AkzoNobel: minder winst maar meer geld per blik

Chemie- en verfproducent AkzoNobel haalde over 2014 een lagere omzet en minder winst. Maar het bedrijf wordt wel steeds efficiënter.

Gaat het nou prima of matig met verffabrikant AkzoNobel? De belegger mag het antwoord zelf kiezen uit de jaarcijfers, lijkt het wel.

Keuze A: AkzoNobel verdiende minder geld aan potten verf. In 2014 verkocht het bedrijf weliswaar meer liters verf, lak en chemicaliën – 1 procent meer dan in het jaar ervoor. Toch maakte het in 2014 een kwart minder nettowinst, 546 miljoen euro.

Of keuze B: AkzoNobel verdiende meer geld aan potten verf. De omzet daalde dan wel met 2 procent in 2014 tot 14,3 miljard euro, maar het bedrijfsresultaat steeg met 20 procent, naar bijna 1,1 miljard euro.

Hoe zit dat nou? Eén conclusie is sowieso waar. „2014 was een uitdagend jaar voor het bedrijf”, zei topman Tom Büchner vanochtend. En keuze B. Ja, het lukte AkzoNobel om minder geld aan een pot verf te besteden, zodat het bedrijf er meer op kon verdienen. AkzoNobel is efficiënter geworden. Daar moest het dan wel weer de nodige ‘herstructureringskosten’ in steken.

Ook zaten de wisselkoersen dwars, er moest het een en ander afgestoten worden, wat geld kostte. Europa trok maar niet aan en de high growth economies deden toch niet waar iedereen op hoopte. En dan was er ook nog een vervelende fraudezaak met een dochter in de VS, die miljoenen kostte. Het ging allemaal af van de nettowinst.

AkzoNobel, met het hoofdkantoor in Amsterdam en bijna 50.000 werknemers wereldwijd, heeft drie afdelingen van vergelijkbare omvang: decoratieve verven met merken als Flexa en Sikkens, lakken en coatings, en specialistische chemicaliën, waaronder zout en chloor. Het bedrijf, ooit een breed chemiebedrijf, is zich steeds meer toe gaan leggen op verf.

AkzoNobel is nu de grootste verffabrikant ter wereld. Het levert de helft van zijn producten aan de bouw en een kwart aan de industrie. Kwakkelt de bouw, dan kwakkelt Akzo. In West-Europa, de grootste afzetmarkt, is verkoop lastig. In Azië en Latijns-Amerika valt wel te verdienen, al rekent Büchner op nog minder groei in 2015.

AkzoNobel besteedt veel geld aan snijden in de kosten, ruim 250 miljoen euro in 2014. Dat doet het onder meer door managementlagen te schrappen en fabrieken te sluiten. In 2013 kondigde Büchner aan de dure verven en lakken niet langer in de tientallen kleine fabrieken door heel Europa te willen maken. Alleen goedkope verf mag lokaal gemaakt worden, daar moet je niet te ver mee willen rijden.

De dure blikken moeten dan in vijf megaplants gevuld worden. Eén in Polen, één in Frankrijk, twee in Groot-Brittannië en nog één ergens in het oosten, Turkije bijvoorbeeld. Niet in Nederland, waar alleen al twaalf ‘productiefaciliteiten’ staan. Hoe dit beleid uiteindelijk voor Nederlandse fabrieken uitpakt, is nog niet duidelijk.