Fred: Ik zal kort zijn. Ik wil dit bedrag Désirée: Dat is het ons wel waard

Verschillende partijen zaten achter het schoenenbedrijf van Fred de la Bretonière aan. Désirée van Boxtel van investeringsfonds Karmijn overtuigde hem met een handgeschreven brief. „Die was één en al slijm, slijm, slijm.”

Hij was er helemaal niet op uit om zijn bedrijf te verkopen, zegt Fred de la Bretonière (70) van het gelijknamige schoenen- en tassenbedrijf. „Het ging lekker”, zegt hij. „Ik verdiende bakken met geld.” Maar ja, toen plofte twee jaar geleden die handgeschreven brief op de mat. Van de drie vrouwen van investeringsmaatschappij Karmijn Kapitaal. Ze haalden De la Bretonière over om zijn bedrijf aan hen te verkopen.

Fred de la Bretonière (1944) en Désirée van Boxtel (1969) van Karmijn Kapitaal vertellen afzonderlijk van elkaar hoe dat ging.

Het begint met een handgeschreven brief vol lovende woorden

Fred de la Bretonière: „Voorheen kreeg ik vrij droge brieven van allerlei zakelijke types van investeringsmaatschappijen. Ik hou van iets meer sjeu.”

Désirée van Boxtel: „Als we mensen benaderen, proberen we ons te verplaatsen in iemand. Ik dacht: Fred houdt van vakmanschap, van authenticiteit. Een e-mail sturen kan, maar een brief is leuker.”

De la Bretonière:De la Bretonière: „De brief was één en al slijm, slijm, slijm. Mijn bedrijf was ‘een pareltje voor de Nederlandse schoenenindustrie’, dat soort teksten. Allemaal schouderklopjes. Vrouwelijk geslijm, daar hou ik van. Dat was een goede zet.”

Van Boxtel: „Wij zoeken naar bedrijven waar we een groei-investering kunnen doen. Of waar bijvoorbeeld een management buy-out zit aan te komen. In dat kader keek ik naar Fred. Ik wist helemaal niet hoe het bedrijf in elkaar stak en of het überhaupt winstgevend was. Maar het was duidelijk dat Fred ouder werd en het bedrijf op een gegeven moment zou overdragen op een jongere generatie.”

De la Bretonière: „Oud, oud. Ik voelde me nog hartstikke jong. Nog steeds trouwens. Maar goed, ik dacht: laat ze maar eens op gesprek komen.”

Van Boxtel: „Ik werd gebeld door de financieel directeur, Maarten van den Burg. Hij zei: Fred wil wel een keer praten. Toen ben ik een paar keer bij hem thuis geweest. Ik denk dat er vijf maanden voorbij zijn gegaan, voordat wij echt een concreet voorstel op tafel hebben gelegd. Dat was in de zomer van 2013.”

De la Bretonière: „Aanvankelijk vond ik het nog veel te vroeg om te verkopen. Ik had één slecht jaar gedraaid – waarin ik geen winst had gemaakt – en dat telt dan ineens superzwaar in die onderhandelingen. Ik dacht: ja, daaaag. Ik wilde mijn firma goed verkopen. Dus ik rekenen. Ik zei: je moet over twee jaar terugkomen. Dat wilde Désirée niet. Uiteindelijk ben ik overgehaald.”

Van Boxtel: „Tijdens die gesprekken kom je er eigenlijk pas achter of het echt een interessant bedrijf is. Bij mij sprongen steeds meer stoplichten op groen. Ik dacht: het is een mooi, renderend bedrijf. Met een unieke positie in z’n branche.”

De la Bretonière: „Ik vond het wel leuk met die vrouwen. Maar Karmijn wil altijd investeren in vrouwenbedrijven (bedrijven met een managementteam waarin zowel mannen als vrouwen zitten, red.). Ik zei: wij zijn geen vrouwenmaatschappij, maar we zijn wel een beetje vrouwelijk. Ik ben een vrouwenman. En die andere twee uit het managementteam zijn ook niet van die mannenmannen. Wij zijn vrouwvriendelijke mannen, zeg maar. Nou, toen hebben ze die eis een beetje laten varen.”

Van Boxtel: „In het operationele team zitten twee vrouwen. En dat is uiteindelijk het team dat het bedrijf mede bestuurt. Maar grappig dat Fred dat zegt, het is inderdaad geen haantjesbedrijf.”

Daarna komt het eindeloze discussiëren

De la Bretonière: „Bij zo’n overname komt heel veel kijken. Je zit daar met een advocaat en een accountant en allerlei financiële mensen. En maar eindeloos discussiëren. Ik snapte er niet veel van. Het interesseerde me ook niet zo. Ik dacht: ik wil gewoon dát bedrag ervoor hebben. Als je niet uitkijkt, gaat er ontzettend veel van af. Dat was niet de bedoeling.”

Van Boxtel: „En toen kreeg hij koudwatervrees.”

De la Bretonière: „In december (2013, red.) had ik de overeenkomst getekend. Toen ben ik met vakantie gegaan. Maar het zat me niet lekker. De héle tijd dacht ik: je moet het niet doen, je moet het niet doen. In maart zat ik bij mijn advocaat. Toen zag ik hoeveel er van de overnamesom afging. Dít werd eraf getrokken, dát werd eraf getrokken. Ik zei: dan doe ik het gewoon niet. Dan is mijn lekkere leventje voorbij. Vergeet niet, het bedrijf leverde mij ieder jaar zó veel geld op – dat kon ik nooit van m’n leven opmaken.”

Van Boxtel: „Hij belde. Hij was net op inkoopreis geweest. Hij zei: ik kán het niet. Het voelt als mijn familie.”

De la Bretonière: „Ik zei: ik kan er niet tegen, ik doe het niet. Désirée zei: WAT?! Die zat zo’n beetje tegen het huilen aan. We zijn al zover, zei ze. Het boekenonderzoek was al begonnen.”

Van Boxtel: „De due diligence was al voor driekwart op pad. Ik dacht: het waait wel over. Dat maken we wel vaker mee. Na drie nachtjes slapen bedenken mensen zich. Maar hij niet.”

De la Bretonière: „Ik heb gezegd: dat boekenonderzoek betaal ik dan wel. Die rekening was niet misselijk trouwens.”

Van Boxtel: „Het was een enorme domper. Ik was echt even van de kaart. En tegelijk wist ik: misschien is het niet nu, maar het moment komt vanzelf.”

De la Bretonière: „Ik had het helemaal op mijn emoties gegooid. Uiteindelijk zei ze: we begrijpen het wel. Ga maar lekker met vakantie. Vind je het goed als ik je na de zomer weer bel? Dus ik zit eind augustus op Sicilië te lunchen. Drie uur ’s middags, ik had al een fles op. Gaat de telefoon. Désirée. Ik had het een beetje ingestudeerd. Ik zei: ik zal heel kort zijn. Ik wil dít bedrag hebben. Fors meer dan de eerste keer natuurlijk.”

Van Boxtel: „Dat was het ons wel waard. Dus toen hij terug in Nederland was zijn we weer gaan praten.”

De la Bretonière: „Toen wilde ze gelijk doorpakken. En dat heeft ze gedaan. Voor het einde van het jaar was de koop rond.”

Van Boxtel: „Destijds gooide hij het helemaal op zijn emoties. Nu geeft hij toe: ik wilde een betere prijs.”

De la Bretonière: „In de mode is vijf keer de brutowinst normaal. Uiteindelijk heb ik meer gekregen. Ik denk dat ik de duurste toko ben waarin Karmijn investeert.”

Van Boxtel: „Hij heeft goed onderhandeld.”

De la Bretonière: „Als je eenmaal aan geld hebt geroken... Het doet iets met je. Ik vind het ook zonde om het op te maken. Dus ik zit voortdurend te bedenken: hoe kan ik er nou nóg meer van maken? Vroeger was ik niet zo hoor. Vroeger heb ik ook altijd gekampeerd. Maar ik ben nu op een leeftijd dat ik vind: hoe luxer, hoe beter. Een beetje showen – daar komt het wel op neer.”

En nu: wel de collectie maken, maar niet meer met alles bemoeien

Van Boxtel: „Wij denken dat we de waarde van het merk binnen vier à vijf jaar kunnen verdubbelen. In Nederland is nog veel ruimte voor groei. En in het buitenland natuurlijk.”

De la Bretonière: „Bij Karmijn had ik heel snel een goed gevoel. Omdat ik al meteen het idee had: zij willen mijn firma houden zoals-ie is. Bij die andere partijen die me benaderden dacht ik steeds: wat moeten zij met mijn bedrijf? Ze hebben helemaal geen gevoel voor mode.”

Van Boxtel: „Fred de la Bretonière wordt al verkocht in Duitsland, Scandinavië, België, Oostenrijk en Zwitserland. Die landen passen bij het merk, dus daar willen we veel meer gaan doen. Fred de la Bretonière is minder geschikt voor Zuid- Europese vrouwen. Zij willen verfijning, dunne hakjes. Dit merk is er voor de stoerdere vrouw, die niet per se op torenhoge palen wil lopen.”

De la Bretonière: „Ik heb altijd gezocht naar erkenning. Ik ben superijdel. Het zou toch fantastisch zijn als het merk wereldwijd wordt. Daar geil ik wel op, ja.”

Van Boxtel: „Fred houdt een minderheidsaandeel in het bedrijf. En hij blijft het gezicht.”

De la Bretonière: „Ik zit niet meer in het bestuur. Ik snap dat wel, ik ben veel te eigenwijs. Dat artiest zijn van mij heeft de neiging om de overhand te nemen. Het artistieke laat zich niet goed combineren met het zakelijke. Nu hoef ik alleen te zorgen dat de collectie op tijd af is.”