‘Help de buren als zij hulp nodig hebben, ook als ze homo of jood zijn’.

In de naam van de Barmhartige, de Erbarmer,

Hoe is het toch mogelijk dat wij moslims als buren geen al te beste reputatie hebben? Er duiken geregeld berichten op over weggepeste homoburen en straatjongeren die ouderen lastigvallen, dikwijls gebeurt dat in buurten waar veel Marokkaanse en Turkse Nederlanders – en dus moslims – wonen.

Vergeef me alle generalisaties, maar om een punt te maken spreek ik nu gewoon iedereen aan. Sowieso spreek ik – als zelfverklaarde imam – niet alleen de moslims aan met wie ik mijn afkomst deel. Die etnische segregatie, waarvan nog steeds sprake is in de meeste moskeeën, moeten wij als imams bestrijden.

De profeet, vzmh*, heeft heel duidelijk gemaakt dat de status van buren in de islam heel hoog is. Volgens hem is geen moslim een ware gelovige totdat zijn buren zich goed en veilig voelen bij hem. Een andere uitspraak luidt: geen dienaar van God is een ware gelovige, totdat hij voor de buurman wenst wat hij voor zichzelf wenst. De rechten van de buurman zijn welhaast eindeloos. Help hem als hij hulp nodig heeft, verzorg hem bij ziekte, feliciteer hem bij goed nieuws en ga niet met een volle maag slapen als hij niets te eten heeft – dat zijn er een paar.

Overigens: dit geldt voor zowel moslim- als niet-moslimburen, laat daarover vooral geen misverstand bestaan. En ja, ook als ze homo, jood of PVV-stemmer zijn. Mohammed, vzmh, zelf had een joodse buurman die hij bezocht toen hij eens ziek was. Het is een rechtstreekse opdracht van God, zo staat in de Koran: „En weest goed voor de ouders en de verwanten en de wezen en de behoeftigen en de verwante buren en de niet-verwante buren.” (4:36)

De profeet, vzmh, vertelt volgens een overlevering dat de engel Gabriël (voor de niet-moslims: ja die ‘hebben’ wij ook) zo bij hem hamerde op het belang van een goede omgang met buren dat de profeet even dacht dat je ze wellicht ook in je testament moet opnemen.

Welnu, misschien denk je: ja, maar ik val mijn buren niet lastig, ik ben best aardig voor mijn buren en dit gaat dus niet over mij. Dan zeg ik: je hebt ook een verantwoordelijkheid in te grijpen wanneer je buren door iemand anders worden lastiggevallen. En daar wordt het moeilijk, want niemand wil het probleem van een ander op zijn bord hebben. Ik zit er zelf ook mee.

De taaljuffrouw van mijn moeder vertelde laatst dat ze erg gepest wordt door een buurjongetje. Hij scheldt haar uit, belt herhaaldelijk bij haar aan en vertrapt haar bloemen en planten in de voortuin. Ze heeft al eens geklaagd bij zijn moeder, maar dat maakte het alleen maar erger. Zijn moeder heeft kennelijk weinig grip op hem, hij werd bozer. We hebben het hier over een jongen van een jaar of dertien, ouders gescheiden. Het zijn geen buren van mij, noch van mijn moeder, maar ze wonen wel in de wijk. De taaljuffrouw is het nu zat en wil gaan verhuizen.

Dit is toch iets wat wij als gemeenschap keihard moeten aanpakken? Maar hoe dan? Moet de plaatselijke moskee het voortouw hierin nemen? Moeten de buurtmoeders een hartig woordje met de moeder van de pester spreken? Moet ik mijn broers op die jongen afsturen?

Misschien is het wel een belangrijke imamregel die ik nu overtreed: preek nooit iets wat je zelf niet in de praktijk brengt, maar ik heb nog niets gedaan.