Van Rijn wil waardigheid van ouderen beschermen

Staatssecretaris Van Rijn heeft een plan voor betere ouderenzorg. Het is niet heel concreet. En is er geld?

Verzorging van een oudere in een Haags verpleeghuis. Er zijn ruim 2.000 van zulke tehuizen, waar 129.000 mensen wonen. Foto Jasper Juinen

Aardbeienbavarois is in veel verpleeghuizen een riskante lekkernij. Te snel over de datum, onhygiënisch. Dus wordt het in de meeste verpleeghuizen van het menu geschrapt, ook al vinden de ouderen het lekker. Maar hun wordt niks gevraagd. Dat moet veranderen, schrijft staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) in zijn verbeterplan voor de verpleeghuiszorg, gisteren gepresenteerd. Ouderen moeten, schrijft hij, weer „centraal” komen te staan.

Het plan dat Van Rijn gisteren presenteerde wordt gezien als antwoord op de kritiek die hij kreeg na een publicatie in het Algemeen Dagblad, eind vorig jaar. Daarin vertelde zijn eigen vader over de schrijnende situatie in het verzorgingshuis waar de moeder van de staatssecretaris woont. De urine liep zijn vrouw regelmatig over de enkels, vertelde Van Rijn senior. Protest over de slechte situatie in verpleeghuizen barstte vervolgens los. Op dat moment werd al gewerkt aan dit plan voor verbetering van de verpleeghuiszorg. Directe aanleiding daarvoor was een zeer kritisch rapport dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg vorig jaar zomer publiceerde.

De inspectie constateerde dat verbeteringen waar al vijftien jaar op wordt gehamerd, nog altijd onvoldoende van de grond zijn gekomen. Kern van het rapport is een opsomming van droevige feiten, voortkomend uit honderden bezoeken aan verpleeghuizen. In het kort: in negen op de tien huizen is de medicatieveiligheid niet op orde, vier op de vijf verpleeghuizen hebben problemen met incontinentie, bijna de helft heeft de organisatie van goed eten en drinken niet op peil.

Pijnlijke cijfers over concrete problemen in veel van de ruim 2.000 verpleeg- en verzorgingshuizen, waar zo’n 129.000 ouderen wonen. Opmerkelijk is het daarom dat het plan van de staatssecretaris nauwelijks ingaat op deze concrete problemen, die de inspectie als hoogste prioriteit aanmerkt. Het woord ‘vrijheidsbeperking’ – al vijftien jaar een terugkerend probleem in verpleeghuizen – valt niet één keer. Incontinentie, waar zijn eigen vader zo’n moeite mee had en dat de inspectie al jarenlang als probleem ziet, krijgt ook geen aandacht in het verbeterplan – ook niet onder het kopje ‘veilige zorg’. En over voeding, denk aan de aardbeienbavarois, stipt Van Rijn aan dat „de dialoog” gezocht moet worden tussen werknemers en ouderen als veiligheid en leefgenot elkaar bedreigen.

Meer dan op benoembare problemen richt Van Rijn zich op het verbeteren van de ‘waardigheid’ van ouderen. Binnen twee jaar moet iedere oudere een ‘zorgleefplan’ hebben waarin persoonlijke wensen staan beschreven. Dat is niet nieuw; de meeste verzorgingshuizen hebben al zo’n systeem, maar in de praktijk is het nog te vaak een invuloefening voor het verpleeghuis. Fout, vindt Van Rijn. Het plan moet ontstaan door „dialoog” met de ouderen en hun families. Een ‘cliëntondersteuner’, nieuwe functie in verpleeghuizen, moet zorgen dat ouderen beter gehoord worden.

De nadruk in het plan-Van Rijn ligt daarnaast op meer inspectie en beter toezicht, strenger straffen als misstanden worden ontdekt. Vooral 150 ‘hoogrisico-organisaties’ moeten in de gaten worden gehouden. De vraag is of daar nu echt de pijn zit. De misstanden werden wel opgespoord, maar nooit goed aangepakt. Meer dan bij inspecties ligt het probleem bij de veranderende werkelijkheid in verpleeg- en verzorgingshuizen. Ouderen moeten langer thuis wonen als het aan dit kabinet ligt, en zijn ouder en zieker als ze het verpleeghuis in komen. Personeel is daar vaak niet op toegerust. Er is bij meer dan de helft van de huizen niet 24 uur per dag, 7 dagen per week voldoende geschoold personeel aanwezig, stelt de inspectie. Opleidingen moeten beter, schrijft Van Rijn daarom. En er is becijferd dat door minder administratie de 260.000 werknemers in de zorg meer tijd hebben voor verzorging: er zou een winst gemaakt kunnen worden ter grootte van 2.760 fulltime banen. Dat is vooralsnog meer hoop dan praktijk.

Het verklaart de reacties van bijvoorbeeld vakcentrale FNV, die pleit voor meer ‘harde banen’. Directeur Wilna Wind van patiëntenfederatie NPCF vraagt zich af hoe de plannen concreet gemaakt moeten worden: „Een goed plan, maar van plannen alleen wordt de zorg in verpleeghuizen niet beter. Het komt nu aan op de uitvoering.”

Vooral de brancheorganisatie voor zorgondernemers, Actiz, legt de vinger op de zere plek. De club is bang dat de veelheid aan acties en verbeterplannen verpleegkundigen nóg drukker maakt dan ze al zijn. Een belangrijke bijzin in het plan is Actiz ook opgevallen: pas in het voorjaar zal blijken of er geld beschikbaar is om het verbeterplan van de staatssecretaris uit te voeren.