Niet zo’n topper als Toy Story, wel leuk

Moeder en dochter, vervreemde zussen, een slechterik uit een videogame, en nu een jongen en zijn zorgrobot. Disney hoeft het allang niet meer van prinsesjes alleen te hebben. Oude motieven – jongen vindt meisje, wees vindt huis, held vindt lotsbestemming – krijgen emotionele diepte door zware motieven uit de Scandinavische – of Nederlandse – kinderfilm: verlies, rouw, familieperikelen. Zo ook in Big Hero 6, een film met de visuele frisheid van Japanse anime, en met een duistere emotionele onderstroom. De jonge Hiro Hamada is een supernerd die zijn talent verspilt met robotgevechten in de krochten van Sanfranstokio, een Japans-Amerikaanse stadshybride met eigen Silicon Valley. Daar werkt zijn eveneens hoogbegaafde grote broer Hiroshi aan nanorobots. Als die broer sterft bij een brand, vindt de ontroostbare Hiro achter diens bed een opblaasbare, koddige robot, type Michelinmannetje. Het blijkt een zorgrobot, ontworpen om te genezen. Als Hiro ontdekt dat de dood van zijn broer geen ongeluk was, tuigt hij zichzelf, zijn nerdy vrienden en de robot op tot superheldenteam. De robot ontwikkelt zich daarbij tot een spiegel van Hiro’s rouwverwerking: blijft hij steken in wraakzucht of ziet hij zijn verlies onder ogen?

Niet dat er echt iets interessants wordt gezegd over rouw en wraak: Big Hero 6 eindigt in een licht teleurstellende superhelden-slooppartij. Maar zonder te kunnen tippen aan de oorspronkelijkheid, humor en warmte van Pixars beste werk – Finding Nemo, Up, Wall-E, Toy Story 3 – past deze Disneyfilm met zijn redelijk complexe personages en aanstekelijke energie in de huidige serie animatiehits. Al zal het geen succes in de orde van Frozen worden: het beste scoort Disney nog steeds met prinsesjes en liedjes.