Column

Economie in tijden van cholera

Alles is economie. Dat is doorgaans hoe een economisch journalist het liefst tegen de wereld aankijkt – en het is een effectieve manier om over alles te kunnen schrijven. Helemaal waar was dat natuurlijk al nooit: politiek, psychologie en cultuur drukken een veel grotere stempel op de samenleving dan economen lange tijd veronderstelden. Hun kille rekenmodellen vol veronderstellingen over de mens als rationele beslisser zijn bezweken onder een opeenvolging van crises.

Dat weten we inmiddels. Maar soms valt het allemaal pas goed op na een tijd van absentie – in dit geval een paar weken muziek maken op Cuba, waar welvaart al meer dan een halve eeuw ondergeschikt is aan een verroeste revolutionaire ideologie. Wie zich er een beeld bij wil vormen: denk aan La Strada van Fellini.

Bij terugkomst, na een lange tijd vrijwel zonder internet (waar vind je dat nog) blijkt het nieuws gedomineerd door drie ontwikkelingen: allereerst Griekenland, waar de nieuwe regering onder leiding van Syriza-voorman Tsipras en zijn financiële adjudant Varoufakis een uitweg probeert te vinden uit het akkoord waaronder Griekenland hervormt in ruil voor financiële steun.

Gaan de Grieken daarin slagen? Ongetwijfeld. Aanstaande maandag gaan de onderhandelingen, die gisteren in Brussel werden gestart, verder. Dan zal het ogenschijnlijk gaan om bekende variabelen: groeivooruitzichten, begrotingsconsolidatie en schuldhoudbaarheidsberekeningen. Maar in wezen gaat het om de vraag of Europa in de huidige internationale verhoudingen Griekenland nog wel kan lozen. Of we, kort samengevat, een nieuwe Russische marinehaven in de Middellandse Zee willen of niet. De vraag stellen is hem beantwoorden.

Daarmee samen hangen de vredesonderhandelingen over Oekraïne. Het bericht ging vanochtend rond dat het Internationale Monetaire Fonds (IMF) een nieuw financieel hulppakket voor dat land voorbereidt dat een omvang zou hebben van zo’n 18 miljard euro en een looptijd van vier jaar. Is dat rationeel? Economisch gezien niet. Het IMF leent zelden of nooit aan landen in een gewapend conflict. In dit geval wordt een kredietlijn voorbereid aan een een land dat een buitengewoon slechte staat van dienst heeft bij het nakomen van zijn verplichtingen uit eerdere IMF-programma’s, wordt geteisterd door corruptie én waarvan de omvang op dit moment niet eens vaststaat. De kredietlijn zal vooral veel Aziatische landen sterken in hun idee dat het IMF een instrument is van de westerse politiek. Als ze daar niet al van overtuigd waren geraakt door de betrokkenheid van het IMF bij de eurocrisis én de Amerikaanse weigering om de nieuwe stemverdeling ten voordele van de opkomende landen te accorderen.

Als pauzeprogramma begon deze week in Frankrijk een proces tegen onder anderen Dominique Strauss-Kahn wegens, laten we zeggen, souteneurschap. Daar ging een van de beste economische bestuurders die het Westen in lange tijd voortbracht en een persoon die de wereld in tijden als deze goed had kunnen gebruiken. In het ongerede geraakt omdat hij, in de woorden van Slauerhoff, zijn lusten niet kon reven.

Terwijl beleggers ouderwets in de ban zijn van de jaarcijfers van ING, de Amerikaanse werkloosheidscijfers of de inflatie in de eurozone, spelen er andere thema’s die veel belangrijker zijn. De rationele beslissers van de nieuwe tijd moeten weer voorrang verlenen aan beproefde twintigste-eeuwse concepten: chantage, oorlog en prostitutie. En probeer die drie maar eens in een sluitend voorspellingsmodel te vangen.