Alleen als hagedis was Patrick Melrose veilig

De Patrick Melrose-romans vormen een autobiografische cyclus over de Britse upper class in satirische stijl. En „die upper class is vervuld met ledigheid en zelfvernietiging.”

Edward St Aubyn: ‘Heroïne is kinderspel. Probeer maar eens te stoppen met ironie’ Foto Ernesto Ruscio/Getty Images

Edward St Aubyn is opgewekt. Hij biedt enthousiast een kop thee aan en maakt zich er vrolijk over dat het Amsterdamse hotel waar hij verblijft mineraalwater heeft klaargezet van het merk Earth – volgens hem een volkomen misplaatste term om water mee aan te duiden.

Ook voor lezers is er reden tot opgewektheid: de Nederlandse vertaling van de vijf romans die St Aubyn schreef over Patrick Melrose zijn in één band verschenen. Vijf buitengewone romans, die met hun mengeling van ironie, satire en gitzwarte passages over misbruik en verslaving een unieke literaire prestatie vormen. Dat de belevenissen van de uit de upper class afkomstige Patrick Melrose, die als jongetje door zijn vader wordt verkracht en later grote moeite heeft zijn verslavingen aan heroïne en alcohol te overwinnen, de lezer zo raken, komt niet in de laatste plaats doordat St Aubyn een uitstekend stilist is, die naar eigen zeggen sommige zinnen wel vijftig keer herschrijft.

Het is geen geheim dat de Patrick Melrose-romans een hoog autobiografisch gehalte hebben. Bent u nooit bang geweest dat de literaire prestatie zou worden overschaduwd door het feit dat lezers uw romans als pure autobiografie zouden beschouwen? Had u achteraf niet liever verzwegen dat al deze ellende u zelf was overkomen?

„De lezers wisten het niet meteen. Pas bij het verschijnen van het derde boek, Wat heet hoop, gaf ik mijn eerste interview. Ik dacht toen nog dat dit het laatste deel van de cyclus zou zijn. Ik kwam er niet zelf mee, maar toen mij naar het autobiografische gehalte van de trilogie werd gevraagd, besloot ik de waarheid te vertellen. In Wat heet hoop draait alles om Patrick die zijn beste vriend de waarheid vertelt, en het was ook míjn waarheid. Het zou verkeerd en destructief zijn geweest om daar dan over te gaan liegen. Ik heb er geen spijt van, maar ik vind het jammer dat mensen vervolgens gingen denken dat ik de letterlijke waarheid beschreef. Ja, ik ben verkracht door mijn vader, ja, ik was verslaafd aan heroïne. Maar het zijn romans, geen memoirs, ik wil mijn lezers iets goeds voorschotelen en niet in de eerste plaats mezelf van een last bevrijden.

„Vergeet niet dat in Laat maar Patrick zich tachtig procent van de tijd buiten beeld bevindt. En ook de dialogen zijn verzonnen, ik liep als vijfjarige echt niet met een bandrecorder rond om al die gesprekken van de volwassenen op te nemen. Ik beschrijf situaties vanuit verschillende personages, vanuit verschillende gezichtspunten. Zo wil ik doordringen tot de waarheid. Ik wil verder gaan dan alleen maar het verslag van één getuige. Dat is een van de dingen die een roman kan doen: ons eraan herinneren dat er ook altijd iets anders aan de hand is. Patricks moeder is niet alleen een slechte moeder, maar ook een weldoenster. Patricks vader heeft mensen het leven gered. We hebben allemaal verschillende verschijningsvormen.”

U zei dat u ‘Wat heet hoop’ aanvankelijk als het laatste deel van de cyclus beschouwde. Toch begon u op een gegeven moment aan een vierde deel, ‘Moedermelk’.

„Ja, maar ik had niet meteen door dat dat óók een Melrose-boek was. Het ging over een zekere Mark, die een huis in Zuid-Frankrijk had, en een moeder die dwangmatig goede werken deed. Pas toen ik ermee bezig was, ontdekte ik dat het boek gewoon over Patrick Melrose ging. Vervolgens dacht ik: het moeten zes delen worden, maar uiteindelijk werden het er vijf. Weet je wat het is met die Melrose-romans, ze willen steeds iets anders dan ik. Vooralsnog hou ik vol dat Eindelijk het laatste deel is, maar het kan dat ik me vergis. We zullen het moeten afwachten.”

Het schrijven van de romans moet erg belangrijk voor u zijn geweest. U zet veel op het spel.

„Zeker. De Melrose-romans vormen een eenheid, en vertegenwoordigen iets substantieels. Ik heb sterk het gevoel dat ik hiervoor op de wereld ben gezet, om dit te doen.”

Hij lacht relativerend, maar het is duidelijk dat hij het meent. Schrijven is van levensbelang voor hem. Ooit gold hetzelfde voor lezen.

„De eerste vijfentwintig jaar van mijn leven, voordat ik iemand de waarheid had verteld over wat er met mij was gebeurd, was ik ontzettend geïsoleerd. Lezen was daardoor een bijzonder intense ervaring. Wanneer een schrijver iets schreef dat me raakte of inzichten verschafte, kreeg ik een emotionele band met zo’n boek. Alleen dat kon mijn eenzaamheid opheffen.”

Ik herinner me het exemplaar van Camus dat Patrick Melrose bij zich heeft…

De mythe van Sisyfus. In mijn adolescentie las ik dunne boeken, Heart of Darkness van Conrad, Honger van Hamsun, boeken die in mijn zak pasten en die ik kon pakken om aan mijn eigen gedachten te ontsnappen. In mijn kindertijd ontwikkelde ik een obsessieve band met La Chèvre de monsieur Seguin, over een geitje dat de hele nacht met een wolf vecht en uiteindelijk sneuvelt. Ik moest daar vreselijk om huilen, maar ik las het elke nacht. Ik kon mijn moeder niet vertellen wat mijn vader met mij deed, maar ik kon me vereenzelvigen met dit geitje en dan kon ik huilen. Het gaf me steun. Mijn band met boeken was letterlijk levensreddend.”

In het laatste deel worstelt Patrick Melrose met zijn ironische levenshouding. ‘Heroïne is kinderspel,’ zegt hij. ‘Probeer maar eens te stoppen met ironie, dat diepe verlangen om twee dingen tegelijk te verwoorden, om op twee plekken tegelijk te zijn.’

„Toen zijn vader hem verkrachtte, redde Patrick zichzelf door zijn geest te verplaatsen in de hagedis die over de muur kroop, zodat hij elders was, veilig. Voor de volwassen Patrick is ironie het middel om ervoor te zorgen dat hij ergens anders kan zijn, op een veilige plek. Er is niets mis met ironie, maar het probleem met Patrick is dat hij zo verslavingsgevoelig is. Vrouwen, heroïne, ironie: wat het ook is, hij gebruikt er te veel van.”

Is ironie ook nodig voor een schrijver?

„Een roman zonder ironie zou iets zijn als dat boek van George Perec, waar de letter e niet in voorkomt. Het uitbannen van ironie zou ik als een verschrikkelijke beperking beschouwen.”

De romans bevatten ook veel satirische elementen.

„Ik vind de wereld aan de ene kant onpeilbaar, en aan de andere kant absurd en hilarisch. Mijn romans hebben een ritme van reflectie, analyse en horror, en in dat spectrum is ook plaats voor satire. Maar wanneer ik een bepaalde hoeveelheid satire heb geschreven, heb ik er genoeg van. Als ik me te lang met een bepaalde invalshoek heb bezig gehouden, word ik claustrofobisch en wil ik iets anders. Ik wil de lezer altijd een stap voor blijven.”

Zowel Patrick als zijn schepper zijn afkomstig uit de upper classes. Beweegt u zich nog in de kringen waarin u bent opgegroeid?

Aarzelend: „Nee, niet echt. De mensen met wie ik nu omga zijn schrijvers, journalisten, critici, regisseurs – mensen die dingen máken. De upper-classwereld die ik beschrijf bestaat nog steeds, maar ik speel er geen rol meer in. Die wereld is gevuld is met ledigheid en zelfvernietiging, en daar heb ik geen belangstelling meer voor.”

Heeft u Patrick daarom een baan gegeven?

„Ja, ik heb hem jurist laten worden. Als ik een schrijver van hem had gemaakt, zou dat de lezers te veel afleiden, dan zou hij als het ware uit het boek stappen.” Hij lacht. „Maar ik heb hem wel een baan gegeven waarin het overtuigen van mensen met woorden centraal staat.”

In de Melrose-romans wordt in feite een zoektocht naar vrijheid beschreven. Aan het eind van de cyclus lijkt Patrick zijn ironische levenshouding te overwinnen. Ik doel op de passage waarin hij lijkt te berusten dat hij ‘ongetroost’ zal blijven.

„Ongetroost, maar niet ontroostbaar. ‘Ontroostbaar zijn’ is een egocentrisch idee dat hij heeft overwonnen. Hij is niet langer op zoek naar troost. Hij bevindt zich op een middenweg tussen zelfmedelijden en verlangen naar bevestiging.”

Hij wordt volwassen.

„Ja, en dat heeft hem best veel tijd gekost!”

Is dat wat we moeten leren accepteren? Dat we ongetroost door het leven zullen gaan?

„Nou, ik zou dat niet meteen op een tegeltje zetten, maar voor Patrick is het besef een rustpunt. Hij kan zijn ouders zien als mensen, niet alleen als effecten die op hem inwerken. Hij bereikt een zekere emotionele gelijkmoedigheid ten opzichte van de dingen die hem zo hebben overweldigd. Dat is de situatie waarin hij zich nu bevindt. Wie weet hoe lang het zal duren.”