Toearegs bestrijden iedereen

Toevloed van wapens uit Libië maakt de situatie in het land ‘uiterst explosief’

Door met Apachehelikopters (boven) een beschieting uit te voeren raakte Nederland betrokken bij de machtsstrijd in Noord-Mali. SommigeToearegstrijders (onder) streven naar onafhankelijkheid. Foto's Evert-Jan Daniels, Ferhat Bouda/ANP

Mali, waar 540 Nederlandse militairen deelnemen aan een VN-vredesmissie, is in een nieuwe gewelddadige fase beland. Islamitische strijdgroepen blijven aanvallen uitvoeren in het noorden. Afgelopen weekeinde meldde Der Spiegel zelfs de terugkeer van een door de internationale gemeenschap gezochte extremistische krijgsheer in de noordoostelijke stad Kidal.

Maar in de huidige gevechtsronde, waarbij afgelopen maand ook Nederlandse militairen betrokken raakten, spelen Toearegs een hoofdrol. Strijd om het oppergezag binnen de Toeareggemeenschap, het overlijden in december van een prominente leider en de vele wapens verkrijgbaar in het naburige wetteloze Libië maken de situatie in Noord-Mali steeds instabieler en onoverzichtelijker.

Hervé Ladsous, de Franse ondersecretaris-generaal van de VN voor vredesmissies, noemde de situatie in Mali onlangs „uiterst explosief, met dagelijkse aanvallen”. Sinds de buitenlandse troepen in juli 2013 aan hun ‘stabiliseringsmissie’ in Mali begonnen, zijn meer dan veertig blauwhelmen gesneuveld. „Geen enkele andere militaire missie van de VN heeft zo veel bloed gekost”, schreef Ladsous in een verslag aan de Veiligheidsraad.

Volgens de Malinese minister van Buitenlandse Zaken, Abdoulaye Diop, is het zuiden van buurland Libië de zwakke schakel. „Het is een illusie te denken dat we veiligheid en stabiliteit in de Sahel kunnen scheppen als we Libië niet helpen een veiligheidsapparaat op te zetten om terroristische organisaties onder controle te krijgen.” Leiders van verscheidene Sahellanden vroegen eind 2014 al om een internationale interventie in het zuiden van Libië, dat bij afwezigheid van overheidsgezag in chaos wegzakt.

Bijna 10.000 blauwhelmen proberen de vrede te bewaren in Mali, terwijl 3.000 Franse militairen vanuit Tsjaad islamitische terreurgroepen in de gehele regio in de gaten houden. De scheidslijn tussen de extremistische strijders (die veelal uit Algerije komen) en krijgers van de opstandige Toearegs in Mali zelf is echter vaak diffuus. „Iedereen laat zijn baard weleens staan”, zegt een diplomaat in de Malinese hoofdstad Bamako, met een verwijzing naar de plicht voor fundamentalistische moslims om zich niet te scheren. Ook binnen de Toeareggemeenschappen zijn radicale moslims.

Smokkelparadijs

Bovendien is de Sahel een paradijs voor smokkelaars van drugs en sigaretten en voor gijzelhouders. Controle over deze criminele netwerken en handelsroutes is een voortdurend twistpunt tussen alle gewapende groepen in de regio.

Een belangrijke nieuwe dimensie in het steekspel op de onbestendige zandduinen is dat de regering in Bamako handhaving van haar gezag in het noorden heeft uitbesteed aan de Gatia. Dat is een militie van Toearegs en andere noordelingen die, anders dan de meeste Toearegs, gekant zijn tegen onafhankelijkheid of autonomie van het noorden. De Nederlanders binnen de VN-macht raakten in januari bij die machtstrijd binnen de Toeareggemeenschap betrokken. Ze beschoten met hun Apachehelikopters naar onafhankelijkheid strevende Toearegstrijders die de stad Tabankort wilden innemen. In Tabankort bivakkeerde juist de Gatia.

Het conflict in Mali begon drie jaar geleden. De lichtgekleurde Toearegs – ze noemen zichzelf blank – verdreven toen het zwakke regeringsleger uit Noord-Mali. Vervolgens werden ze zelf overvleugeld door jihadistische strijdgroepen, hoofdzakelijk afkomstig uit Algerije. Het eeuwenoude ideaal van een eigen staat, Azawad, wordt niet door alle Toearegs gedeeld, en ook niet door alle andere volkeren in het noorden, zoals de Arabieren. In Zuid-Mali, waar zwarte Afrikanen in de meerderheid zijn, is iedereen fel gekant tegen opdeling van het land.

Oprukkende extremisten

De Franse interventiemacht liet de gewapende Toearegs goeddeels ongemoeid toen zij in 2013 in actie kwam tegen de oprukkende extremistische strijders. De Fransen hadden de kennis van de Toearegs over de woestijn hard nodig. Toearegs zijn daarom nog steeds de baas in de strategisch belangrijke noordelijke stad Kidal. Toen de regering in mei poogde haar gezag over Kidal te doen gelden, werd het regeringsleger uit de stad verbannen.

Sinds de onafhankelijkheid van Mali in 1960 zijn de Toearegs al vele malen in opstand gekomen. Op 18 december overleed een vooraanstaande opstandelingenleider, stamoudste Intalla Ag Attaher uit Kidal. Een van zijn zoons, Mohamed Ag Intalla, volgde hem op. Hij volgde zijn vader niet alleen op in de rol van traditionele vertegenwoordiger van zijn gemeenschap, maar hij is ook parlementslid in de hoofdstad Bamako voor de regeringspartij van de Malinese president Ibrahim Boubacar Keïta. Ag Intalla is een gematigd politicus die uit is op samenwerking met de regering. Andere familieleden sluiten zich echter juist aan bij afscheidingsbewegingen. Die tweespalt binnen de van de oudsher invloedrijke familie voedt de verwarring binnen de Toeareggemeenschap.

De Toearegs kennen een sterke onderverdeling in kasten. Met de fragmentatie groeit de competitie tussen clans en tussen lage en hoge kasten. De lagere klassen scharen zich achter leiders die heulen met de overheid, de ‘edelen’ achter de verzetsgroepen. De uitweg van deze broederstrijd ligt bij de al maanden slepende besprekingen in Algerije. Vooralsnog weigert de regering concessies te doen over autonomie of onafhankelijkheid. Onderhandelaars van de Toearegs tonen zich al even onbuigzaam en houden stug vast aan hun ideaal van Azawad. De hogere kasten weigeren helemaal om met Gatia aan tafel te zitten.

In die omstandigheden is het voor de VN-missie moeilijk positie kiezen. Bij de aanval met de Nederlandse Apachehelikopters werden vorige maand zeven rebellen gedood. Toearegs hebben op luide toon excuses en schadevergoeding geëist.