Carnaval. Dat is één groot spel

Nederland telt elfhonderd carnavalsverenigingen. Het feest leeft, zegt de onderzoeker. Nou, misschien minder in het noorden. „Calvijn was geen feestnummer.”

Carnaval in Venlo (Jocusrijk). Dat begint traditioneel met de Boètegewoeëne Boètezitting (buitengewone buitenzitting) op de Oude Markt (Zoepkoel). Foto Jorgen Caris/Hollandse Hoogte

Carnaval staat op het punt van beginnen en kenner Theo Fransen is er helemaal klaar voor. De vlag hangt uit. Voor het raam in zijn huiskamer in Venlo staat een plantje behangen met serpentines. Op een kast liggen twee Venetiaanse maskers.

Fransen (81) schreef onlangs samen met Sander Mattheijssen Hét Carnavalsboek, een naslagwerk over het feest der feesten met een onderzoek naar de vitaliteit van de ongeveer elfhonderd carnavalsverenigingen in Nederland.

Hoeveel mensen vieren carnaval?

„Het woord ‘vieren’ is elastisch. Als het gaat om het bijwonen van activiteiten of lid zijn van een vereniging – dus niet alleen verkleed naar de optocht kijken – dan kom ik in het zuiden op 30 tot 40 procent. Als ik ook de mensen meetel met een grote innerlijke betrokkenheid, bijvoorbeeld senioren die thuis uren naar de regionale zenders kijken en de liedjes vaak beter kennen dan de mensen die op straat staan te blèren, dan zit je al gauw op 60 tot 70 procent.”

Zijn er ook carnavalshaters?

„Het percentage mensen onder de rivieren dat er niks mee te maken wil hebben, is heel gering. Mensen die tijdens carnaval naar Oostenrijk of Zwitserland gaan, vinden dat achteraf vaak de vergissing van hun leven. De universiteit van Maastricht heeft onlangs een onderzoek uitgevoerd waaruit zou blijken dat veel mensen niet aan carnaval doen. Maar ik ben zelf ook socioloog, en ik ben hoofd van de afdeling onderzoek van de gemeente Venlo geweest. Mijn onderzoek is gebaseerd op negenhonderd carnavalsverenigingen en die hebben er meer kijk op dan willekeurige burgers. En ik stel vast dat het leeuwendeel van de verenigingen de toekomst positief inziet. Echte haters zijn er eigenlijk niet.”

Dus u ziet de toekomstig zonnig in?

„Nou, een van de grootste bedreigingen van het carnaval is dat het feest geen tegenstanders meer heeft. Vroeger was de beeldvorming negatief. Voor de oorlog kon je je als hoofd van een school eigenlijk nauwelijks permitteren aan zo’n feest mee te doen, dat was uitkijken geblazen. Een christenmens betaamde dat niet. Maar tegenwoordig is er een grote groep onverschilligen wie het geen moer uitmaakt. Ze zijn niet warm of koud, ze zijn lauw, ze vinden het best zolang men hen er maar niet mee lastigvalt.”

In uw boek schrijft u dat carnaval wordt bedreigd doordat er meer carnavaleske feesten bij zijn gekomen.

„Het wemelt van zulke festivals. De echte carnavalsmensen, van wie ik er één ben, vinden het jammer dat die feesten naar hun uitwendige kenmerken een carnavalsachtig karakter hebben gekregen, compleet met verkleedrituelen en grimeren. Zo vind ik dat wij Nederlanders ons bijvoorbeeld bij het Caraïbische zomercarnaval in Rotterdam moeten beperken tot de rol van toeschouwer. Carnaval hoort aan de vooravond van de vastenperiode, en na drie dagen is het afgelopen. Het kenmerk van een goed feest is dat het kort is. Lekker is maar één vinger lang. Je kunt niet eindeloos verdunnen, dan gaat de kwaliteit achteruit. Er treedt verschraling op.”

Vanwaar die hang naar carnavalsachtige feesten?

„Veel mensen beschouwen hun bestaan als betrekkelijk inhoudsloos, marginaal. Met carnaval mag je drie dagen maharadja spelen of iets anders bizars. Dan tel je mee. Veel mensen definiëren carnaval als een vlucht in het incognito, waarbij je onder het masker kunt uitspoken wat je anders niet zou durven. Maar carnaval is juist een vlucht uit het incognito. Het is leuk om aan het einde van de avond het masker af te zetten en iedereen vraagt: was jij dat? De functie van een maskerade is niet het verhullen, maar het onthullen. De drijfveer om carnaval te vieren, is het onthullen van je eigen identiteit.”

Wordt het unieke karakter van carnaval bedreigd?

„Er zijn verschillende praktische bedreigingen. De infrastructuur is hier en daar aan het verzwakken. Er zijn minder enthousiastelingen die hun handjes laten wapperen bij het bouwen van praalwagens. Bovendien is het moeilijk een hal te vinden waar je zo’n wagen kunt bouwen. Er zijn minder boerenschuren. Ook het dweilen van café naar café is lastiger geworden, omdat het aantal cafés in Nederland de laatste dertig jaar met 50 procent is verminderd.

„Verder is er de teruggang in het aantal gemeenten. De samenvoeging van gemeenten heeft het lokale karakter van de carnaval enigszins geschaad. En ten slotte is er bij de overheid een ongelooflijke regelzucht ontstaan. Overal moeten dranghekken worden geplaatst. Je mag geen snoep meer gooien. Er is een rookverbod en een drankverbod voor jongeren onder de achttien dat de carnavalsverenigingen moeten controleren. En als je in Brabant met een sabel rond wil lopen, ziet de overheid erop toe dat op die sabel een kapje wordt gezet.”

Hoe bewaar je het unieke karakter van carnaval?

„Belangrijk is het fanatiek vasthouden aan de datum. Sinds de komst van de vrije zaterdag in de jaren zestig is er een dag aan het feest toegevoegd. Later is daar de vrijdag óók nog aan toegevoegd en ik zou de mensen niet de kost willen geven die zelfs op donderdagavond al beginnen. Dat gaat onherroepelijk ten koste van de échte vastenavond, op dinsdag. Want het geld is natuurlijk wel een keer op. Belangrijk is ook dat carnaval niet echt gevierd kan worden zonder voorbereiding. Veel noorderlingen snappen niet dat je carnaval kunt vieren omdat dat nu eenmaal op de kalender staat. Welnu, de zuiderlingen hebben inderdaad de tijd nodig om ernaartoe te groeien. Je wordt ernaartoe geleid.”

Wat is eigenlijk het unieke van carnaval?

„Carnaval heeft een sterk gemeenschapsvormend karakter. Een feest is pas echt geslaagd als iedereen eraan meedoet, en zolang de feestvierders de paar mensen die niet meedoen maar als meelijwekkende creaturen langs de kant kunnen beschouwen.”

Is carnaval niet gewoon veel drinken en vrouwen in de billen knijpen?

„Die beeldvorming is nog steeds sterk, vooral bij mensen die geen carnaval vieren. Maar het klopt niet. Natuurlijk, carnaval is geen feest dat je op limonade kunt vieren. Vooral mannen zijn daarvoor te geremd. Maar het gaat om het vieren van een gemeenschapsfeest en alle rituelen die daar aan te pas komen. Zoals de keuze van een prins. Dat is je buurman, en tijdens carnaval heet die drie dagen lang niet Piet, maar Zijne Hoogheid Prins Friet de Derde. Carnaval is één groot spel. Carnaval is een van de weinige perioden in het jaar waarin we ons als volwassenen permitteren het spel te spelen.

„Daar komt de gemeenschapsvorming bij. Twee mensen die al tien jaar overhoop liggen, staan aan de bar, besluiten er een pilsje op te pakken en nooit meer te zeuren. Ongeveer 20 tot 30 procent van de huwelijken vindt zijn oorsprong in de vastenavond. Zeker voor de wat schuchtere types onder ons dé gelegenheid om een contact te leggen dat vijftig jaar later nog beklijft. Die voorbeelden zijn legio.”

Wordt boven de rivieren carnaval gevierd?

„Ik zie geweldige verenigingen in bijvoorbeeld Oldeklooster, helemaal tegen de Waddenzee aan. Ook in Sneek is er een grote viering, overigens te danken aan twee of drie sterke leiders in de organisatie, die niet te beroerd zijn om er zelf veel tijd en soms ook geld in te steken. Veel optochten in het noorden zijn van hoog niveau. In Barger Compascuum zie je het hele jaar geen hond, maar met carnaval is dat het centrum van de provincie Drenthe.”

Waar wordt absoluut geen carnaval gevierd?

„Van alle gemeenten in Overijssel heeft alleen Staphorst geen carnavalsvereniging. Dat is de noordelijke punt van de Biblebelt. In die zone wordt geen carnaval gevierd. Zwaar gereformeerde gemeenten zie ik er niet snel mee beginnen. Maar ik ken wel carnavalsvorsten van hervormden huize.”

Wat is er tegen op carnaval?

„Vanuit mijn optiek niks. Maar bij de oude generatie in het noorden zal carnaval nog wel hoog op het zondenregister staan, vrees ik.”

Wat is de zonde?

„Nederland is overwegend calvinistisch. Calvijn was geen feestnummer. Hij vond dat feesten de aandacht afleidde van de kerkelijke feesten, en tot geldverspilling leidde. Een mens kan beter hard werken.”

Dat was vroeger. Wat let Nederland om massaal carnaval te vieren?

„Veel hangt af van de aanwezigheid van natuurlijke leiders. En daar komt nog iets bij. Er is bijna geen moderne stad ontworpen om er feest te vieren. In historische binnensteden, met nauwe straatjes, kan zelfs een stelletje amateurs een feest organiseren. De structuur van moderne steden, allemaal even vierkant en tochtig, is een handicap.”