Onmacht bij oppositie in terreurdebat

Er is genoeg geld om jihadisten aan te pakken, zegt Mark Rutte. De oppositie vindt dat niet, maar kon geen vuist maken.

Het ongemak en het onvermogen dropen er gisteren vanaf in het Tweede Kamerdebat met premier Mark Rutte en minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD). Zij waren naar de Kamer geroepen na sussende woorden van Rutte dat de Nederlandse veiligheidsdiensten voldoende capaciteit en geld hebben om alle dreigingen het hoofd te bieden. En mocht er op een gegeven moment meer nodig zijn, dan komen er extra middelen. Einde discussie.

Daar kon de oppositie helemaal niks mee. Sterker nog, het baarde grote zorgen. Want hoe weet de premier dat politie, justitie en de AIVD genoeg zijn toegerust tegen de huidige dreigingen van uitreizende en terugkerende jihadstrijders en andere bedreigingen? Hoe kan hij zo gemakzuchtig reageren? Waarom doet hij er niet alles aan om Nederland veiliger te maken?

Zeven fractievoorzitters hadden zich verenigd om de premier daarover te bevragen. „Partijen van links tot rechts zeggen op dit moment tegen het kabinet dat de veiligheidsketen versterkt moet worden en dat daarvoor meer geld moet komen. Pak die kans”, zei Arie Slob (ChristenUnie).

Maar Rutte bleef volhouden dat meer geld nu niet aan de orde is. Hij wil ook voorkomen dat mensen bij politie, justitie of de inlichtingendiensten het idee krijgen „oh, er is ineens geld, dus we gaan leuke dingen doen. Nee, het moet echt essentieel zijn”. Hij beloofde wel een „een snelle en verdiepende analyse” naar de knelpunten bij de diverse instanties. Met de disclaimer dat niet alle informatie openbaar kan zijn. Wanneer het kabinet immers vertelt waar er tekorten zijn, maakt dat die plekken extra kwetsbaar.

Dat zorgt voor veel onmacht en frustratie bij de oppositiepartijen. Die willen graag concreet van de premier weten waar de marechaussee vandaan komen die sinds deze week hun parlement bewaken. „Die zaten toch niet thuis”, vroeg Sybrand van Haersma Buma (CDA). Volgens Emile Roemer (SP) „vult de premier gaten door ergens anders gaten te slaan”.

Zonder exacte informatie van het kabinet kunnen de oppositiepartijen niet aan Nederland duidelijk maken dat zij eigenlijk de beste plannen voor onze veiligheid hebben. Dat hun partij de angst voor een terroristische aanslag het meest serieus neemt. De fractievoorzitters lieten blijken dat zij zo hun eigen bronnen hebben bij het OM, de politie, onder burgemeesters en rond de AIVD. Maar ook zij durfden niet hardop te zeggen waar het dan precies aan ontbreekt.

Vooral op rechts is er een wedstrijdje daadkracht uitstralen aan de gang. Buma concurreert de laatste tijd sterk met Geert Wilders in de roep om hardere maatregelen. Alexander Pechtold (D66) hamert opeens iets minder hard op de privacy en de rechtsstaat die in het geding zouden zijn. SGP en ChristenUnie zien hun gelijk bevestigd dat er sowieso meer geld nodig is voor leger en politie. Wilders blijft roepen dat het allemaal de schuld van de islam is.

Maar het front dat de zeven oppositiepartijen – SP, PVV, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en SGP – gevormd hadden, brokkelde gisteren al snel weer af. Zo kreeg Rutte steun uit onverwachte hoek. Bram van Ojik (GroenLinks) is het eigenlijk eens met de aanpak van het kabinet. „Hoewel het verleidelijk is om op onrust, angst en terreurdreiging te reageren met meer geld voor de veiligheidsdiensten, is dat niet per se de goede weg.” Toen de oppositiepartijen ook elkaars moties niet onderschreven, was duidelijk dat het collectief alweer gebroken was.

Het enige concrete dat de Kamer binnenhaalde, met steun van de PvdA, was dat er na de inventarisatie van het kabinet een hoorzitting komt met mensen uit het veld om hun zorgen te horen. Al dan niet in het openbaar. Dat was het Haagse compromis om het onderwerp hoog op de politieke agenda te houden, zonder de pretentie dat het land daar opeens heel veel veiliger van wordt.