Dalende olieprijs draagt bij aan deflatie in Nederland en eurozone

Prijsdaling in eurozone

De inflatie in Nederland is in januari gedaald tot het laagste niveau sinds 1987. De prijsstijging ten opzichte van vorig jaar kwam uit op nul procent. In december bedroeg de inflatie nog 0,7 procent. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen bekendgemaakt. Volgens de gemeenschappelijke Europese definitie, die afwijkt van het nationale Nederlandse cijfer, was er vorige maand zelfs sprake van deflatie: de prijzen daalden volgens deze geharmoniseerde index voor de consumentenprijzen (HICP) met 0,7 procent ten opzichte van een jaar eerder. In de gehele eurozone daalden de prijzen met 0,6 procent.

Vooral de sterk gedaalde prijs van ruwe olie klonk door in de prijsontwikkelingen. Benzine was bijna 13 procent goedkoper dan een jaar geleden, en ook de gasprijs daalde met 2,8 procent. Het CBS meldt ook dalende prijzen bij kleding: het zachte winterweer zorgt voor minder uitgaven aan winterkleren, waardoor de prijzen in de uitverkoop extra onder druk stonden. Ook veel levensmiddelen werden goedkoper.

Economen spreken doorgaans pas van deflatie als prijsdalingen langdurig doorzetten. De kans dat dat gebeurt is vrij groot, omdat de brandstofprijzen in de komende maanden vermoedelijk veel lager blijven in vergelijking met vorig jaar. De olieprijsdaling begon pas in juli vorig jaar.

Hardnekkige deflatie wordt gezien als nadelig voor de economie. Consumenten kunnen hun bestedingen uitstellen in afwachting van lagere prijzen in de toekomst, en het wordt moeilijker om schulden af te lossen.

De Europese Centrale Bank kondigde vorige maand aan om 1.140 miljard euro in de economie van de eurozone te pompen om deflatie in de eurozone af te wenden. Die beslissing wordt ondersteund door de cijfers van vanmorgen.