Nederland kan jihadist ook zwaar straffen

Nederlandse OM bracht anders dan België weinig zware jihadzaken voor de rechter. Daardoor vielen straffen hier lager uit.

Gemiddeld vijf jaar cel, met een uitschieter naar twaalf jaar. Dat legde de Antwerpse strafrechter gisteren op aan een groep Belgische jihadverdachten.

De lichtste gevangenisstraf was nog altijd drie jaar en vier maanden voorwaardelijk. De Arnhemse strafrechter sprak vorige week echter twee Nederlandse aspirant-Syriëgangers helemaal vrij.

Zijn dit appels en peren? Of tilt de Nederlandse rechter structureel minder zwaar aan dergelijke misdrijven dan zijn Belgische collega? Of is dit een kwestie van ongelijke gevallen waarin ongelijk wordt geoordeeld, maatwerk, zoals het hoort?

Nederland kent om te beginnen minder Syriëgangers dan België en daarom kent Nederland ook minder strafzaken dan België. Er is in Nederland tot nu toe in vijf strafzaken over zes verdachten geoordeeld. Drie Syriëgangers werden vrijgesproken, één voor een jaar naar een psychiatrisch ziekenhuis gestuurd en twee veroordeeld. Eén tot anderhalf jaar cel en één tot drie jaar.

Van hen was er maar één echt in Syrië geweest. Die kreeg dan ook de hoogste straf. De anderen waren min of meer bezig geweest met voorbereidingen op een Syriëreis of met rekruteren.

In Antwerpen stonden deze winter in één keer maar liefst 45 verdachten voor de rechter, ruim zeven keer zo veel als in alle Nederlandse processen bij elkaar. België kent substantieel meer Syriëgangers dan Nederland, naar schatting 350. Het land kent meerdere steden met wijken waar de uitzichtloosheid vergelijkbaar is met die in de Parijse banlieue en waar moslimjongeren gemakkelijk radicaliseren.

Volgens minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD), op 5 februari in een brief aan de Tweede Kamer, zijn er in totaal circa 180 Nederlanders naar jihadistische strijdgebieden in het Midden-Oosten vertrokken. Van hen zijn er 25 gesneuveld en 35 teruggekeerd.

Het resterende deel, 120 Nederlandse strijders, zou momenteel in Syrië en Irak verblijven. Bij terugkeer wacht hun een strafzaak, observatie door de Nederlandse inlichtingendienst AIVD en mogelijk een meldplicht bij de politie.

In de nasleep van de moord op cineast Theo van Gogh op 2 november 2004 legde de Nederlandse strafrechter wel degelijk ook hoge straffen op aan terreurverdachten. Samir A., die met plannen voor aanslagen rondliep en materialen voor een bom verzamelde, kreeg uiteindelijk negen jaar cel opgelegd. Justitie had toen vijftien jaar geëist.

In dezelfde zogenoemde Piranhazaak kregen anderen straffen van vier jaar en drie jaar cel. De moordenaar van Van Gogh, Mohammed B. kreeg in 2004 levenslang opgelegd. Leden van Mohammeds netwerk, de Hofstadgroep, kregen straffen van dertien jaar en vijftien jaar, onder meer vanwege verboden wapenbezit, vijfvoudige poging tot moord en deelname aan een terroristische organisatie.

Overigens werden toen ook leden van de Hofstadgroep vrijgesproken of korter bestraft. In zware gevallen straft de Nederlandse rechter dus zwaar. Het Nederlandse Openbaar Ministerie bracht tot dusverre alleen nog weinig zware zaken van Syriëgangers voor de rechter.