Onderwijs voor 3-jarigen? Onzin, want peuters leren vooral spelenderwijs

Het pleidooi voor de peuterschool is terug. Uit onderzoek blijkt dat het in Nederland niet werkt.

Spelend leren op de peuterschool in basisschool ’t Koggeschip in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Er is al vaak voor gepleit: de peuterschool. Vooral door de PvdA, die onderwijs ziet als motor van emancipatie en verheffing van de massa.

Afgelopen weekend was het PvdA-leider Diederik Samsom die liet weten het een goed idee te vinden om kinderen al op zeer jonge leeftijd naar school te laten gaan. Hoe hij dat precies wil realiseren, is onduidelijk. Hij wil in ieder geval de kloof tussen kansarm en kansrijk dichten.

De peuterschool is bedoeld voor kinderen vanaf 2,5 jaar uit alle lagen van de bevolking. Een school waar kinderen van verschillende achtergronden al vroeg met elkaar in contact komen. Waar kinderen die minder goed de taal spreken, zich kunnen optrekken aan kinderen die dat wel kunnen.

Een nobel idee, maar zinloos, zegt pedagoog Bas Levering. Kinderen met een taalachterstand help je er niet mee. Peuters zijn nog te jong om van elkaar goed de taal te leren, zegt hij. En jonge kinderen de taal leren met bijvoorbeeld een lesmethode, werkt ook niet. „Peuters laten zich niets verplichten. Ze leren wat ze zelf willen.”

En daar moeten leidsters op inspelen. Spelenderwijs moeten ze inhaken op het niveau en de interesses van het kind, zegt Levering. „En dat is niet makkelijk.” Dat dit ook onvoldoende gebeurt, blijkt uit een studie van de Onderwijsinspectie uit 2013 naar de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) – een programma voor kinderen met een taalachterstand. Daarin staat dat pedagogisch medewerkers die op peuterspeelzalen, crèches en basisscholen met het programma werken, moeite hebben om activiteiten af te stemmen op de verschillen in ontwikkeling van de kinderen.

Goed de taal aanleren staat of valt met het niveau van leerkrachten en groepsleiders. In de grote steden spreken die vaak niet goed Nederlands, zegt Levering. Hij refereert aan een onderzoek van de UvA uit 2009 waaruit bleek dat in de hoofdstad de helft van de pedagogisch medewerkers die met VVE werken, niet voldeed aan de vereiste taalnorm.

En dan concludeerde de Radboud Universiteit vorig jaar ook nog eens dat programma’s om taal- en rekenachterstanden weg te werken, zoals VVE, niet werken, zo lieten onderzoekers in het tijdschrift Mens & Maatschappij weten. Achterstanden van kinderen verdwenen niet. De studie is gedaan onder kinderen van laagopgeleide ouders. Het effect in groepen waarin ook kinderen uit de hogere sociale klasse zitten, is niet onderzocht.

Dat is ook niet makkelijk. Want de kinderopvang bestaat in Nederland uit gescheiden werelden. Kort door de bocht: kinderen van werkende ouders gaan naar de crèche. Kinderen van niet-werkende ouders of ouders die weinig verdienen gaan veelal naar de peuterspeelzaal, waar VVE wordt aangeboden – het is goedkoop; de gemeente bekostigt dat vrijwel volledig. Overigens draagt de vrijheid van schoolkeuze ook niet bij aan het realiseren van gemengde groepen.

De wens voor een peuterschool kan ook praktisch van aard zijn; zo pleit de PO-raad (vereniging van basisschoolbesturen) samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ervoor om alle vormen van kinderopvang onder één dak te brengen. Zodat er één integrale basisvoorziening ontstaat. Deze zogenoemde ‘Integrale Kindcentra’ moeten „van hoge educatieve en pedagogische kwaliteit” zijn. Bovendien wil Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad, de kinderopvang niet meer overlaten aan de markt, waar crèches failliet gaan en de continuïteit en kwaliteit onder druk staan.

Maar minister Asscher van Sociale Zaken (PvdA) heeft niet één voorziening op het oog. Hij wil álle verschillende vormen van kinderopvang op hetzelfde niveau brengen. Zodat ieder kind een gelijke basis heeft.

De gemeente Amsterdam heeft vorig jaar onder leiding van voormalig wethouder van Onderwijs Pieter Hilhorst (ook PvdA) tien peuterscholen geopend voor kinderen vanaf 2,5 jaar. De scholen zijn een mix van de voorschool en kinderopvang, waarbij er contact is met de basisschool.

Hetzelfde principe kent ook Rotterdam. Onder leiding van Onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) zijn daar sinds enkele jaren zogenoemde groepen 0 opgezet. Doel: taalachterstanden wegwerken zodat ze beter voorbereid aan de basisschool beginnen. Of dat werkt, moet blijken.

België kent al veel langer één systeem, waarbij kinderen vanaf 2,5 jaar naar school gaan. Levering: „Daar geldt een kleuterschoolbenadering. Met het accent op spelen. Niet gedwongen leren.”