‘Ontsnappen is niet mogelijk’

De Oostenrijkse componist Georg Friedrich Haas laat zijn publiek graag in complete duisternis naar zijn muziek luisteren. Zijn stuk ‘in vain’, morgen in Amsterdam te horen, heeft intussen een cultstatus verworven.

Foto Philippe Gontier

Schokkend vond componist Georg Friedrich Haas de politieke omwenteling in zijn geboorteland Oostenrijk: in 2000 vormde de FPÖ van de rechts-populistische Jörg Haider een coalitie met de christen-democratische bondskanselier Wolfgang Schüssel. Het stemde Haas zeer pessimistisch: „Je hoopt dat we leren van onze fouten, maar na de grote overwinning van de FPÖ kreeg ik het gevoel dat we uitgerekend in Oostenrijk niets hadden geleerd van de Tweede Wereldoorlog.” Haas verwerkte zijn frustratie in een duister werk van zeventig minuten, met de veelzeggende titel in vain (‘tevergeefs’).

Wie in vain morgen in Amsterdam of volgende maand in Utrecht bijwoont in de uitvoering van het Insomnio Ensemble, krijgt een totaalervaring: gaandeweg de organisch voortkruipende muziek wordt het licht letterlijk gedoofd en moeten de 24 instrumentalisten uit hun hoofd spelen. De duisternis beschouwt Haas als een natuurlijk onderdeel van de muziek, en draagt bij aan de claustrofobische gewaarwording dat de broeierige partituur wel eb- en vloedbewegingen maar geen uitgangen heeft.

„Ik ben een slecht componist als het om strakke vormen gaat”, licht Haas toe vanuit New York, waar hij doceert aan Columbia University. „Het lukt mij niet om een strak werk te schrijven in bijvoorbeeld ABA-vorm. Dat is maar beter ook, want zo’n geijkte structuur vind ik saai. Ik schrijf liever in de trant van ABCDE enzovoort, totdat ik er genoeg van heb. Zo is in vain ook gecomponeerd. En als ik al een deel van de muziek in reprise neem, dan heeft dat een duister effect. Bij een symfonie van de religieuze Bruckner kan de luisteraar denken: ‘Godzijdank, hier klinkt dat mooie thema wederom in de reprise!’ Bij mijn muziek is het effect eerder: ‘oh mijn God, daar is dat ene thema weer!’ Ontsnappen is niet mogelijk.”

Zo geformuleerd lijkt in vain een kwelling voor de luisteraar. Maar het stuk verwierf sinds 2000 cultstatus en is geliefd bij uitvoerders en toehoorders. Dirigent Simon Rattle noemde het „het eerste meesterwerk van de eenentwintigste eeuw” en vergeleek het desolate klanklandschap met „de stilte van de intergalactische ruimte”. Wie goed luistert, hoort hoe geraffineerd de schijnbaar willekeurige noten in elkaar steken: Haas speelt een voortdurend spel tussen licht en donker, tussen tonaliteit en desoriënterende microtonaliteit (de kwartafstanden die tussen de witte en zwarte pianotoetsen verstopt zitten), tussen zacht en zeer luid.

Doorbraak

Is in vain een doorbraak geweest voor Haas? „Dat laat ik graag aan de musicologen over”, zegt hij stoïcijns. Die concluderen inderdaad dat Haas in de jaren sinds 2000 veel productiever is en zijn muziek vaker wordt gehoord. Ooit was Haas vooral bekend in eigen land en in kleine kring. Hij studeerde aan IRCAM, het befaamde instituut voor elektronische muziek, en liet van zich horen in Donaueschingen, hét oord voor muzikale enfants terribles.

Sinds in vain is hij een ster. „Dat ik nu aan Columbia lesgeef, heb ik mede aan dat stuk te danken”, geeft hij toe. „Dat werk werd in 2009 met groot succes in New York uitgevoerd, en kijk, nu ben ik hier. Deze stad bevalt me zeer. Het gevoel alleen te zijn, is hier nog groter dan in de Oostenrijkse bergen. Vroeger werkte ik vooral in een klein dorpje in de buurt van Graz, waar buiten het skiseizoen niemand te vinden was. Maar het grote voordeel van New York is dat je je kunt opsluiten in je werk zonder daarmee vrienden te verliezen. Die doen hier precies hetzelfde.”

Haas’ in vain werd de meetlat waarnaast zijn andere werken werden gelegd. Dat ging goed, zolang het bijvoorbeeld het Derde strijkkwartet betrof, dat eveneens een extreem lange opbouw kent en zelfs volledig in het duister wordt uitgevoerd – in het Amerikaanse Pasadena moesten luisteraars een formulier ondertekenen waarin de concertzaal afstand deed van elke mogelijke juridische verantwoordelijkheid, mocht er iemand onwel worden. Haas: „De duisternis is heftig, maar voorziet ook in een behoefte van de luisteraar. Sommigen gruwelen van het donker, maar de meesten ervaren de muziek op een extra intense manier. Het is onderdeel van de muzikale expressie.”

Maar zodra Haas een beknopter werk voltooide, zoals dark dreams (2013) op verzoek van Rattle en de Berliner Philharmoniker, pakte de vergelijking met in vain negatiever uit. „Onverdiend” noemde The New York Times de grote contrasten in fortissimo en pianissimo van dark dreams, aangezien deze in een beknopter tijdsbestek tot stand komen dan in in vain het geval is. Haas haalt zijn schouders op: „Het is alsof je naar een concert van Stravinsky gaat, en teleurgesteld bent dat hij niet nóg een Sacre du printemps schreef. Ik wil mezelf niet herhalen.”

Deprimerende kwesties

Vrolijker lijkt hij er niet op geworden: als het componerende equivalent van landgenoot Elfriede Jelinek schreef hij onlangs nog een nieuwe versie van de opera Bluthaus over de gevolgen van incest. „Ik wil net als ieder mens gelukkig zijn”, is zijn repliek, „en probeer dat te bereiken door deprimerende kwesties van me af te schrijven. Zo’n politiek stuk als in vain wilde ik niet meer schrijven. Maar ik ben nu toch weer bezig met een compositie die de recente – veelal zwarte – slachtoffers van Amerikaans politiegeweld memoreert.” Overigens is er hoop: in vain werd in 2011 op dezelfde dag uitgevoerd op de festivals van Salzburg en Luzern, en een week later trad bondskanselier Schüssel af. „Mijn stuk heeft hem overleefd, ha! Laten we nu ook maar snel de aanleiding voor in vain vergeten.”