Stadse huismus kent geen mens

Huismussen in de stad zijn al lang afhankelijk van de menselijke luimen. Hongaarse onderzoekers dachten dat ze dus scherpzinniger aandacht voor individuele mensen zouden hebben dan hun landelijk levende soortgenoten. Door dat aan te tonen zouden ze meteen ook ‘urbane evolutie’ vaststellen.

Een veelkoppig team bestudeerde mussen van allerlei stadsgedeelten, van drukke woonwijken tot busstations, en rond dorpjes en boerderijen. Herkenbaar uitgedoste teamleden gedroegen zich ‘neutraal’ of uitgesproken vijandig tegenover de vogels. Leerden de mussen ze bij herhaalde tests onderscheiden? Juist de landelijke mus is daar veel sterker in. Eenmaal bekende personen met raadselachtige mussenhaat pikken ze er zo uit, proactief reagerend, en nieuwe proefmensen behandelen ze wantrouwiger dan bewezen neutralisten (Animal Cognition, jan. 2015).

De stadse vogels blijven daarbij ver achter. Volgens de teleurgestelde onderzoekers loont het die simpelweg de moeite niet onderscheid te maken tussen mensen, het zijn er zo véél en steeds andere. Neem menselijke stedelingen en plattelanders. De laatsten vallen bij stadsbezoek uit de toon door anderen in straat of station aan te kijken, soms nog vriendelijk óók. Doorgewinterde stedelingen, mens of mus, registreren nauwelijks mensen.