Diplomatie wendt escalatie af

Na Duits-Franse bemiddeling moet zaterdagnacht een staakt-het-vuren ingaan in Oost-Oekraïne. De vraag blijft of de pro-Russische rebellen het akkoord naleven na hun recente terreinwinst.

Het diplomatieke offensief dat de Duitse bondskanselier Merkel vorige week inzette met de Franse president Hollande, heeft een verdere escalatie van de oorlog in Oekraïne voorlopig afgewend. Terwijl in het Westen, en vooral in de Verenigde Staten, steeds meer stemmen opgingen om wapens te gaan leveren aan het in het nauw gedreven Oekraïense leger, zette Merkel zich de afgelopen dagen volop in – met een intensief reisprogramma langs verschillende hoofdsteden tussen Moskou en Washington – om de diplomatie nog een kans te geven.

Voor dit conflict is er geen militaire oplossing, zei Merkel steeds, ook al leken de rebellen in het oosten van Oekraïne hard op weg met Russische steun een militaire uitkomst te forceren. Nu hebben de diplomatieke inspanningen van de afgelopen dagen geleid tot een staakt-het-vuren dat in de nacht van zaterdag op zondag moet ingaan, en tot een akkoord over terugtrekking van zware wapens. Ook hebben de presidenten Poetin, Porosjenko, Hollande en kanselier Merkel in Minsk afgesproken dat er een brede bufferzone komt van 50 tot 140 kilometer.

Maar onzeker is niet alleen of het akkoord dat vanochtend in Minsk is overeengekomen zal worden nageleefd. Een andere belangrijke vraag is verder in hoeverre dit akkoord een eerste formalisering is van de nieuwe verhoudingen op het Europese continent: in hoeverre de Russische militaire interventie in buurland Oekraïne nu door het Westen de facto geaccepteerd wordt, om een verdere opmars van de separatisten en een hoger oplaaien van de oorlog te voorkomen.

Handtekening

De grote leiders zijn het nu na in totaal zeventien uur onderhandelen wel eens geworden, maar het komt erop aan of de opstandelingen in de Donbas zich daadwerkelijk aan de nieuwe overeenkomst zullen houden.

Na het vorige akkoord van Minsk, uit september vorig jaar, namen ze vrijwel meteen de wapens weer op, ook al prijkte hun handtekening onder het document. Sommigen zeiden naderhand dat hun handtekening slechts betekende dat ze het betreffende document hadden gezien, niet dat ze zich daar ook per se aan zouden houden.

Het lijkt niet aannemelijk dat de rebellen hun fel bevochten posities bij het strategisch gelegen stadje Debaltseve zomaar willen opgeven en de omsingelde Oekraïners zonder slag of stoot zullen laten vertrekken. Wat hierover precies is vastgelegd in de overeenkomst van Minsk was vanmorgen nog niet duidelijk. Bovendien is afgesproken dat het bestand pas zaterdag om middernacht ingaat, en tot die tijd kan er op de grond in Oekraïne militair nog van alles gebeuren.

De rebellen zijn echter in aanzienlijke mate afhankelijk van Russische hulp, waardoor ze zich niet kunnen permitteren Ruslands wil langdurig te negeren. Allesbepalend blijft dan ook de vraag in hoeverre Moskou dit keer oprecht vrede wenst.

Daarbij moet overigens aangetekend worden dat ook eenheden van het Oekraïense leger en Oekraïense milities lang niet altijd even zuiver waren in de naleving van het vorige akkoord van Minsk.

Veelzeggend is dezer dagen de houding van veel opstandelingen. „Ze kunnen beter helemaal niets afspreken daar”, zei gisteravond een pro-Russische strijder tegen een kameraad in aanwezigheid van de correspondent van deze krant in Donetsk, Steven Derix. Voor beide strijders is de enige aanvaardbare uitkomst dat hun gebieden uit de Donbas worden ingelijfd bij de Russische federatie.

Het waren ook de rebellen die er de afgelopen uren op stonden dat de Oekraïense strijdkrachten Debaltseve zouden opgeven. De afgelopen weken is er fel gestreden om dit belangrijke knooppunt van wegen en spoorwegen ten noordoosten van Donetsk. Volgens de meeste berichten hadden de pro-Russische separatisten zo’n 5.000 tot 6.000 Oekraïense militairen weten te omsingelen, waardoor die eenheden in de val zaten.

De druk op Rusland om met een akkoord in te stemmen is de afgelopen tijd gestaag opgevoerd – met economische sancties, en de dreiging die nog te verscherpen, en met maatregelen die president Poetin internationaal steeds verder isoleerden, bijvoorbeeld door hem uit te sluiten van de G8.

Mogelijk heeft ook het vooruitzicht dat de Verenigde Staten en andere NAVO-landen wapens zouden leveren aan Oekraïne bijgedragen aan de bereidheid van Poetin om een overeenkomst te sluiten.