Mannequins op spitzen

Bij Hans van Manen kijkt hij altijd over een schouder mee. Maar hoe relevant is George Balanchine nog voor de choreografen van nu? Deze maand danst Het Nationale Ballet zijn beroemde triptiek ‘Jewels’.

Igone de Jongh van Het Nationale Ballet in Rubies, een van de drie werken van Balanchines triptiekJewels foto Angela Sterling

George Balanchine (1904-1983) was de grootmeester van de neoklassieke dans. Hij was dol op vrouwen (een van zijn meest geciteerde uitspraken luidt: „Ballet is woman”) en verlustigde zich graag aan het geschitter van de edelstenen in de chique winkel van Van Cleef & Arpels op Fifth Avenue in New York. Een ballet waarin die drie liefdes zouden worden gecombineerd, kon dus niet uitblijven. In 1967 ging het drieluik Jewels in première, met schitterende kostuums van Balanchines vaste ontwerpster Karinska. Deze maand danst Het Nationale Ballet het triptiek, dat kan worden beschouwd als het eerste avondvullende abstracte ballet in de dansgeschiedenis.

Jewels is een ode aan drie ‘scholen’ binnen de klassieke dans. Het romantische, elegante spel in Emeralds, op muziek van Fauré, verwijst naar de Franse stijl; Rubies (op een compositie van Stravinsky) verwijst met zijn pittige tempo en grillige syncopen naar de Amerikaanse school en Diamonds (op Tsjaikovsky) is een liefdesverklaring aan de smetteloze puurheid van de school waarin Balanchine zelf werd opgeleid, de Russische. Én aan Suzanne Farrell, zijn aanbeden ballerina van dat moment – Balanchine trouwde vier keer en had vele affaires met danseressen.

In de geschiedenis van de academische dans geldt Balanchine als een van de meest invloedrijke vernieuwers, de man die het ballet definitief verloste van de verhaaldwang, die, regelmatig samenwerkend met Stravinsky, analoog aan diens absolute muziek de ‘absolute dans’ introduceerde. De nadruk op beweging kwam terug in de vormgeving: veel werken worden gedanst op een kaal toneel, in gestileerde trainingskleren. Balanchine is ook, vooral, de man die het klassieke idioom opfriste, uitbouwde en verrijkte met een aan het constructivisme ontleende lichaamsplastiek. Die onder invloed van het leven in zijn nieuwe vaderland het tempo opvoerde en een jazzy tintje gaf. Zelfs in de fysiek van de hedendaagse ballerina is zijn invloed te herkennen. Hij had een sterke voorkeur voor zeer slanke danseressen met lange ledematen en een klein hoofd: mannequins op spitzen.