16 uur onderhandelen, wat doet dat met je?

Niet iedereen hield het vol woensdagnacht. Sommige delegatieleden vielen tijdens de onderhandelingen in slaap, tweette de Oekraïense minister van buitenlandse zaken Pavlo Klimkin gisteren.

Dat is niet zo gek. Merkel, Hollande, Poetin en Porosjenko onderhandelden 16 uur achter elkaar door. Het was een lange nacht, gevolgd door een lange ochtend, zei François Hollande gisteren tijdens zijn persconferentie volgens The New York Times.

Zo lang onderhandelen midden in de nacht, dat is topsport, zegt slaapdeskundige en neuroloog Hans Hamburger. „Politici zijn zo ongeveer allemaal avondmensen, anders hou je dat niet vol. De manier van werken selecteert het soort mensen.”

Veel politici kunnen een korte nacht dus wel aan – en zullen daar ook geen geheim van maken. „Sommigen gaan er prat op weinig slaap nodig te hebben”, zegt Henk Dekker, emeritus hoogleraar politieke psychologie aan de universiteit Leiden. „Zo straal je uit: ik werk keihard. Ik offer me op voor jullie.” Oud-CDA-minister Maxime Verhagen bijvoorbeeld. „Die zei nog weleens dat slapen nergens voor nodig was.”

Maar wat heeft het voor effect op je lichaam, een onderhandelingsmarathon zoals in Minsk?

Als je langer dan 16 uur wakker bent gaan je hersenen minder goed functioneren, zegt Hamburger. Met als gevolg: minder rationeel denken, meer emoties.

Dat hóéft in een onderhandeling geen nadeel te zijn, zegt hij – als je van tevoren tenminste de intentie hebt om er samen uit te komen. „Wanneer je met iemand onderhandelt die erg halsstarrig is, kan het goed zijn dat die persoon wat emotioneler wordt.” Ook Dekker denkt dat slaapgebrek zijn positieve kanten kan hebben. Doordat je risico’s minder goed kunt inschatten, word je wat optimistischer, zegt hij. „Dat kan een doorbraak forceren.”

Maar door uitputting maak je ook makkelijker fouten, zegt Hamburger. Hij raadt dan ook niet aan om afspraken tot in de kleinste details te maken. „Soms kan je echt beter ergens een nachtje over slapen.”

Wie het allerbeste zonder slaap kan, heeft daar een goede onderhandelingstactiek aan, volgens Hamburger. De Britse oud-premier Thatcher was er goed in, zegt hij. „Ze rekte gesprekken soms zo ontzettend dat iedereen helemaal murw geslagen was.” En dan maar hopen dat je midden in de nacht je zin kunt doordrukken. Ook oud-premier Den Uyl paste dit soort ‘uitputtingstactieken’ toe in onderhandelingen.

Of je veel of weinig slaap nodig hebt, daar kun je niet zoveel aan doen. Er zijn ook politici die wat hulp inzetten om scherp te blijven tijdens lange onderhandelsessies. Zo zou Kennedy tijdens de Cuba-crisis amfetamine-injecties hebben gekregen van zijn lijfarts, schreef David Owen, Britse oud-minister van buitenlandse zaken en neuroloog, in zijn boek In sickness and in power uit 2008.

Het kan ook minder extreem. Een powernapje. Twintig minuutjes slaap in een dienstauto of regeringsvliegtuig kan veel uitmaken, zegt Hamburger. En wie tijd heeft zorgt dat-ie vlak voor een belangrijke dag op tijd in bed ligt: een of twee nachten acht uur slapen, en je kunt heel wat meer aan.