Klimaat

Interveniëren in de atmosfeer

Helaas, er zit niks anders op, schrijft de Amerikaanse National Research Council, het dramatisch reduceren van broeikasgassen is de enige mogelijkheid om de negatieve gevolgen van klimaatverandering te bestrijden. Het is de conclusie van een uitgebreide studie naar de mogelijkheden van wat ze technieken voor ‘klimaatinterventie’ noemen, ook wel geo-engineering.
De onderzoekers hebben onderscheid gemaakt tussen twee vormen van ingrijpen: het verwijderen van kooldioxide uit de atmosfeer (CCS) en het beïnvloeden van het albedo-effect zodat minder zonlicht de aarde bereikt. Dat is een belangrijk onderscheid vinden de onderzoekers. Want de kosten, de risico’s, de gevolgen en de kennis ervoor verschillen nogal.
Over CCS weten we al vrij veel, de voordelen en risico’s zijn wel ongeveer bekend. Het pakt klimaatverandering bovendien aan bij de wortel (reductie van broeikasgassen). De simpelste manier om dat te doen (bomen planten en minder klimaatintensieve landbouwtechieken) zijn prima, maar helpen niet genoeg. En de technologie waarmee het meeste zou worden bereikt, namelijk kooldioxide afvangen en in de aardbodem opslaan, is nog pril en kan voorlopig niet grootschalig worden toegepast. Bovendien lijkt het erop dat die techniek uiteindelijk niet veel goedkoper zal zijn dan het reduceren van broeikasgassen door fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame energie.
Over de albedo-modificatie zijn de onderzoekers nog somberder. Hoewel via het injecteren van aerosolen in de stratosfeer de aarde kan worden afgeschermd voor een deel van het zonlicht, waardoor de temperatuur in korte tijd kan dalen, zijn de negatieve effecten van deze technologie veel te groot. De gevolgen voor de ozonlaag, voor neerslagpatronen, voor de voor de menselijke gezondheid zijn onbekend. Ook de sociale, economische en politieke consequenties zijn onduidelijk.

Meer onderzoek

Eigenlijk, zegt de voorzitter van de onderzoekscommissie en hoofdredacteur van het tijdschrift Science, Marcia McNutt, zou het feit dat wetenschappers nadenken over dit soort technologische ingrepen in de atmosfeer moeten dienen als een waarschuwing dat we haast moeten maken met de reductie van broeikasgassen. Want hoe langer we daarmee wachten, concludeert ze, hoe groter de kans dat we een of andere vorm van geo-engineering nodig zullen hebben.
Daarom is de conclusie van de onderzoeken ook niet om het hele idee maar los te laten. Net als in 2009 de Britse Royal Society, stelt Ralph Cicerone, voorzitter van de National Academies of Sciences waarvan de National Research Council deel van uitmaakt, dat meer onderzoek geboden is:

‘Although riskier ideas to lessen the amount of energy absorbed from the sun should not be considered for deployment, they should be studied so that we can provide answers if someday these ideas begin to be considered in attempts to avert catastrophe. These reports should guide federal agencies in supporting research on climate-intervention technologies, while keeping separate any decision-making about their implementation.’

Een van de auteurs, Ken Caldeira van het Cargenie Institution of Science, die al jaren onderzoek naar geo-engineering, zegt daarover in The New York Times dat het beter is nu zoveel mogelijk kennis over het onderwerp te vergaren en niet te wachten tot het moment dat de wereld misschien wordt geconfronteerd met onvoorziene klimaatverandering en wanhopig op zoek is naar een oplossing. Hij wordt tegengesproken door een van zijn collega’s, die ook meeschreef. Volgens Raymond Pierrehumbert vindt dat sommige technologieën zelfs te gevaarlijk zijn om te onderzoeken. Laten we de wereld niet op verkeerde ideeën brengen.

Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.