Column

Nederland zakt af tot een cognitief ontwikkelingsland

Kinderen naar school vanaf hun derde? Rekentoets? Waarom al die experimenten als je ook in het huidige onderwijs kunt investeren, vraagt Christiaan Weijts.

Omdat scholieren steeds slechter rekenen, stemde de Tweede Kamer deze week voor een verplichte rekentoets in het eindexamen. Ze spellen ook steeds slechter, dus waarom geen taaltoets? En als we toch bezig zijn, waarom geen toets voor historische jaartallen en feiten? En een toets Engels, een literatuurtoets… En aan al die toetsen moeten natuurlijk wel gedegen voorbereidingsprogramma’s voorafgaan. Laten we die ‘schoolvakken’ noemen.

Als dat de filosofie is achter die rekentoets, dan ben ik vóór. Jarenlang is het vakinhoudelijk onderwijs verwaarloosd. Vaardigheden werden belangrijker dan kennis. De lesstof moest zoveel mogelijk aansluiten bij de persoonlijke belevingswereld, waardoor het literatuuronderwijs bijvoorbeeld is gereduceerd tot het verhaal in je eigen woorden navertellen plus de vraag: wat vind je ervan?

In het rekenonderwijs heeft al die zweverige pedagogiek een hoogtepunt bereikt in het ‘realistisch rekenen’ dat sinds de jaren negentig dominant werd op basisscholen. Getallen mochten geen droge abstracties meer zijn, de sommen speelden zich af in de knusse context van die persoonlijke levenssfeer. Rijtjes stampen was taboe, evenals saaie staartdelingen. Inzicht stond voorop. Je leerde de getallen eerder schatten dan exact berekenen. Wie 491 van 753 wilde aftrekken moest eerst inzien dat het ongeveer 300 was, waarna er nog 40 vanaf moesten, en dan weer 2 bij. Het voorbeeld komt van het Wikipedialemma over realistisch rekenen, waar nog meer van dit soort, voor onrealistische rijtjesstampers als ik, nogal raadselachtig gejongleer met getallen is te zien.

Nu een hele generatie is grootgebracht onder dit wolkerige knuffelregime beginnen de uitwerkingen ervan zich zo zoetjes aan te manifesteren. We kennen geen jaartallen meer, lezen geen boeken meer, kunnen niet meer rekenen. Daar staat tegenover dat we uitblinken in het in eigen woorden op internet vertellen wat we ervan vinden.

Dat alles viel te verwachten, is door talloze hoogleraren en docenten voorspeld, en toch moest de veranderingsoperatie uitgevoerd worden, met de hardvochtigheid van een preventieve ruiming.

Nu we op cognitief vlak afzakken tot het niveau van een ontwikkelingsland, begint ook de politiek zich af te vragen of we niet iets moeten repareren. En zo is na jaren debatteren nu het plan voor een verplichte rekentoets bij het eindexamen aangenomen. De PvdA wil graag dat kinderen voortaan vanaf hun derde naar school gaan.

Dat het allicht effectiever kan zijn om te investeren in het al bestaande onderwijs, in plaats van weer nieuwe experimenten aan te gaan, komt bij politici niet op. Stel je voor dat het zo eenvoudig zou zijn, terug naar de staartdelingen en de dorre abstractie. Wat hebben al die stuurgroepen, dossierschrijvers en adviesorganen dan nog te doen?