Inbreuk op privacy mag

Het is overigens maar de vraag of behandeling van het privacyvraagstuk het door Filippini gewenste resultaat had opgeleverd. Een maand eerder deed de rechtbank Noord-Holland (Alkmaar) uitspraak over dezelfde materie. Omdat er in deze zaak niet was betaald, kwam de rechtbank wél toe aan de privacyvraag. Ook in deze zaak vond de parkeerder dat de gemeente Amsterdam de privacy van de parkerende burger schendt door te vragen naar het kenteken bij het betalen van parkeerbelasting.

De gemeente verklaarde het kentekenparkeren te hebben ingevoerd vanwege efficiencyredenen en fraudebestrijding – de arbeidsintensieve handmatige parkeercontroles konden zo worden vervangen door scanauto’s en de handel in parkeerkaartjes verdween. Hiermee is volgens de gemeente een stijging van de parkeertarieven in 2013 voorkomen.

Volgende de rechter is enige inbreuk op het privéleven van een kentekenhouder gerechtvaardigd, omdat het economisch welzijn is gediend met het heffen van belasting en de parkeerbelasting is vastgelegd in de wet.

Ook worden kenteken en persoonsgegevens pas aan elkaar gekoppeld als blijkt dat er niet is betaald. Wie betaalt, heeft niets te vrezen. In zoverre is er geen verschil met het oude parkeerkaartjessysteem, vindt de rechtbank. Bovendien worden de kentekengegevens dertien weken na verwerking vernietigd, tenzij er een bezwaar- of beroepsprocedure loopt. Van een ongeoorloofde inbreuk op de privacy van parkeerders is volgens de rechter dan ook geen sprake.