De overheid, de VVD incluis, dient goed voorbeeld te geven

Op de VVD kan best wel eens een aanmerking worden gemaakt, maar de integriteitsverklaring die aspirant-bestuurders er moeten tekenen, klinkt als een klok. Over declaraties wordt beloofd dat men die niet indient als ze al op een andere manier worden vergoed. VVD-vertegenwoordigers zijn verder terughoudend met declareren, in het bijzonder op het grensvlak van publiek en privé.

Het Tweede Kamerlid Verheijen (VVD) ging echter in een vorige hoedanigheid, als Limburgs gedeputeerde, slordig met de voorschriften om. Niet alleen met die van zijn partij, maar ook die van de provincie. Hij liet nogal wat uitgaven die hij privé deed, als kandidaat-Kamerlid, voor rekening van de belastingbetaler komen. Dat betrof vooral de rittenadministratie van zijn dienstauto. Incidenteel leidde dat tot dubbele declaraties, wat expliciet verboden is.

Uit een reportage in deze krant rees het beeld op van een royaal netwerkende politicus die sterk profiteerde van de secundaire arbeidsvoorwaarden van een gedeputeerde. En daarbij de regels overtrad. Achteraf noemt Verheijen zijn handelwijze deels „gewoon stom” en deels excuseerbaar. Het Kamerlid zegt niet onfeilbaar te zijn, zijn administratie „zo goed mogelijk” te hebben gedaan en overigens „geen heilige” te zijn, maar politicus.

De partijleiding neemt hem weinig kwalijk. VVD-leider Rutte, tevens premier, vond de zaak „opgeblazen”. Fractievoorzitter Zijlstra meent dat zijn collega een paar fouten maakte en achtte de erkenning „ruiterlijk”. En daarmee is de orde hersteld en zijn de rijen gesloten. Pekelzonden. Niet zo flauw doen. Volgende kwestie, graag.

Nu mag iedere partij uiteraard zelf weten hoe belangrijk integriteit écht is. Zij het dat in het geval van de VVD daarmee wel de geloofwaardigheid van de partij gemoeid is. De VVD staat immers in beginsel strikte naleving van regels door burgers en bedrijven voor. Onder Rutte 1 en Rutte 2, zo merkte de Raad van State onlangs op, is „een trend waarneembaar om strengere verplichtingen te introduceren en die bij overtreding hard te bestraffen”. Naast het sterk uitbreiden van bestuurlijke bevoegdheden, werden veel maatregelen verzwaard en de strafmaat voor tal van overtredingen verhoogd. Menige burger die een boete niet tijdig of volledig betaalt, wordt geconfronteerd met scherpe verhogingen van 50 of zelfs 100 procent. Ook in de sociale zekerheid geldt inmiddels een draconisch bewind voor al die burgers die evenmin ‘heilige’ zijn maar zich vergisten of zich wat extra’s gunden. Het openbaar bestuur, de politiek incluis, dient dus het goede voorbeeld te geven. Zeker een partij die regels wél heilig vindt, in ieder geval voor anderen. Voor je het weet is zo’n integriteitsverklaring een dode letter. Noblesse oblige, dus.