Een blok celluloid geeft zijn geheimen na honderd jaar prijs

Wat droegen ze nog veel klederdracht in 1940. Dat is een van de dingen die opvallen in de film die onlangs werd teruggevonden in een Duits archief, een film die de gevolgen van de bombardementen op Rotterdam en Middelburg toont. Er waren wel beelden van de verwoesting in deze steden bekend, maar niet gemaakt door de Duitsers. Bovendien zijn die beelden toch schaars, en nu opeens uitgebreid met 16 minuten. Wat opvalt in Middelburg zijn de vrouwen in klederdracht, in Rotterdam al die mannen op de fiets op weg naar hun werk. Wat in beide steden opvalt, is de keurigheid van de steden. De film werd een paar maanden na de bombardementen gemaakt en straten zijn netjes geveegd of worden nog opgeruimd. Soms lijkt het net Pompeï.

In een brief die de komst van de filmploeg aankondigt, wordt gesproken van Farbaufnahmen, maar die zijn toch niet gemaakt of in ieder geval niet teruggevonden. Die kleurenopnames zijn er natuurlijk wel, althans fictieve, uit de speelfilm Het bombardement (2012). Maar de indruk die een echte film maakt, kunnen ze nooit overtreffen, zelfs niet als Het bombardement een goede film was geweest. Er wordt wel eens neergekeken op het begrip authenticiteit, maar hier glanst het.

Er zijn onlangs meer filmbeelden van vroeger teruggevonden. Vorig jaar kocht iemand op een veiling 36 filmrolletjes van een Amerikaanse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog. Eenmaal ontwikkeld gaven de foto’s een andere indruk van de oorlog dan je uit speelfilms en documentaires gewend bent. Soms lijkt het wel een vakantie. Schitterend was het verhaal van een doos met honderd jaar oude negatieven die teruggevonden werden in een blok zuidpoolijs. Ze waren genomen tijdens een expeditie en een eeuw later alsnog afgedrukt. Maar de meest indrukwekkende foto was die van de negatieven zelf, een verweerd aan elkaar gekleefd blok celluloid, door de conservatoren van het New Zealand Antarctic Heritage Trust in Wellington weer aan de praat gekregen om hun geheimen prijs te geven.

Analoge fotografie en film werden gezien als iets immaterieels; iets wat hoorde bij zon en schaduw, een sluier misschien. Maar omdat digitale media nog immateriëler zijn, wordt analoge fotografie vanzelf materiëler. Je had er zilver voor nodig, of zout, of lavendel, de botten van dieren. Het lijkt bijna verf. De mogelijkheden zijn ook veel uitgebreider dan je zou denken. Je kunt met behulp van heel veel dingen fotograferen. De Amerikaanse organisatie Process Reversal, het Nederlandse Beeldblic en het Duitse Impossible proberen steeds nieuw materiaal uit. Kevin Rice is bezig een film over de Odyssee van Homerus af te drukken met behulp van zeewater.